Nr. 00697/02
Mr Fokkens
Zitting: 3 september 2002
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens een Opiumwetdelict veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf. Bovendien is de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf gelast.
2. Tegen deze uitspraak heeft verdachte cassatieberoep doen instellen.
3. Namens verdachte hebben mr J.M. Sjöcrona en mr D.V.A. Brouwer, beiden advocaat te 's-Gravenhage, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel klaagt dat de bestreden uitspraak niet de bewijsmiddelen bevat.
5. Aan de Hoge Raad zijn op de voet van art. 434, eerste lid, Sv slechts een arrest zonder bewijsmiddelen en de akte waarbij het cassatieberoep is ingesteld toegezonden. In een begeleidende brief van 7 maart 2002 wordt van de zijde van het Hof medegedeeld dat verschillende pogingen om het dossier te achterhalen zonder resultaat zijn gebleven. Op 9 juli 2002 heb ik telefonisch navraag laten doen bij het Hof en ook toen was het dossier nog niet boven water gekomen en men verwachtte niet dat dat in de toekomst nog zou gebeuren.
6. Bij deze stand van zaken kan de bestreden uitspraak in cassatie niet getoetst worden, zodat deze niet in stand kan blijven. Conform HR 12 februari 2002, nr. 01765/01 kan de Hoge Raad om doelmatigheidsredenen de zaak zelf afdoen door de inleidende dagvaarding nietig te verklaren, aangezien na verwijzing of terugwijzing van de zaak de rechter naar wie de zaak zou worden verwezen of teruggewezen niet in staat zou zijn te beraadslagen en beslissen op de grondslag van de tenlastelegging.
7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam is vernietigd en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
plv.