Nr. 09/00387 P
Mr. Vellinga
Zitting: 1 juni 2010
Conclusie inzake:
[Betrokkene = veroordeelde]
1. De veroordeelde heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het ontnemingsarrest van het Gerechtshof te Arnhem d.d. 5 september 2008.
2. Namens veroordeelde heeft mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 09/00382 en 09/00387P. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
Het eerste middel
4. Het Hof heeft een beroep op schending van de redelijke termijn uitgebreid gemotiveerd verworpen. Daar komt het middel niet tegenop.
5. In cassatie is gelet op de datum van instellen van het beroep in cassatie en de datum van binnenkomst van de stukken bij de Hoge Raad (vooralsnog) geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
6. Het middel faalt.
Het tweede middel
7. De verwerping van het verweer dat er geen eerdere oogst heeft plaatsgevonden ligt besloten in het oordeel van het Hof dat en waarom er een eerdere oogst heeft plaatsgevonden.(1) Het middel mist derhalve feitelijke grondslag.
8. Het middel faalt.
Het derde middel
9. Nu de raadsman blijkens zijn pleitnotities ter terechtzitting in hoger beroep van 22 augustus 2008 heeft aangevoerd(2) dat de elektriciteitskosten ten bedrage van € 22.963,47 in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel dienen te worden betrokken en daarbij ter staving van die kosten heeft verwezen naar de zich in het strafdossier bevindende aangifte van Nuon waarin dat bedrag als kosten van elektriciteitsgebruik wordt genoemd(3), kan dit standpunt bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van het Hof naar voren is gebracht. Het Hof is bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt afgeweken maar heeft - in strijd met art. 359, tweede lid, Sv - niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dat verzuim heeft ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid tot gevolg.
10. Het middel slaagt.
11. Het eerste en tweede middel kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie p. 2 van het bestreden arrest.
2 P. 4.
3 Doorgenummerde pagina's 27 en 28 van het dossier in de strafzaak, bij de Hoge Raad aanhangig onder nummer 09/00382.