“dossierDe raadsman merkt op dat hij getracht heeft om het vonnis in de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] te verkrijgen, maar dat het niet is gelukt. De voorzitter merkt op dat het afzonderlijke zaken betreft en dat bedoeld vonnis geen deel uitmaakt van het onderhavige dossier. De raadsman merkt op dat hij een afschrift van het vonnis wil.
De procureur-generaal, door de voorzitter in de gelegenheid gesteld om te reageren, merkt -zakelijk weergegeven- het volgende op:
Het zijn verschillende verdachten. Het gerecht in eerste aanleg heeft terecht voor elke verdachte een afzonderlijk vonnis gewezen. Deze raadsman heeft zich alleen voor deze verdachte gesteld, dus heeft alleen het vonnis in de zaak tegen deze verdachte gekregen. Uitspraken zijn openbaar, maar het verstrekken van […] vonnissen in de zaken van anderen is een ander verhaal. Ik verzet me daartegen. Ik heb het vonnis wel bij mij.
De raadsman merkt -zakelijk weergegeven- het volgende op:
Ik begrijp de bezwaren van de procureur-generaal niet. In dat vonnis komt onder meer de criminele organisatie aan de orde waarvan deelname ook aan mijn cliënt wordt verweten. Ik acht het van belang om te weten wat daarover is overwogen en wat daaraan ten grondslag ligt.
De procureur-generaal merkt -zakelijk weergegeven- het volgende op:
De raadsman moet uitgaan van het dossier zoals dat thans voor ons ligt. Er zijn inderdaad een aantal feiten als medeplegen ten laste gelegd. Maar de raadsman heeft zich niet gesteld voor de medeverdachte en hoeft daarom ook niet het vonnis in diens zaak te krijgen.
beraad
Het Hof trekt zich terug voor beraad in deze
hervatting
De voorzitter hervat het onderzoek ter terechtzitting en deelt vervolgens de beslissing van het Hof mede:
Er bestaat een procedure voor het verkrijgen van vonnissen in zaken waarin met [bedoeld zal zijn: men (PV)] niet persoonlijk is betrokken. Bij een dergelijk verzoek wordt er door het Hof contact opgenomen met de advocaat van de betreffende verdachte en gevraagd of er bezwaren zijn tegen afgifte van een afschrift in verband met de privacy. Dat kan nu niet worden gedaan. Het Hof beschikt thans overigens ook niet over het vonnis. Het verzoek wordt derhalve afgewezen.”
Het middel stelt – ongemotiveerd – dat het verzoek van de raadsman tot het verkrijgen van een afschrift van het vonnis van de medeverdachte [medeverdachte] dient te worden verstaan als een verzoek tot een voorziening als bedoeld in art. 43 Sv Aruba, om vervolgens te stellen dat de motivering van het Hof van de afwijzing van bedoeld verzoek in strijd is met het bepaalde in dat artikel.
De steller van het middel lijkt er daarmee (ten onrechte) vanuit te gaan dat het Hof het verzoek tot het verkrijgen van het vonnis gewezen in de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] daadwerkelijk heeft opgevat als een verzoek als bedoeld in art. 43 Sv Aruba, hetgeen geenszins het geval is. Het middel berust daarmee op een verkeerde lezing van het arrest van het Hof en mist derhalve feitelijk grondslag.
De middelen falen en het tweede middel kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG