B1
De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
B2
De raadsman heeft namens verdachte bepleit dat hij wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft hiertoe - kort samengevat - aangevoerd dat
a.
uit de bewijsmiddelen niet kan blijken dat verdachte heeft geweten van de aanwezigheid van het geldbedrag in de Volkswagen Golf. In het bijzonder heeft verdachte daartoe nog aangevoerd dat het heel gebruikelijk is dat bewoners van het kamp van elkaars auto gebruik maken.
b.
het enkele voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen/verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp. Indien er derhalve al sprake is van enige relatie tussen de persoon van verdachte en het in die auto aangetroffen geldbedrag, brengt dit - aldus de raadsman - nog niet mee dat verdachte zich schuldig maakt aan witwassen.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
B3.1
Het hof stelt op grond van dossier alsmede het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.
- Op 22 december 2009 vond er een doorzoeking van de woning [a-straat 1] te Eindhoven plaats. Vaststaat dat de vader van verdachte, [medeverdachte 1] op dit adres woonachtig was op dat moment. Verdachte stond in de gemeentelijke basisadministratie ook op dit adres ingeschreven.
- Verdachte verblijft zeer regelmatig in de woning op de [a-straat 1] te Eindhoven. De vader van de verdachte heeft daarover onder meer verklaard dat verdachte, ook genoemd [verdachte], bij hem op de [a-straat 1] te Eindhoven woont en af en toe wel eens slaapt bij zijn vriendin [betrokkene 2] in Woensel (blz. 557). De vriendin [betrokkene 2] heeft daarover verklaard dat verdachte, [verdachte], bij zijn vader staat ingeschreven en daar ook altijd verblijft. Hij logeert ook wel eens bij haar (blz. 619). Op het moment van de doorzoeking was verdachte op het adres van deze vriendin aan de [b-straat 1] (p.16).
- Tijdens de doorzoeking van de woning [a-straat 1] blijkt dat naast de woning een personenauto, een grijze Volkswagen Golf met kenteken [AA-00-BB], staat geparkeerd. Deze auto staat op naam van verdachte. (p.439)
- In de auto wordt een plastic tas aangetroffen met geld in een draagtas. In de plastic tas zitten twee pakketjes geld verpakt in plastic met daarop de tekst "20.000 broertjes", een envelop met daarop de tekst "10.000 Mo" en een envelop met daarop de tekst "4.875 Shuk". (p.449)
- Op de vensterbank van de slaapkamer van medeverdachte en vader van verdachte [medeverdachte 1] in de woning aan [a-straat 1] wordt een briefje aangetroffen met daarop de tekst "2 x 20.000 broertjes 1 x 10.000 Mo 1 x 4.875 Shuk". In totaal wordt in deze auto een geldbedrag aangetroffen van ruim € 54.875,-.(p. 425)
- De sleutels van de bedoelde auto zijn in de woning [a-straat 1] aangetroffen. (p.20)
- De bedoelde Volkswagen Golf is blijkens zijn verklaring van verdachte en verdachte is er erg zuinig op;
- Uit gegevens van de belastingdienst en de boekhouding van verdachte blijkt dat verdachte de volgende legale inkomsten heeft: (p. 10 dossier witwassen [verdachte])
2009
Zorgtoeslag: € 290,00
Winst uit klussenbedrijf [verdachte] € 5.000,00
2008
Zorgtoeslag: € 552,00
Verlies uit [A] Vof € 3.106,00
2007
Zorgtoeslag: € 432,00
Verlies uit onderneming [A] Vof € 3.683,00
Uitkering UWV (netto) € 309,00
2006
Zorgtoeslag: € 396,00
Winst uit onderneming [A] Vof € 5.000,00
[B] BV (netto) €11.314,00
2005
Zorgtoeslag € 34,00
Winst uit onderneming [A] Vof € 865,00
[B] BV (netto) € 9.081,00
B3.2
Bij de beoordeling van het verweer heeft als uitgangspunt te gelden dat de eigenaar van de auto verantwoordelijk is voor hetgeen zich in zijn auto bevindt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt..
Verdachte stond ingeschreven en verbleef in de woning aan de [a-straat 1] en verdachte was de eigenaar van de Volkwagen Golf. Deze Volkswagen Golf stond op het moment van aantreffen van het geldbedrag geparkeerd voor de woning van zijn vader en de sleutels van de auto lagen binnen in de woning.
Als uitgangspunt heeft derhalve te gelden dat verdachte op de hoogte is geweest van het in zijn auto aangetroffen geldbedrag.
Verdachtes verweer dat hij in het geheel niets heeft geweten van de aanwezigheid van het geld omdat dit mogelijk buiten zijn medeweten door een hem onbekend iemand in zijn auto is gelegd, is niet geloofwaardig en tijdens het onderzoek ter terechtzitting in het geheel niet aannemelijk geworden.
De enkele verklaring dat het gewoon is dat andere bewoners van het kamp elkaars auto gebruiken, maakt dat niet anders. Immers verdachte heeft gesteld dat hij erg zuinig op zijn auto is en de sleutels van de auto lagen binnen. Daarbij komt dat dit op zich nog geen verklaring biedt voor het feit dat zo iemand dan dit aanzienlijke bedrag, zonder medeweten van de verdachte, in diens auto zou achterlaten.
Het hof houdt verdachte dan ook verantwoordelijk voor hetgeen in zijn auto is aangetroffen. Gelet op de teksten die op de pakketjes geld zijn geschreven, welke teksten exact overeen komen met de teksten op het briefje dat op de slaapkamer van zijn vader, medeverdachte [medeverdachte 1] is aangetroffen, het feit dat de auto voor de woning van [medeverdachte 1] geparkeerd stond en de sleutels in zijn woning lagen is het hof van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] verantwoordelijk is voor het verbergen van het geld in de auto.
B3.3
Gelet op het inkomen van verdachte dat uit de gegevens van de belastingdienst en boekhouding van verdachte kan worden afgeleid en op geen enkele wijze is gebleken van andere legale inkomsten, in samenhang bezien met het feit dat verdachte geen enkele redelijke verklaring heeft gegeven voor de herkomst van het geld, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het in de auto verborgen geldbedrag van € 54.875,00 - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig was, dat verdachte en medeverdachte dit wisten en dat verdachte en zijn medeverdachte door het in een tas in de auto te verbergen, de herkomst van dit bedrag hebben verhuld
Het verweer wordt in zoverre verworpen.
B4
De raadsman heeft voorts nog gesteld dat het enkele voorhanden hebben van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen/verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp.
Dit verweer moet worden verworpen omdat dit ziet op een situatie als bedoeld in artikel 420bis, eerste lid aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl de opsteller van de tenlastelegging naar het oordeel van het hof kennelijk heeft gedoeld op het verwijt opgenomen in artikel 420bis, eerste lid aanhef en onder a van dat wetboek.”
In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte wist van de aanwezigheid op 22 december 2009 van het aangetroffen geldbedrag in zijn auto.
Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte op de hoogte is geweest van het in zijn auto aangetroffen geldbedrag. Dit oordeel heeft het hof blijkens zijn bewijsoverweging gegrond op de volgende feiten en omstandigheden: dat de verdachte stond ingeschreven en verbleef (ik begrijp: woonde) in de woning aan de [a-straat 1] te Eindhoven, hij de eigenaar was van de betreffende auto, deze auto op het moment van het aantreffen van het geldbedrag bij de woning aan de [a-straat 1] geparkeerd stond en dat de sleutels van de auto in deze woning lagen. Mijns inziens zijn deze feiten en omstandigheden echter ontoereikend om tot dit oordeel te komen.
Uit ’s hofs bewijsvoering volgt dat de sleutels van de auto zijn aangetroffen in de woning aan [a-straat 1] te Eindhoven. De verdachte was ten tijde van de doorzoeking echter niet in de woning aan de [a-straat 1] maar verbleef bij zijn vriendin aan de [b-straat 1] te Eindhoven. De sleutels bevonden zich aldus onder handbereik van in ieder geval medeverdachte [medeverdachte 1] (vader van de verdachte), die gelet op het in zijn slaapkamer aangetroffen briefje aan het aangetroffen geldbedrag kan worden gelinkt. Voorts is niet vastgesteld dat de verdachte over een ander paar sleutels beschikte en heeft hij iedere wetenschap van het aangetroffen geldbedrag ontkend. Mijns inziens heeft het hof gelet op het voorgaande het bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kunnen afleiden.
Het middel slaagt.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,