ECLI:NL:PHR:2011:BP4595

ECLI:NL:PHR:2011:BP4595, Parket bij de Hoge Raad, 05-04-2011, 09/04490

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 05-04-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/04490
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2011:BP4595
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0006622

Samenvatting

Strafoplegging. Art. 57 Sr. Conclusie AG: Nu sprake is van samenloop van misdrijven waarop een gelijksoortige hoofdstraf is gesteld, had het Hof voor zover het betreft de ten aanzien van deze feiten afzonderlijk opgelegde hoofdstraffen één straf(combinatie) moeten opleggen. HR leest strafoplegging verbeterd.

Uitspraak

Nr. 09/04490

Mr. Silvis

Zitting 8 februari 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is bij arrest van 16 februari 2009 door het gerechtshof te Amsterdam ter zake van 1. "overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "overtreding van artikel 9, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld. Het hof heeft voor deze feiten afzonderlijke straffen opgelegd. Ten aanzien van feit 1 is verdachte veroordeeld tot een geldboete van € 1500,=, subsidiair 25 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Ten aanzien feit 2 heeft het hof aan verdachte opgelegd een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. M. Mulder, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het hof, in strijd met het bepaalde in art. 287, derde lid en onder b, Sv, niet heeft bevolen de hernieuwde oproeping van getuige [getuige 1].

4. Het hof heeft bij interlocutoir arrest d.d. 24 oktober 2008 het onderzoek in de zaak heropend en de oproeping van de getuigen [getuige 2], [getuige 1] en. [getuige 3] bevolen. Daarop is het onderzoek geschorst tot de terechtzitting d.d. 2 februari 2009.

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof op 2 februari 2009 houdt - voor zover hier van belang - als volgt in:

"(...)

De voorzitter deelt mede dat bij tussenarrest van 24 oktober 2008 is beslist dat het hof het verhoor van een drietal getuigen noodzakelijk heeft geoordeeld. Hij stelt vast dat ter terechtzitting zijn verschenen de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] en dat de getuige [getuige 1] niet is verschenen.

(...)

Desgevraagd door de voorzitter deelt de verdachte mede dat wat hem betreft de niet verschenen getuige [getuige 1] niet opnieuw opgeroepen hoeft te worden. Hij merkt op dat de behandeling van de zaak al erg lang duurt.

De advocaat-generaal deelt mede dat hij zich refereert aan het oordeel van het hof.

Na beraad deelt de voorzitter hierop als beslissing van het hof mede dat het hof afziet van de herhaalde oproeping van [getuige 1] als getuige.

(...)"

6. Volgens de toelichting op het middel had het hof de hernieuwde oproeping van getuige [getuige 1] moeten bevelen, nu verdachte noch de advocaat-generaal bij het hof uitdrukkelijk hebben ingestemd met het afzien van een hernieuwde oproeping van deze getuige (art. 288, derde lid, Sv).

7. Dat het hof de verklaring van verdachte dat "wat hem betreft de niet verschenen getuige [getuige 1] niet opnieuw opgeroepen hoeft te worden" heeft opgevat als een uitdrukkelijke instemming van verdachte om af te zien van hernieuwde oproeping van deze getuige, is niet onbegrijpelijk. Hetzelfde geldt voor de verklaring van de advocaat-generaal dat hij zich aan het oordeel van het hof refereert. Hierdoor heeft de advocaat-generaal er uitdrukkelijk mee ingestemd, indien het hof beslist de getuige niet opnieuw op te roepen. Het middel is dan ook tevergeefs voorgesteld.

8. Ambtshalve merk ik nog het volgende op over de door het hof opgelegde straf. Art. 57, eerste lid, Sr verplicht het hof om bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, één straf op te leggen.

9. In dit geval is sprake van samenloop van de feiten "overtreding van art. 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994" en "overtreding van art. 9, vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994". Deze feiten zijn op zichzelf staande handelingen die, ingevolge art. 176, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, misdrijven opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraf is gesteld. Het hof had, voor zover het betreft de ten aanzien van deze feiten afzonderlijk opgelegde hoofdstraffen (ten aanzien van feit 1: een geldboete van € 1500,=, subsidiair 25 dagen hechtenis en ten aanzien feit 2: een werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis), dan ook één straf(combinatie) moeten opleggen. In zoverre voldoet de strafoplegging van het hof niet aan het bij wet bepaalde. Deze misslag behoeft echter niet te leiden tot terugwijzing van de zaak, in aanmerking genomen dat de afzonderlijk door het hof opgelegde straffen niet tot een ontoelaatbare cumulatie van straffen leidt. De Hoge Raad kan de misslag zelf verbeteren.

10. Wat betreft de door het hof ten aanzien van feit 1 opgelegde bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van tien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, heeft de Hoge Raad bepaald dat art. 60 Sr niet van toepassing is op de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen en dat derhalve voor ieder verkeersdelict afzonderlijk een ontzegging dient te worden uitgesproken (vlg. HR 27 februari 1990, LJN ZC8490 en HR 6 mei 1986, LJN AB9413, NJ 1987/78). De strafoplegging van het hof voldoet in zoverre wel aan de eisen der wet.

11. Het voorgestelde middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

12. Gronden, behoudens de onder punt 9 vermelde, waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2011/173 RvdW 2011/516
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?