ECLI:NL:PHR:2011:BP6052

ECLI:NL:PHR:2011:BP6052, Parket bij de Hoge Raad, 12-04-2011, 09/04383

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 12-04-2011
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 09/04383
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2011:BP6052
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

1. Geen schriftuur verdachte. 2. Schriftuur benadeelde partij. Is HR bevoegd tot beoordeling van schriftuur van b.p., indien namens verdachte geen schriftuur is ingediend? Ad 1. Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Ad 2. Art. 421.4 Sv voorziet in instellen van hoger beroep door b.p. tegen afwijzing van haar vordering door rechter in eerste aanleg indien noch verdachte noch OM h.b. heeft ingesteld. Wet bevat geen regeling t.a.v. instellen van beroep in cassatie door b.p. indien haar vordering door rechter in h.b. in strafgeding n-o is verklaard dan wel is afgewezen en noch verdachte noch OM cassatieberoep heeft ingesteld. Evenmin bevat wet zo’n regeling voor het geval de verdachte onderscheidenlijk OM in ingesteld cassatieberoep niet kan worden ontvangen. Daaruit moet worden afgeleid dat wetgever van dergelijke voorziening niet heeft willen weten. Dat brengt mee dat HR in genoemde gevallen niet bevoegd is tot beoordeling van een ex art. 437.3 Sv ingediende schriftuur van b.p. (vgl. HR:2003:AF4207). Hieruit volgt dat namens b.p. ingediende schriftuur onbesproken moet blijven.

Uitspraak

Nr. 09/04383

Mr. Vellinga

Zitting: 15 februari 2011

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 22 oktober 2009.

2. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

3. Namens de benadeelde partij H. Prithipal, heeft mr. G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

5. Nu de verdachte niet in zijn beroep in cassatie kan worden ontvangen, is de Hoge Raad niet bevoegd tot de beoordeling van de op de voet van art. 437, derde lid, Sv ingediende schriftuur van de benadeelde partij.(1)

De door de benadeelde partij ingediende schriftuur dient derhalve onbesproken te blijven.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie HR 4 januari 2011, LJN BO4496 (niet gepubliceerd), HR 7 juli 2009, LJN BH9031 en HR 25 maart 2003, LJN AF4207, NJ 2003, 329.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?