ECLI:NL:PHR:2004:AP2052

ECLI:NL:PHR:2004:AP2052, Parket bij de Hoge Raad, 07-09-2004, 02248/03

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 07-09-2004
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 02248/03
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2004:AP2052
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Aanwenden rechtsmiddel door gedetineerde. Een gedetineerde verdachte kan een rechtsmiddel aanwenden d.m.v. een schriftelijke verklaring – waaraan verder geen vormvereisten zijn gesteld – die hij doet toekomen aan het hoofd van het gesticht. Daarmee strookt niet het systeem waarbij de gedetineerde eerst een briefje moet invullen waarin hij het doel van het door hem aangevraagde gesprek, namelijk het instellen van appèl, moet vermelden om vervolgens in de gelegenheid te worden gesteld een schriftelijke verklaring ex art. 451a Sv op te stellen en te ondertekenen (HR DD 96.073). Het hof had bij het oordeel over de tijdigheid van het instellen appèl niet in het midden mogen laten wanneer verdachte aan het hoofd van de p.i. waar hij was gedetineerd, schriftelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij appèl wenste in te stellen.

Uitspraak

Nr.02248/03

Mr. Jörg

Zitting 15 juni 2004

Conclusie inzake:

[verzoeker=verdachte]

1. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft bij arrest van 1 augustus 2003 verzoeker vanwege overschrijding van de appèltermijn niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.

2. Namens verzoeker heeft mr. drs. M.L. Marcus-Daniëls, advocaat te Rijen, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt erover dat het hof verzoeker ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard aangezien het verzoeker niet te verwijten valt dat het appèl tardief is ingesteld.

4. Op 17 april 2003 heeft de rechtbank te Breda verzoeker veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf. Verzoeker is ter terechtzitting van 3 april 2003 verschenen zodat ingevolge art. 408 Sv het hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak van 17 april 2003, moest worden ingesteld. De laatste dag voor het instellen van beroep was derhalve 1 mei 2003.

5. Verzoeker heeft op 2 mei 2003 vanuit de penitentiaire inrichting hoger beroep ingesteld door het invullen van een verklaring ex art. 451a, eerste lid, Sv.

6. Blijkens het proces-verbaal van terechtzitting van 18 juli 2003 heeft verzoeker het volgende verklaard:

"In de gevangenis kun je een briefje invullen dat je hoger beroep wil aantekenen. Vervolgens komt er iemand langs van de afdeling bevolking en wordt de akte hoger beroep opgemaakt. Dit duurt echter vaak een dag of twee. Ik heb kennelijk verkeerd geteld. Ik heb de akte hoger beroep direct laten faxen."

7. Vervolgens heeft de advocaat-generaal tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker gerekwireerd aangezien er geen verschoonbare reden is aangetoond voor het te laat aantekenen van het appèl.

8. Voorts heeft de raadsvrouwe het volgende aangevoerd:

"Dat verdachte te laat is geweest met het instellen van het hoger beroep is mogelijk een verrekening van zijn kant geweest. Het is erg vervelend maar ik refereer me aan het oordeel van het hof."

9. Het hof heeft geen overweging gewijd aan het betoog van verzoeker dat hij wel bijtijds een sprekersbriefje had ingevuld, maar dat hij pas enkele dagen later werd 'geholpen'. Het hof heeft enkel vastgesteld dat verzoeker op 2 mei appèl instelde. Daarmee heeft het hof de juistheid van verzoekers verklaring in het midden gelaten. Aangezien de wettelijke regeling van het instellen van een rechtsmiddel vanuit een penitentiaire inrichting niet voorschrijft dat de veroordeelde eerst een sprekersbriefje invult alvorens door de afdeling bevolking van de inrichting 'geholpen' te kunnen worden, laat de beweerde gang van zaken de conclusie toe dat verzoeker wèl tijdig hoger beroep heeft willen instellen (zie HR 24 oktober 1995, ZD0258).

10. Dat verzoeker zichzelf niet helemaal vrij pleitte, doordat hij - kennelijk op de hoogte van gang van zaken in de inrichting - zichzelf verwijt zich een paar dagen te hebben verrekend (verzoeker was één dag te laat) werpt geen ander licht op de zaak en mag hem mijns inziens niet worden tegengeworpen: wie op de laatste dag van de appèltermijn tijdens kantooruren aan een functionaris van de inrichting van wiens medewerking hij afhankelijk is te kennen geeft hoger beroep te willen instellen, is hoe dan ook op tijd. Deze regeling is evengoed van openbare orde, als die volgens welke de appèltermijn op de 15e dag verstreken is.

11. Aangezien niet is komen vast te staan op welk moment verzoeker zich tot de inrichtingsfunctionaris heeft gewend voor diens bijstand bij het opmaken van de appèlakte zal onderzoek daarnaar alsnog dienen plaats te vinden. Het middel mist feitelijk grondslag voor zover het uitgaat van niet vastgestelde feiten, maar is gegrond voor zover het klaagt over de gang van zaken, waaraan ik de ambtshalve overweging toevoeg dat het hof de beweerde gang van zaken niet in het midden mocht laten op straffe van blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting.

12. Naar aanleiding van het middel acht ik het beroep ambtshalve gegrond. Verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof is aangewezen.

13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en verwijzing.

De Procureur-Generaal

Bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?