ECLI:NL:PHR:2012:BT2182

ECLI:NL:PHR:2012:BT2182, Parket bij de Hoge Raad, 10-01-2012, 10/03812 B

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-01-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10/03812 B
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2012:BT2182
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Beklag, beslag. Art. 552a Sv. Onder klager is ex art. 94 Sv beslag gelegd op 80 coupures van € 500,-. De Hoge Raad herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN BL2823. Het oordeel van de Rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, het bedrag verbeurd zal verklaren, is niet toereikend gemotiveerd, nu het uitsluitend is gegrond op de omstandigheid dat klager wisselend heeft verklaard over de herkomst van het geld.

Uitspraak

Nr. 10/03812 B

Mr. Knigge

Zitting: 13 september 2011

Conclusie inzake:

[Klager]

1. De Rechtbank te Haarlem heeft het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van een inbeslaggenomen geldbedrag van € 40.000,- ongegrond verklaard.

2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.

3. Namens klager heeft mr. D.M. Penn, advocaat te Maastricht, twee middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste en het tweede middel

4.1. De middelen keren zich tegen de motivering van de bestreden beschikking. Zij lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

4.2. De bestreden beschikking houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

"De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld, dat het belang van strafvordering zich tegen de teruggave van het geld verzet, onder meer nu zich te dezen niet voordoet het geval, dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, het in beslag genomen geldbedrag verbeurd zal verklaren.

De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde in raadkamer van oordeel, dat klager voorshands ongenoegzaam heeft aangetoond dat het bij hem aangetroffen geld afkomstig is uit onverdachte bron. Hij heeft daarover wisselend verklaard, zodat zich vooralsnog niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het onder klager in beslag genomen geldbedrag verbeurd zal verklaren en het belang van strafvordering zich verzet tegen de opheffing van het daarop gelegde beslag en de teruggave daarvan aan klager."

4.3. De Rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard en daartoe overwogen dat klager ongenoegzaam heeft aangetoond dat het bij hem aangetroffen geld afkomstig is uit onverdachte bron, dat klager daarover wisselend heeft verklaard, zodat zich vooralsnog niet voordoet het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het onder klager inbeslaggenomen geld verbeurd zal verklaren.

4.4. De Hoge Raad oordeelde recentelijk in een vergelijkbare zaak dat de enkele omstandigheid dat de klager en een derde wisselende en niet met elkaar overeenkomende verklaringen omtrent de herkomst en de bestemming van het geldbedrag hebben afgelegd, onvoldoende grond vormt voor het oordeel dat zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de rechter, later oordelend, het geldbedrag verbeurd zal verklaren.(1) Het oordeel van de Hoge Raad moet mijns inziens als volgt worden begrepen. Het antwoord op de vraag of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, klager wegens witwassen zal veroordelen, is afhankelijk van het voorhanden zijnde bewijsmateriaal. Over dit bewijsmateriaal dient de Rechtbank zich een oordeel te vormen. De enkele omstandigheid dat verklaringen niet met elkaar overeenstemmen, vormt op zichzelf geen bewijs. Dat geldt tevens voor de omstandigheid dat de klager de legale herkomst van het geld niet heeft aangetoond.

4.5. Gelet op het voorgaande is het oordeel van de Rechtbank dat zich vooralsnog niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het onder klager in beslag genomen geldbedrag verbeurd zal verklaren, ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat de Rechtbank haar oordeel enkel heeft gegrond op de omstandigheid dat de klager wisselend heeft verklaard over de herkomst van het inbeslaggenomen geldbedrag en onvoldoende heeft aangetoond dat het geld afkomstig is uit onverdachte bron. Of 's Hofs vaststelling dat klager wisselend heeft verklaard, begrijpelijk is, is een vraag die, gelet op het hiervoor overwogene, geen bespreking behoeft.

5. De middelen slagen derhalve.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige op analoge toepassing van art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

1 Vgl. HR 14 december 2010, LJN BO7233, NJ 2011/10.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2012/129 NJB 2012/304 NbSr 2012/62
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?