ECLI:NL:PHR:2010:BM8040

ECLI:NL:PHR:2010:BM8040, Parket bij de Hoge Raad, 14-09-2010, 09/00323

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-09-2010
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/00323
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2010:BM8040
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Strafmotivering. HR: ’s Hofs overwegingen bevatten i.s.m. art. 359.6 Sv geen opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf (hechtenis). Conclusie AG: anders.

Uitspraak

Nr. 09/00323

Mr. Vellinga

Zitting: 8 juni 2010

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is op 12 oktober 2007 door het Gerechtshof te Amsterdam bij verstek veroordeeld tot de straf als in het arrest vermeld.

2. Namens verdachte heeft mr. J.M. Lintz, advocaat te Rotterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.

Het eerste middel

3. Tot de aan de Hoge Raad op voet van art. 434 lid 1 Sv toegezonden gedingstukken behoort een faxbericht van de raadsvrouw van verdachte gericht aan de strafgriffie van het Gerechtshof te Amsterdam, gedateerd 16 augustus 2007, waarin zij zich onder vermelding van datum en tijd van de terechtzitting in hoger beroep, en onder vermelding van onder meer het parketnummer van de onderhavige zaak, als raadsvrouw van de verdachte stelt en daarnaast verzoekt om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Voorts is op het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep aangetekend dat een afschrift aan de raadsvrouw is verstrekt op '12/10'.

4. Gelet op de uit genoemd faxbericht blijkende bekendheid van de raadsvrouw met het tijdstip van de behandeling van de zaak in hoger beroep, behoefde het Hof - anders dan het middel wil - in de afwezigheid van de raadsvrouw ter terechtzitting geen aanleiding te zien de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de raadsvrouw in de gelegenheid te stellen alsnog de verdediging te voeren.(1) Dat een afschrift van de dagvaarding kennelijk eerst op de dag van de terechtzitting aan de raadsvrouw is verstrekt doet aan haar uit het schrijven van 16 augustus 2007 blijkende bekendheid met dag en uur van de terechtzitting niet af.

5. Het eerste middel faalt.

Het tweede middel

6. Het tweede middel faalt, gelet op HR 3 juli 2007, LJN BA3128.(2)

7. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 8 september 1998, NJ 1998, 905 en HR 9 december 2003, LJN AM0201, NJ 2004, 133.

2 Zie ook HR 4 december 2007, LJN BB7122.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2010/1082 NJB 2010, 1829
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?