Nr. 08/03690
Mr. Vellinga
Zitting: 18 mei 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is op 3 juni 2008 door het Gerechtshof te Amsterdam bij verstek veroordeeld tot straf als in het arrest vermeld.
2. Namens verdachte heeft mr. J.M.M. Heilbron, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Nu uit de op voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken niet blijkt dat een afschrift van de appeldagvaarding is gezonden aan het in de appelakte vermelde adres - van welk adres niet is vastgesteld of uit de gedingstukken blijkt dat dit ten tijde van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep reeds achterhaald was - slaagt het middel.(1)
4. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 26 november 1996, NJ 1997, 279 en HR 12 maart 2002, LJN AD5163, NJ 2002, 317, m. nt. Sch, rov. 3.38.