Nr. 09/04383
Mr. Vellinga
Zitting: 15 februari 2011
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam d.d. 22 oktober 2009.
2. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
3. Namens de benadeelde partij H. Prithipal, heeft mr. G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Nu de verdachte niet in zijn beroep in cassatie kan worden ontvangen, is de Hoge Raad niet bevoegd tot de beoordeling van de op de voet van art. 437, derde lid, Sv ingediende schriftuur van de benadeelde partij.(1)
De door de benadeelde partij ingediende schriftuur dient derhalve onbesproken te blijven.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 4 januari 2011, LJN BO4496 (niet gepubliceerd), HR 7 juli 2009, LJN BH9031 en HR 25 maart 2003, LJN AF4207, NJ 2003, 329.