ECLI:NL:PHR:2013:2326

ECLI:NL:PHR:2013:2326, Parket bij de Hoge Raad, 26-11-2013, 12/02919

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 26-11-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/02919
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:238
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Art. 359.2.2e volzin Sv, uos m.b.t. betrouwbaarheid getuigenverklaringen en art. 9a Sr. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AU9130. Beide middelen falen.

Uitspraak

“Noodweer/Noodweerexces

Verzoekt de verdediging de politierechter in zijn oordeel te volgen dat er sprake is van noodweer dan wel noodweerexces. Net als de politierechter is de verdediging van mening dat sprake van een noodweersituatie waartegen [verdachte] zich mocht verdedigen. Ik verzoek U [verdachte] te ontslaan van alle rechtsvervolging, en verwijs voor mijn overwegingen naar hetgeen mijn voorgangster in eerste aanleg heeft bepleit, hetgeen ik als ingelast beschouw.”

Het hof heeft hierover het volgende overwogen en beslist:

“Voor een geslaagd beroep op noodweer, dan wel noodweerexces, is allereerst vereist dat aannemelijk is geworden dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding jegens verdachte, ook wel een noodweersituatie. Van een (dreigende) ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding is echter niet gebleken. Hoewel het hof zich kan voorstellen dat het onaangekondigd binnenkomen van meerdere personen in zijn woning bedreigend op verdachte overkwam, is dit op zichzelf onvoldoende voor een geslaagd beroep op noodweer. Zeker nu uit de getuigenverklaringen, alsmede de verklaring van verdachte zelf, blijkt dat zeer snel duidelijk werd waarom aangevers ter plaatse waren, namelijk om de spullen van de ex-vriendin van verdachte op te halen. Daarbij komt dat uit niets is gebleken dat aangevers zich dreigend jegens verdachte hebben opgesteld. Het hof merkt voorts op dat blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad [voetnoot: zie: HR 27 mei 2008, LJN BC6794] het begrip ‘goed’ in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht een voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object betekent en dat huisvrede hier niet onder valt. Huisvredebreuk, waarbij geen sprake is van vernieling of beschadiging van de woning zoals in het onderhavige geval, is derhalve geen aanranding van enig ‘goed’, waartegen noodweer gerechtvaardigd is. Gelet hierop acht het hof onvoldoende aannemelijk geworden dat verdachte zichzelf moest verdedigen tegen een (dreigende) ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van diens lijf, eerbaarheid of goed.

Van een noodweersituatie was geen sprake en het verweer wordt verworpen. Het hof acht in vervolg hierop ook noodweerexces niet aanwezig.”

Indien door of namens de verdachte een beroep is gedaan op noodweer, zal de rechter moeten onderzoeken of de voorwaarden voor de aanvaarding van dat verweer zijn vervuld. Die houden op basis van art. 41, eerste lid, Sr in dat het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

Het hof is blijkens de gebezigde bewijsmiddelen uitgegaan van de navolgende feiten. In de avond van 21 juni 2010 is een groep van acht personen, waaronder [betrokkene 1], [betrokkene 3] en [betrokkene 2], onaangekondigd naar de woning van verdachte gegaan om [nadat de relatie tussen [betrokkene 4] en verdachte was beëindigd, AG] de spullen van [betrokkene 4] te verhuizen. Toen haar broer [betrokkene 1] zonder eerst aan te bellen en met de sleutel van zijn zus de voordeur van de woning opende en samen met [betrokkene 3] en [betrokkene 2] de woning betrad, kwam verdachte vanuit de woonkamer boos op hen af en zei hij dat zij de woning moesten verlaten. Vervolgens pakte verdachte een mes uit de keuken en liep hij met dat mes in de hand op [betrokkene 1] en [betrokkene 2] af terwijl hij zei “Wegwezen uit mijn huis anders steek ik je neer” of “Ik ga je steken”.

Het hof heeft geoordeeld dat de onaangekondigde aanwezigheid van meerdere personen in de woning weliswaar bedreigend op verdachte kan zijn overgekomen, maar dat geen sprake was van een daadwerkelijke of dreigende ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf of goed. Ter ondersteuning van dit oordeel heeft het hof overwogen dat uit getuigenverklaringen en de verklaring van verdachte is gebleken dat al zeer snel duidelijk werd waarom genoemde personen in de woning aanwezig waren. Kennelijk heeft het hof hierbij gedoeld op verklaringen die zich in het procesdossier bevinden, waaruit kan worden opgemaakt dat [betrokkene 2] bij de politie en de rechter-commissaris heeft verklaard dat [betrokkene 1] vrijwel direct na binnenkomst in de woning meerdere malen uitdrukkelijk tegen verdachte heeft gezegd dat zij niet vanwege hem waren gekomen maar dat zij de spullen van Kersouts zus kwamen halen. Uit de verklaring van verdachte dat hij tegen de mannen heeft gezegd dat zij het huis moesten verlaten omdat zij huisvredebreuk pleegden en dat alleen [betrokkene 4] spullen mocht ophalen, kon het hof mijns inziens afleiden dat het al snel duidelijk was voor verdachte wat de mannen kwamen doen. Deze inhoud van de gedingstukken geeft bovendien steun aan de overweging van het hof dat niet is gebleken dat de mannen zich dreigend jegens verdachte hebben opgesteld, afgezien van het feit dat het hof zich kon voorstellen dat het onaangekondigd binnenkomen van meerdere personen in zijn woning bedreigend op verdachte zal zijn overgekomen. Dat oordeel is mijns inziens niet tegenstrijdig, omdat het hof daarmee kennelijk bedoeld heeft tot uitdrukking te brengen dat er geen sprake was van een zodanig “onmiddellijk dreigend gevaar” in de zin van art. 41 Sr, dat de reactie van verdachte daarop kon rechtvaardigen. De overweging dat de huisvrede geen stoffelijk object is en dat huisvredebreuk op zichzelf geen aanranding oplevert als bedoeld in art. 41 Sr getuigt tot slot van een juiste rechtsopvatting.

Het oordeel van het hof dat geen sprake was van een noodweersituatie voor verdachte acht ik niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd en kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst.

Het middel faalt.

Het derde middel klaagt dat het hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat art. 9a Sr moet worden toegepast.

Blijkens genoemde pleitnota heeft de raadsvrouw van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep het volgende aangevoerd:

“Strafmaat:

[verdachte] is een serieuze en ambitieuze jongeman. Hij is bezig met verschillende projecten. Thans is hij de opleiding schuldhulpverlener gestart. Als hij zijn opleiding wil gaan gebruiken in de praktijk, zal een verklaring omtrent gedrag noodzakelijk zijn. [verdachte] is ook nog steeds bezig om mogelijkheden te onderzoeken om ontwikkelingsprojecten in Afrika en Zuid Amerika te financieren, de gesprekken met de beleggingsmaatschappijen zijn on-hold gezet gezien zijn veroordeling in eerste aanleg. Onlosmakelijk verbonden met zo een financiering en ook zulke gesprekken is een antecedentenonderzoeken. Daarbij wordt in het onderzoek onder meer nagegaan of een persoon eerder met justitie in aanraking is geweest. Pas indien uit dit antecedentenonderzoek geen bezwaren jegens [verdachte] naar voren komen, kunnen de onderhandelingen worden voortgezet.9A (schuld zonder strafoplegging)”

Het hof heeft de opgelegde werkstraf als volgt gemotiveerd:

“De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.”

Voor de beoordeling van het middel moet eerst worden vastgesteld of hetgeen door de raadsvrouw in hoger beroep met betrekking tot de strafmaat is gesteld een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt oplevert in de zin van art. 359 lid 2 Sv. Mij lijkt dat daar in het onderhavige geval wel sprake van is, nu hetgeen door de raadsvrouw is naar voren gebracht beargumenteerd en concreet is toegespitst op de persoon van de verdachte en ook uitmondt in een voorstel met betrekking tot de op te leggen straf.

Ondanks de grote vrijheid die de feitenrechter heeft bij de keuze voor en weging van factoren die van belang worden geacht voor de strafoplegging dient bij de motiveringsplicht van art. 359 lid 2 Sv door het hof beredeneerd te worden aangegeven waarom het voorbij gaat aan het beargumenteerde standpunt zoals dat in onderhavige zaak naar voren is gebracht. De gebruikelijke standaardoverweging zoals het hof die heeft gebezigd, volstaat mijns inziens niet en moet tot nietigheid leiden.

Het middel slaagt.

Het eerste en het derde middel slaagt, het tweede middel faalt.

Ik heb geen grond aangetroffen die tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging betreft en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde de zaak in zoverre opnieuw te doen berechten.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NbSr 2014/102
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?