Griffienr. 00694/05
Mr. Wortel
Zitting:25 oktober 2005
Conclusie inzake:
[verzoeker=verdachte]
1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarbij verzoekster is vrijgesproken van hetgeen haar als feiten 4, 5 en 6 was tenlastegelegd, en wegens (3) "medeplegen van witwassen", is veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijkomende beslissingen, met name ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen.
2. Namens verzoeker heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende cassatieklachten ingediend.
3. Deze zaak vertoont samenhang met de zaken die bij de Hoge Raad bekend zijn onder de griffienummers 00693/05 en 00695/05, waarin ik heden eveneens concludeer.
4. Het enige middel bevat de klacht dat het bewezenverklaarde ten onrechte is gekwalificeerd als hierboven vermeld en/of een zwaardere straf is opgelegd dan de wet toestaat, althans de beslissingen betreffende de kwalificatie van het feit en de straftoemeting onbegrijpelijk zijn.
5. Terecht wijst de steller van het middel er op dat de bewezenverklaring inhoudt dat verzoekster "redelijkerwijs had moeten vermoeden" dat grote hoeveelheden geld, die verzoekster tezamen met anderen voorhanden heeft gehad, van misdrijf afkomstig waren.
Uit een nadere bewijsoverweging blijkt overigens dat hier geen verkeerde keuze is gemaakt tussen de alternatieven ("wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden") die de tenlastelegging noemt.
6. Het bewezenverklaarde feit kan derhalve alleen het in art. 420ter Sr omschreven culpoze witwassen opleveren, waarop een maximale gevangenisstraf van één jaar is gesteld.
7. Het middel treft doel.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van de beslissing omtrent de strafbaarheid van het feit, de bepaling van de hoofdstraf alsmede de wettelijke bepalingen waarop de straf is gegrond, en terug- of verwijzing van de zaak teneinde in zoverre opnieuw te worden afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,