Nr. 02287/03
Mr. Vellinga
Zitting: 27 april 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 2 en 3 subsidiair "opzetheling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.
2. Namens verdachte heeft mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechting nietig is nu niet is gebleken dat de Advocaat-Generaal zijn schriftelijke vordering heeft overgelegd.
4. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Bij de stukken bevindt zich de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal gedateerd 21 november 2001 waarvan in het proces-verbaal van de zitting van het Hof van dezelfde datum wordt gemeld dat deze is overgelegd.
5. Het middel kan worden afgedaan met de in artikel 81 RO bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG