Nr. 09/02325 B
Mr. Vellinga
Zitting: 6 juli 2010
Conclusie inzake:
[Klaagster]
1. De Rechtbank te Almelo heeft bij beschikking van 27 mei 2009 klaagster niet ontvankelijk verklaard.
2. Namens klaagster heeft mr. M.L Groen, advocaat te Waddinxveen, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank een onjuiste beslissing heeft genomen nu gemotiveerd is aangevoerd dat er geen sprake was van wederrechtelijk verkregen voordeel.
4. De Rechtbank heeft in zijn vonnis als volgt overwogen.
"De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de eerdere beschikking van de rechtbank d.d. 27 augustus 2008 waarin het eerdere klaagschrift ongegrond werd verklaard en het interlocutoir vonnis d.d. 6 oktober 2008 waarin een nadere vermogensvergelijking van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd bevolen, het een doorkruising van die aangehouden ontnemingszaak zou zijn om thans een beslissing te nemen over de onder klaagster inbeslaggenomen goederen.
Aldus vordert het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag en dient klaagster niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beklag."
5. De Rechtbank heeft klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar beklag tegen het conservatoire beslag op haar toebehorende goederen omdat het beklag de ontnemingszaak zou doorkruisen. Een dergelijke grond voor afwijzing van het beklag kent de wet niet.
6. Het betoog van de raadsman van klaagster komt erop neer dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelende, tot een uitspraak zal komen die tot verhaal van wederrechtelijk verkregen voordeel op de conservatoir inbeslaggenomen goederen zal leiden. De Rechtbank is hier ten onrechte aan voorbij gegaan. Zou het betoog van de raadsman juist zijn, dan kan het beslag immers niet in stand blijven.(1)
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
9. Omdat de ontnemingszaak nog bij de Rechtbank aanhangig is en de Rechtbank nog niet aan inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift is toegekomen, heeft terugwijzing naar de Rechtbank mijn voorkeur.(2)
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de Rechtbank te Almelo teneinde op het bestaande klaagschrift te beslissen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie bijvoorbeeld: HR 1 oktober 2002, NJ 2002, 614 rov. 3.3, waar de Rechtbank de juiste toets aanlegde.
2 Vgl. HR 3 januari 2006, LJN AU6781 en R. Kuiper, 552a-beklag tegen 94(a)beslag, Strafblad 2008, p. 83-111, i.h.b. p. 96.