Nr. 10/04863 B
Mr. Knigge
Zitting: 15 november 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te Breda heeft bij beschikking van 5 november 2010 het door klager ingediende klaagschrift ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
4.1. Voordat ik toekom aan de bespreking van het middel, bespreek ik de vraag of klager in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.
4.2. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de Rechtbank van 5 november 2010 waarbij een klaagschrift van klager, strekkende tot teruggave aan hem van de onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen personenauto met kenteken [AA-00-BB], ongegrond is verklaard.
4.3. Uit namens mij bij de Rechtbank Breda ingewonnen inlichtingen is gebleken dat die Rechtbank inmiddels op 20 september 2011 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] vonnis heeft gewezen. De Rechtbank heeft daarbij de onder [betrokkene 1] inbeslaggenomen personenauto met kenteken [AA-00-BB] verbeurdverklaard. [betrokkene 1] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
4.4. In HR 8 januari 2008, LJN BB8989, NJ 2008/53 verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat de Rechtbank, evenals in de onderhavige zaak het geval is, tussentijds in de strafzaak vonnis had gewezen en daarin omtrent het inbeslaggenomene had beslist. Daardoor kon op het bestaande klaagschrift geen andersluidende beslissing meer volgen dan de ongegrondverklaring van het beklag. (1) Dat betekende dat de klager niet in zijn cassatieberoep kon worden ontvangen.
4.5. Hetzelfde heeft hier te gelden. Nu de rechter in de onderliggende strafzaak reeds een beslissing heeft genomen omtrent het inbeslaggenomen voorwerp, kan klager in het onderhavige cassatieberoep niet worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad klager niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
1 Zie tevens HR 13 september 2011, LJN BQ8909. In die zaak was, evenals in casu het geval is, de inbeslaggenomen auto verbeurd verklaard. Indien die verbeurdverklaring onherroepelijk is, kan de klager die geen verdachte is, daartegen opkomen met een op art. 552b Sv gebaseerd klaagschrift.