Nr. 01040/05
Mr. Vellinga
Zitting: 15 november 2005
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage wegens overtreding van artikel 112, lid 1, van de Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982(1) veroordeeld tot een geldboete van € 50,-, subsidiair een dag hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr. E.Th. Hummels, advocaat te Zeist, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve merk ik het volgende op. Ingevolge het bepaalde in art. 395 lid 2 onder c Sv wordt het vonnis van de Kantonrechter in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen indien binnen drie maanden een gewoon rechtsmiddel tegen een op tegenspraak gewezen vonnis is aangewend. In dit geval is beroep in cassatie ingesteld op de dag waarop het vonnis is gewezen. Overeenkomstig het voorschrift van art. 395a lid 1 Sv is van de behandeling ter terechtzitting proces-verbaal opgemaakt. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 april 2004 heeft de Kantonrechter uitspraak gedaan "conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis". In het dossier bevindt zich deze aantekening mondeling vonnis. Daaruit blijkt van het feit dat het vonnis op tegenspraak is gewezen, van de kwalificatie van het strafbare feit, de pleegdatum en de opgelegde straf.(2)
4. De wijze waarop het vonnis in het proces-verbaal van de zitting moet worden aangetekend is bepaald in de Ministeriële regeling van 2 oktober 1996.(3) Het tweede lid van die regeling schrijft voor dat het mondeling vonnis als bedoeld in art. 395 lid 2 Sv - kort gezegd en voor zover hier van belang - de volgende gegevens moet bevatten:
a. de inhoud van de tenlastelegging;
b. de bewijsmiddelen;
c. de bewezenverklaring;
d. de kwalificatie;
e. de toegepaste wettelijke voorschriften;
f. de beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het feit;
g. ()
h. de opgelegde straf of maatregel en in voorkomende gevallen de strafmotivering naar de eisen genoemd in art. 359 lid 4, 6, 7 en 8 Sv.
5. Uit het bovenstaande volgt dat het vonnis niet op de voorgeschreven wijze is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de in art. 80 lid 2 RO bedoelde vormen zijn nageleefd. Dit dient te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.(4)
6. Het middel behoeft geen bespreking.
7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt en de zaak verwijst naar gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Na verbeterde lezing; het vonnis vermeldt als kwalificatie "Overtreding van COMPAS/APV".
2 Zie art. 395a lid 2 onder 1° - 3° Sv.
3 Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep (2 oktober 1996, Stcrt. 1996, 197).
4 Vgl. HR 22 februari 2000, nr. 111.936, HR 1 februari 1985, NJ 1986, 404; HR 20 maart 1984, NJ 1984, 550; HR 27 maart 1979, NJ 1979, 386.