Nr. 09/04298
Mr. Machielse
Zitting 1 juni 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam heeft zich op 3 november 2008 deels onbevoegd verklaard, en voor het overige het OM niet ontvankelijk verklaard in de strafvervolging. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld. Op 14 oktober 2009 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage het vonnis waarvan beroep vernietigd, de kantonrechter in de Rechtbank Rotterdam bevoegd en het OM ontvankelijk in de vervolging verklaard.
2. Mr. N.J.R.M. Elings, advocaat te 's-Gravenhage, heeft cassatie ingesteld. Mr. M.J. van Dam, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende 15 middelen van cassatie.
3. Beroep in cassatie tegen vonnissen en arresten die geen einduitspraak zijn is ingevolge art. 428 Sv slechts mogelijk gelijk met dat tegen de einduitspraak. De bestreden beslissing bevat geen einduitspraken zodat het cassatieberoep niet ontvankelijk is.(1)
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 30 november 1999, NJ 2000, 345, m.nt. Mevis .