ECLI:NL:PHR:2004:AM2529

ECLI:NL:PHR:2004:AM2529, Parket bij de Hoge Raad, 06-01-2004, 02788/02

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 06-01-2004
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 02788/02
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2004:AM2529
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Opzettelijke uitvoer van hennep en hasj naar Duitsland (meermalen gepleegd), art. 3.1.A Opiumwet. Bewijsklachten opzettelijk “buiten grondgebied van Nederland brengen” a.b.i. art. 1.5 Opiumwet. 1. Kon hof oordelen dat verdachte opzet had op vervoer naar Duitsland van de door hem aan ander (A) verkochte hoeveelheid softdrugs? 2. Kon hof oordelen dat verdachte ook softdrugs buiten grondgebied van Nederland heeft gebracht door hennep en hasj te verkopen aan andere personen? Ad 1. Ex art. 1.5 Opiumwet is onder het buiten grondgebied brengen van middelen als waarvan in bewezenverklaring sprake is, mede begrepen het met bestemming naar buitenland ten vervoer aanbieden van die middelen. Dat verdachte opzettelijk hoeveelheid van één of meer van die middelen (hennep en hasj) ten vervoer naar buitenland aan A heeft aangeboden en aldus buiten grondgebied van Nederland heeft gebracht in voornoemde zin, kan uit gebruikte b.m. worden afgeleid. Daaraan doet niet af dat die b.m. niet inhouden dat desbetreffende hoeveelheid softdrugs ook daadwerkelijk naar buitenland is vervoerd. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte zich minstgenomen willens en wetens heeft blootgesteld aan aanmerkelijke kans dat door hem aan A verkochte hoeveelheid softdrugs naar Duitsland zou worden vervoerd. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat A (naar verdachte wist) Duitser was, dat in de in verdachtes woning aangetroffen telefoonklapper een Duits telefoonnummer van A stond vermeld, dat verdachte ten behoeve van desbetreffende (niet onaanzienlijke) transactie een hotelkamer voor A had gereserveerd en dat betaling door A in Duitse marken (DM 25.620) heeft plaatsgevonden. Ad 2. Uit b.m. kan niet worden afgeleid dat verdachte ook hoeveelheid van bedoelde middelen buiten grondgebied van Nederland heeft gebracht door verkoop/overdracht aan één of meer (andere) onbekend gebleven (uit Duitsland afkomstige) personen. Volgt partiële vernietiging en verwijzing. CAG: anders t.a.v. verkoop aan andere personen.

Uitspraak

Nr. 02788/02

Mr. Vellinga

Zitting: 14 oktober 2003

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens, kort gezegd, verschillende overtredingen van de Opiumwet en van de Wet wapens en munitie veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.

2. Namens verdachte heeft mr. F.J.M. Kobossen, advocaat te Deventer, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte en zonder (deugdelijke) motivering heeft bewezenverklaard hetgeen in eerste instantie onder 1 ten laste is gelegd, namelijk het opzettelijk handelen in strijd met een in art. 3 lid 1 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Blijkens de toelichting keert het middel zich bijzonderlijk tegen 's Hofs bewezenverklaring van de uitvoer uit Nederland.

4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, dat:

"hij in de periode van 12 mei 1999 tot en met 16 mei 1999 in de gemeente Deventer opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish), zijnde hennep en hashish een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst II, immers heeft verdachte opzettelijk een hoeveelheid van één of meer van bovengenoemde middelen verkocht/overgedragen aan "[betrokkene 1]" en aan een of meer (andere) onbekend gebleven (uit Duitsland afkomstige) personen"

5. Terzake heeft het Hof de volgende bewijsmiddelen gebruikt:

- een proces-verbaal, inhoudende:

"Uit de map "geselecteerde tap" waarin alle relevante tapgesprekken zitting in chronologische volgorde, zijn alle gesprekken geselecteerd die betrekking hebben op de verkoop door [verdachte] van softdrugs die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar Duitsland. Hieronder zijn daarvan een aantal gesprekken verzameld , die kennelijk betrekking hebben op verschillende "deals" met Duitse personen,

Deal 1: de levering van een onbekende hoeveelheid softdrugs ter waarde van DM 25.620 aan een Duitser, die verbleef in een door [verdachte] gereserveerde kamer in het Postiljon motel te Deventer.

- Gesprek van 12 mei 1999 te 21.09 uur tussen NN-Duitser en [verdachte]: daarin zegt de Duitser dat hij zaterdag wil komen, maar dan moet [verdachte] een hotelkamer reserveren voor hem en zijn hond. De Duitser zegt dat het gaat om iets dat [verdachte] wel heeft liggen. [verdachte] heeft de hele zaterdag tijd voor de Duitser.

- Gesprek van 15 mei 1999 te 11.48 uur, tussen [verdachte] en personeel van het Postiljonmotel te Deventer: daarin reserveert [verdachte] een kamer voor 2 personen; niet voor hemzelf, maar voor vrienden zegt [verdachte]. - bij controle van het hotelregister- en reserveringen bleek dat door dhr. [verdachte] op 15 mei 1999 een hotelkamer voor 2 personen heeft gereserveerd. Deze kamer is door 2 personen gebruikt, waarvan de ene persoon zich heeft ingecheckt met de personalia: [betrokkene 2], geboren op [geboortedatum]-56, wonende te Duitsland, [a-straat 1], [plaats]. (bij controle door de politie in Duitsland bleek een persoon met deze personalia niet voor te komen).

- Gesprek van 15 mei 1999 te 12.10 uur tussen NN-duitser en [verdachte]: daarin vraagt de duitser aan [verdachte] of deze de hotelkamer voor hem en "[betrokkene 3]" heeft kunnen regelen. Dat is geregeld. ([betrokkene 3] blijkt de hond van [betrokkene 1] te zijn).

- Gesprek van 15 mei 1999 te 15.18 uur tussen de NN-Duitser (noemt zich nu [betrokkene 1]) en [betrokkene 4]: daarin zegt [betrokkene 1] dat hij rond 16.00 uur aankomt.

- Gesprek van 15 mei 1999 te 16.32 uur tussen [betrokkene 4] en personeel van een restaurant; zij reserveert daar een tafel voor 4 personen om 17.30 uur - gesprek van 15 mei 1999 te 17.23 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 5]: daarin [verdachte] tegen [betrokkene 5] zegt dat "[betrokkene 1]" een "hele beer" (grote plaat hasj) en 200 stekken wil hebben.

- Gesprek van 15 mei 1999 te 17.25 uur tussen [betrokkene 5] en [verdachte]: daarin vraagt [betrokkene 5] of "hij" nog iets anders wil hebben. [verdachte] zegt dat "hij" nog weed wil hebben, maar dat heeft [verdachte] zelf wel. [betrokkene 5] zegt dat hij wel langs komt.

- Gesprek van 15 mei 1999 te 20.20 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 5]; daarin zegt [verdachte] tegen [betrokkene 5] dat "hij" ook nog een BEER (brok hasj) wil hebben die "hij" de vorige keer ook gehad had. [betrokkene 5] geeft aan dat hij geen BEREN meer heeft, en dat hij daarom wel wat plaatjes (plakken hasj) bij elkaar zoekt. [verdachte] zegt dat [betrokkene 5] dan naar een pakket moet samenstellen, want dan kan "hij" daaruit kiezen.

- Verklaring van [betrokkene 4] van 12 juni 1999 te 13.25 uur:

daarin verklaart [betrokkene 4] dat [verdachte] inderdaad toen een hotelkamer voor een Duitser had gereserveerd; die Duitser heeft een hondje met de naam [betrokkene 3]. [betrokkene 4] verklaart dat [verdachte] aan deze "[betrokkene 1]" een hoeveelheid softdrugs heeft verkocht die [verdachte] daartoe had klaargemaakt en in een tas had klaargezet. [betrokkene 4] verklaart dat vermoedelijk [betrokkene 5] de drugs die avond gebracht had bij [verdachte].

- Gesprek van 16 mei 1999 te 11.32 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 6]: daarin zegt [verdachte] dat hij "marken" heeft.

- Gesprek van 16 mei 1999 te 13.38 uur tussen deze [betrokkene 6] en [verdachte]: daarin vraagt [betrokkene 6] of [verdachte] wel goed gerekend heeft. Het komt erop neer, dat [verdachte] hem een bedrag van 25.620,= aan Duitse marken heeft gegeven, en dat dit omgerekend met een wisselkoers van 1,10 neerkomt op het bedrag van F 28.180,=. Dan gaat [betrokkene 6] alsnog akkoord met de wisseltransaktie.

- Gesprek van 16 mei 1999 te 20.57 uur tussen [betrokkene 5] en [verdachte]: daarin vraagt [betrokkene 5] aan [verdachte] of "het" gelukt is met "[betrokkene 1]". [verdachte] bevestigt dat.

- Tijdens de huiszoeking in de woning van [verdachte]/[betrokkene 4] werd een telefoonklapper inbeslaggenomen. Daarin staat onder meer vermeld: "[…]"."

- de verklaring van verdachte, luidende:

"[betrokkene 1] is iemand die ik ken, Ik heb hem ook een stukje hash van 30, 40 of 50 gram verkocht. Meestal ging ik naar hem toe. Soms kwam hij bij mij. Ik herinner mij een kamerreservering te hebben gedaan op 15 mei 1999 bij het Postiljonmotel te Deventer."

- een proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [betrokkene 4]:

"Ik ken [betrokkene 7] en [betrokkene 1] als buitenlanders. [betrokkene 1] heeft met zijn nieuwe vriendin een maand geleden in het Postiljon hotel in Deventer overnacht. [verdachte] had deze overnachting geregeld. We zijn nog wezen stappen. De dag nadat we aan het stappen waren geweest kwam [betrokkene 1] met zijn vriendin bij mij in de woning. [verdachte] had toen een voorraad hasj en weed klaar staan voor [betrokkene 1]. Er stond een plastic Albert Heijn-tas voor hem klaar met daarin weed en hasj. [verdachte] had zelf die voorraad klaar gemaakt.

[verdachte] handelde zelfstandig in grotere partijen hasj en weed. Er werden regelmatig grotere partijen hasj en weed aan buitenlanders verkocht.

Met betrekking tot [betrokkene 7], die ook wel Nikos of Niko genoemd werd kan ik verklaren dat deze ook een aantal malen bij ons thuis is geweest en hasj en weed heeft gekocht bil [verdachte]."

- een proces-verbaal, inhoudende als verklaring van [betrokkene 4]:

"Omtrent [betrokkene 6] kan ik u het volgende verklaren. [betrokkene 6] is een goede vriend van [verdachte]. [betrokkene 6] heeft een aantal malen verdovende middelen samen met [verdachte] opgehaald bij [betrokkene 8]. Deze verdovende middelen waren dan bestemd voor de "buitenlanders", onder andere [betrokkene 1] en [betrokkene 7]."

6. Het Hof heeft, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, vastgesteld dat verdachte tussen 12 mei 1999 en 16 mei 1999 herhaaldelijk contact heeft gehad met de Duitser "[betrokkene 1]" - van wie in verdachtes telefoonklapper een Duits telefoonnummer staat vermeld - en aan deze softdrugs (weed en hashish) heeft verkocht en vervolgens een bedrag van DM 25.620,= tot zijn beschikking heeft gekregen. Aldus heeft het Hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat verdachte - minstgenomen - zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat genoemde softdrugs naar het buitenland werden gebracht en dat daarmee zijn opzet daarop voorwaardelijk was gericht.(1)

7. Uit het voorgaande volgt dat het Hof de bewezenverklaring uit de gebezigde bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden. 's Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, het geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoeft geen nadere motivering.

8. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 30 januari 2001, NJ 2001, 256, rov. 3.5.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2004, 180
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?