Nr. 02876/03
Mr Machielse
Zitting 21 september 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verdachte op 5 maart 2003 voor diefstal, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van vijftig uren en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd als in het arrest vermeld.
2. Verdachte heeft cassatie ingesteld en mr G.E.M. van der Gun, advocaat te Dordrecht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt over de ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering. Niet duidelijk is of het voegingsformulier benadeelde partij wel is ingediend door een bestuurder dan wel een gemachtigde van de gedupeerde rechtspersoon.
3.2. Ter terechtzitting in hoger beroep is eveneens een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering op dezelfde grond. Het hof heeft zich in zijn arrest niet over dit verweer uitgelaten maar de benadeelde partij ontvangen.
Het voegingsformulier vermeldt als benadeelde [A].(1) Het onderdeel 'gemachtigde van benadeelde' is niet ingevuld. Het formulier is ondertekend door '[betrokkene 1]'.(2)
Inderdaad blijkt niet dat [betrokkene 1] statutair bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen.(3) Nu dienaangaande verweer is gevoerd had het hof zich hierover moeten uitlaten. Ik merk ten overvloede op dat dit bezwaar niet de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel raakt, omdat deze onafhankelijk is van de voeging van de benadeelde partij.(4)
Ik acht het middel gegrond.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, maar enkel voorzover daarin de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, tot vernietiging in zoverre van het bestreden arrest en tot verwijzing naar een aangrenzend hof, dat zich opnieuw over de vordering van de benadeelde partij zal dienen te buigen.(5)
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Vanaf 1 april 2003 is [C] de rechtsopvolger van [A].
2 Blijkens een e-mail in het proces-verbaal van opsporing betreft het de vestigingsmanager van [A]. Aan een zich in het dossier bevindend antwoordformulier, vanwege [A] ingevuld, is een visitekaartje gehecht waaruit inderdaad blijkt dat [betrokkene 1] vestigingsmanager is.
3 Vgl. DD 1995.055.
4 HR NJ 1999, 246, rov. 4.6.3.
5 Ik realiseer mij dat de benadeelde partij wellicht geen behoefte heeft aan een toewijzing van de vordering nu ook een schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. Maar omdat niet op voorhand vaststaat dat de benadeelde partij geen prijs stelt op een eigen executoriale titel ligt het niet in de rede dat de Hoge Raad zelf alsnog de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaart en het daarbij laat.