ECLI:NL:PHR:2012:BU8755

ECLI:NL:PHR:2012:BU8755, Parket bij de Hoge Raad, 14-02-2012, 11/01330 J

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-02-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/01330 J
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2012:BU8755
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Toewijzing vordering b.p. De opvatting dat voor de toewijsbaarheid van de vordering van de b.p. bewijs(minimum)regels van het Wetboek Sv in aanmerking moeten worden genomen is onjuist. Te dien aanzien gelden de regels van stelplicht en bewijslastverdeling in civiele zaken.

Uitspraak

Nr. 11/01330 J

Mr. Aben

Zitting 13 december 2011

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 13 oktober 2010 de verdachte ter zake van 1. "diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen" en 2. "diefstal" veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, waarbij het hof als bijzondere voorwaarde stelt dat de verdachte zich gedurende de proeftijd stelt onder het toezicht van Bureau Jeugdzorg te Utrecht. Voorts heeft het hof de vorderingen van de benadeelde partijen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] toegewezen tot een bedrag van € 1.500,- respectievelijk € 10.600,- en daarbij aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd, een en ander als in het arrest vermeld.

2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Mr. S.J. Daniels, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.(1)

3.1. Het middel komt uitsluitend op tegen 's hofs toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1].

3.2. Uit de toelichting kan worden afgeleid dat de steller van het middel de beslissing van het hof met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] 'onterecht gegeven' acht, omdat 's hofs beslissing tot toewijzing 'slechts [steunt op] de verklaring van de benadeelde partij en deze door geen ander bewijsmiddel[s] onderbouwd wordt.' De steller van het middel lijkt te miskennen dat de regels omtrent bewijsminima in ons strafproces niet van toepassing zijn op de (civiele) procedure betreffende de vordering van de benadeelde partij. Het middel dient dan ook te worden verworpen. Overigens heeft het hof diens oordeel omtrent bedoelde vordering voldoende gemotiveerd, terwijl dat oordeel, dat stoelt op een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg van de in dit verband relevante stukken, thans in cassatie niet verder toetsbaar is.

3.3. Het middel faalt.

4. Het middel kan niet tot cassatie leiden en kan mijns inziens met de aan artikel 81 RO te ontlenen motivering worden afgedaan.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de onder nr. 10/05054 tegen [medeverdachte] aanhangige strafzaak, waarin ik vandaag eveneens zal concluderen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NbSr 2012/135
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?