Nr. 07/12742 P
Mr Jörg
Zitting 22 december 2009
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Bij arrest van 19 april 2007 heeft het gerechtshof te 's-Hertogenbosch het bedrag waarop het wederechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 1.330,00 en de betalingsverplichting vastgesteld op nihil.
2. De advocaat-generaal bij het hof heeft in cassatie ingesteld en een schriftuur, houdende één middel van cassatie voorgesteld. Namens verzoeker heeft mr. E. Maessen het cassatieberoep tegengesproken.
3. Het middel keert zich tegen het oordeel van het hof dat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen acht mag worden geslagen op het voordeel uit de als 5 tenlastegelegde overtreding verkregen omdat het openbaar ministerie ten aanzien van dat feit niet-ontvankelijk is verklaard in de vervolging wegens verjaring.
4. In het middel wordt onder 6 voorvoeld dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren wegens gebrek aan een ander belang dan dat van duidelijkheid voor de rechtspraktijk. Dat is een juist gevoel, waaraan meewerkt dat de Hoge Raad zich inmiddels in zijn arrest van 7 juli 2009 LJN BI2307 over dezelfde rechtsvraag heeft uitgesproken.
5. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G