ECLI:NL:PHR:2012:BX5475

ECLI:NL:PHR:2012:BX5475, Parket bij de Hoge Raad, 09-10-2012, 11/02536

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-10-2012
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 11/02536
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2012:BX5475
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0007333 BWBR0015703

Samenvatting

Slagende bewijsklachten.

Uitspraak

Nr. 11/02536

Mr. Vellinga

Zitting: 3 juli 2012 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, wegens "Medeplegen van het in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of een tegemoetkoming, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren.

2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/00464 en 11/02536. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.

3. Namens verdachte heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld.

4. Het eerste middel klaagt over het bewijs van het weten althans redelijkerwijze moeten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor het verstrekken van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand.

5. In aanmerking genomen dat de gebezigde bewijsmiddelen onder meer inhouden dat op de verdachte en haar man verstrekte formulieren (ROF) was aangekruist dat zij niet hebben gewerkt en geen inkomsten hebben genoten en zij er aldus uitdrukkelijk op zijn gewezen dat gegevens omtrent werkzaamheden en inkomsten van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een uitkering kan het bewezenverklaarde voor zover behelzende dat verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor het verstrekken van bedoelde uitkering uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid.

6. Het middel faalt.

7. Het tweede middel klaagt dat enkele onderdelen van de bewezenverklaring niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid.

8. In de eerste plaats wordt geklaagd dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte werkzaamheden had verricht in een hennepkwekerij en/of inkomsten had uit een hennepkwekerij.

9. In de toelichting op het middel wordt er terecht op gewezen dat in geval meerdere alternatieven zijn bewezenverklaard elk van deze alternatieven uit de gebezigde bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid.(1)

10. In aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen slechts inhouden dat verdachte inkomsten heeft gehad uit de teelt en verkoop van hennep en niet (ook) dat zij zelf hennep heeft geteeld kan uit de gebezigde bewijsmiddelen bij gebreke van een nadere motivering niet worden afgeleid dat verdachte werkzaamheden heeft verricht in een hennepkwekerij. Daarbij teken ik aan dat het in de bewezenverklaring vervatte medeplegen betrekking heeft op het opzettelijk nalaten de benodigde gegevens te verstrekken en niet op het werken in een hennepkwekerij.

11. Voor zover in dit verband wordt geklaagd dat de inhoud van het relaas van de sociaal rechercheur [verbalisant 1], anders dan het Hof heeft overwogen, geen adequate weergave is van de zich in het dossier bevindende stukken, wordt miskend dat hierover in cassatie niet voor het eerst kan worden geklaagd. In dit verband merk ik op dat noch verdachte noch zijn raadsman het relaas van [verbalisant 1] voor wat betreft de inkomsten van verdachte uit de teelt en verkoop van hennep heeft betwist.

12. In de tweede plaats wordt geklaagd dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het nalaten de benodigde gegevens te verstrekken opzettelijk is geschied. Dat is niet juist. Op de formulieren was aangekruist dat de verdachten niet werkten en geen inkomsten hadden (bewijsm. 1) en verdachte heeft de formulieren ondertekend (bewijsm. 2). Het is dus niet zo dat de benodigde gegevens per ongeluk zijn weggevallen.

13. Het middel slaagt ten dele.

14. Het derde middel klaagt dat niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte opzettelijk geen opgave heeft gedaan van en heeft verzwegen dat haar echtgenoot in het bezit is geweest van een motorboot.

15. Uit de bewijsmiddelen blijkt inderdaad niet dat verdachte ervan op de hoogte was dat haar echtgenoot in het bezit was van een motorboot.(2) Het enkele feit dat zij met verdachte getrouwd was is onvoldoende om aan te nemen dat zulke kennis bij haar aanwezig is.

16. Het middel slaagt.

17. Het vierde middel klaagt dat het Hof heeft nagelaten te bevelen dat de duur van het voorarrest bij de eventuele tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf in mindering dient te worden gebracht. Volgens de toelichting op het middel is verdachte op 30 januari 2008 om 14:30 in verzekering gesteld en op 1 februari 2008 om 16:00 in vrijheid gesteld.

18. Het middel is terecht voorgesteld. Uit de aan de Hoge Raad op de voet van art. 434 lid 1 Sv gezonden stukken volgt dat verdachte de in het middel genoemde termijn in verzekering heeft doorgebracht.(3) Het Hof had ingevolge art. 27 lid 1 Sv bij het opleggen van de straf dienen te bevelen dat de tijd welke de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de eventuele tenuitvoerlegging in mindering zal worden gebracht.(4)

19. Het middel is terecht voorgedragen. De Hoge Raad kan dit gebrek herstellen.

20. Het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.

21. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

22. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 HR 22 juni 2004, LJN AO8315, NJ 2004, 439, rov. 3.4.2.

2 Zie HR 5 september 2006, LJN AW0394 voor een andere casus waarin de echtgenote in ieder geval wel wist dat haar man inkomsten had. In de zaak die tot dit arrest leidde had de vrouw verklaard dat zij nimmer aan haar man had gevraagd hoeveel hij verdiende en dat zij een beetje wist wat er op de uitkeringsformulieren stond die zij mede had ondertekend. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof uit de bewijsmiddelen kon afleiden dat de vrouw zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het werkelijke aantal door haar echtgenoot gewerkte uren niet in de formulieren was opgegeven. Overigens hield de veroordeling geen stand omdat gelet op een gevoerd verweer dat de echtgenoot alles regelde, zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was en dat zij van de sociale dienst geen uitleg had gekregen van de regels en voorwaarden, de motivering van het bewezenverklaarde opzet tekortschoot volgens de Hoge Raad.

3 P. 24 van het politiedossier.

4 Vgl. HR 28 januari 1997, LJN ZD625, NJ 1997, 408 en HR 28 oktober 2008, LJN BF0563.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2012/1305
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?