ECLI:NL:PHR:2010:BM4302

ECLI:NL:PHR:2010:BM4302, Parket bij de Hoge Raad, 29-06-2010, 08/01783

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 29-06-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 08/01783
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2010:BM4302
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Opgave van de bewijsmiddelen, bekennende verdachte. Art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2007, 108. ’s Hofs oordeel dat hier kon worden volstaan met een opgave is onjuist. Conclusie AG: vernietiging, maar op een andere grond.

Uitspraak

Nr. 08/01783

Mr. Vellinga

Zitting: 11 mei 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het gerechtshof te Arnhem heeft verdachte wegens strafbare feiten veroordeeld tot straffen als in het arrest vermeld. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd, een en ander op de wijze als weergegeven in het arrest.

2. Namens verdachte heeft mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van het derde feit.

4. Ten aanzien van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat hij;

"hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 juli 2006 tot en met 23 september 2006 in de gemeente Duiven (te weten op/aan [adres] nr. 1 en/of 6) telkens tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig goed, geheel of ten dele aan toebehorende aan [A] en/of aan [B] , waarbij verdachte en zijn mededader het weg te nemen goed telkens onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak (de bevestigingen van voornoemde bliksemafleiders werden doorgeknipt/verbroken)."

5. Door het Hof zijn ten aanzien van dit feit vier bewijsmiddelen gebezigd. Daarbij heeft het Hof - afgezien van inhoudelijke weergave van verdachtes bekennende verklaring ter terechtzitting in hoger beroep - volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359 lid 3, laatste volzin, Sv.

6. De voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte heeft betrekking op diefstal van aluminium in de periode van 19 juli 2006 tot en met 23 september 2006 in de gemeente Duiven. Twee van de andere door het Hof gebezigde bewijsmiddelen hebben betrekking op diefstal van koperen leidingen op respectievelijk het adres [adres] te Duiven. Voorts heeft het Hof nog als bewijs gebezigd een verklaring van de verdachte dat hij -kort gezegd- bij een bedrijf dat naast een hele grote mast op de [a-straat] te Duiven staat, koperdraad heeft gestolen, en dat hij aluminiumdraad heeft gestolen vanaf een mast die op de kruising van de [b-straat] met de [c-straat] te Duiven staat (geen data en/of namen van gebouwen en/of bedrijven genoemd).

7. De andere bewijsmiddelen bieden dus in elk geval geen steun aan verdachtes voor het bewijs gebezigde verklaringen voor wat betreft de diefstal van het aluminium. Hetzelfde lijkt te gelden verdachtes verklaring over koperdiefstal(1). Een en ander brengt mee dat het bepaalde in art. 342 lid 2 Sv is geschonden.(2)

8. Het middel slaagt.

9. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 3 april 2008 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan vierentwintig maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en dient te worden teruggewezen of verwezen.(3)

10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de bewezenverklaring van feit 3, voor wat betreft de strafoplegging, voor wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en voor wat betreft de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel, tot terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Een blik op googlemaps leert dat [adres] 1 en [adres] 6 verschillende panden zijn. Voorts houdt de aangifte t.a.v. [adres] 1 als pleegdatum in 19 juli-21 juli en de pleegdatum in de aangifte t.a.v. [adres] 6 1 september tot 23 september. In de laatstgenoemde verklaring van de verdachte t.a.v. de diefstal van koperen leidingen (bewijsmiddel 11) wordt geen specifiek adres of een datum genoemd.

2 HR 26 januari 2010, LJN: BK2094, NJB 2010, 341.

3 HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358, rov. 3.5.3.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2010/873
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?