ECLI:NL:PHR:2013:2365

ECLI:NL:PHR:2013:2365, Parket bij de Hoge Raad, 03-12-2013, 13/01570

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 03-12-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/01570
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:16
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Poging moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft zijn oordeel, gelet op hetgeen in genoemd arrest is vooropgesteld m.b.t. mogelijke contra-indicaties, ontoereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat de gelegenheid voor verdachte om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven, zich in het bijzonder voordeed “gedurende het tijdsbestek dat hij zijn auto tot stilstand bracht op de Sint Ludwinastraat (nadat hij kennelijk de aanwezigheid van X in het park had opgemerkt) en het moment dat hij X aanreed”, terwijl verdachte in datzelfde korte tijdsbestek eerst “vol in de remmen ging”, vervolgens “met een noodgang” achteruit heeft gereden en daarna “met aanzienlijke snelheid” in de richting van het slachtoffer reed.

Uitspraak

C.1

Ten slotte heeft de raadsvrouwe betoogd dat de verdachte van het primair ten laste gelegde bestanddeel "met voorbedachten rade" dient te worden vrijgesproken omdat daarvoor geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

C.2

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

C.2.1

Van voorbedachte raad is sprake indien de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de beoordeling van dit criterium moet een weging en waardering worden gemaakt van de omstandigheden van het concrete geval, met dien verstande dat het gewicht moet worden bepaald van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van de voorbedachte raad pleiten.

C.2.2

Uit de gebezigde bewijsmiddelen valt af te leiden dat:

- er tussen de verdachte en [slachtoffer] voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit kennelijk onenigheid bestond;

- de verdachte als bestuurder van zijn personenauto op de bewezen verklaarde datum kwam aanrijden bij het stadspark gelegen tussen de Sint Bonifaciuslaan en de Sint Ludwinastraat te Eindhoven gelegen binnen de bebouwde kom van Eindhoven;

- de verdachte op de Sint Ludwinastraat "vol in de remmen ging" (verklaring getuige [betrokkene 4]) en zijn auto "met een noodgang" (verklaring getuige [betrokkene 5]) achteruit heeft gereden;

- de verdachte vervolgens met zijn auto, met aanzienlijke snelheid, over het plaatselijk aanwezige grasveld het park is ingereden in de richting van het speeltuintje waar [slachtoffer] en zijn vrienden (te weten: [betrokkene 2] en [betrokkene 1]) zich bevonden;

- de verdachte vervolgens met opzet als bestuurder van een personenauto met aanzienlijke snelheid [slachtoffer] heeft aangereden op de wijze zoals hierboven is omschreven.

C.2.3

Het hof acht op grond van deze feiten en omstandigheden aannemelijk dat de verdachte tenminste gedurende het tijdsbestek dat hij zijn auto tot stilstand bracht op de Sint Ludwinastraat (nadat hij kennelijk de aanwezigheid van [slachtoffer] in het park had opgemerkt) en het moment dat hij het slachtoffer aanreed, tijd heeft gehad om zich te beraden op het besluit om [slachtoffer] opzettelijk aan te rijden, welke tijd hij naar het oordeel van het hof ook daadwerkelijk voor een dergelijke bezinning heeft kunnen benutten.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken van contra-indicaties die er op wijzen dat verdachte een dergelijke bezinning niet heeft kunnen maken, omdat hij in een drift of opwelling zou hebben gehandeld. Een weging en waardering van de omstandigheden van dit geval brengt het hof dan ook tot de conclusie dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, in die zin dat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Derhalve acht het hof de primair ten laste gelegde poging tot moord wettig en overtuigend bewezen.

C.2.4

Bijgevolg wordt het verweer verworpen.”

4.5. Uit recente jurisprudentie volgt dat de Hoge Raad de eisen waaraan het bewijs van de voorbedachte raad moet voldoen, heeft aangescherpt. In HR 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:963 overwoog de Hoge Raad:

“Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "voorbedachte raad" moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat dit bestanddeel heeft, moeten aan de vaststelling dat de voor voorbedachte raad vereiste gelegenheid heeft bestaan, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven.

De achtergrond van het vereiste dat de verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat de verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven (vgl. het overleg en nadenken dat in de wetsgeschiedenis is geplaatst tegenover de ogenblikkelijke gemoedsopwelling). Dat de verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van de verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in de verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van de verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad.”

4.6. Het Hof heeft uit de gebezigde bewijsmiddelen afgeleid dat verdachte als bestuurder van zijn personenauto op 28 februari 2012 op de Sint Ludwinastraat “vol in de remmen ging”, “met een noodgang” achteruit heeft gereden, “met aanzienlijke snelheid” door het park in de richting van [slachtoffer] is gereden en hem vervolgens “met aanzienlijke snelheid” heeft aangereden. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat de gelegenheid voor de verdachte om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven, zich in het bijzonder voordeed in de, zoals kan worden afgeleid uit voornoemde door het Hof vastgestelde feiten en omstandigheden, korte tijdspanne tussen het door hem plotseling – immers op het moment dat hij zijn auto ineens tot stilstand bracht op de Sint Ludwinastraat nadat hij de aanwezigheid van [slachtoffer] in het park had opgemerkt – genomen besluit en het moment dat hij [slachtoffer] aanreed. Gelet op hetgeen onder 4.5 is vooropgesteld met betrekking tot mogelijke contra-indicaties en in aanmerking genomen dat de bewijsvoering van het Hof geen aanwijzingen bevat waaruit volgt dat de door het Hof gestelde gelegenheid tot bezinning ook daadwerkelijk door de verdachte is benut, heeft het Hof zijn oordeel dat de voorbedachte raad kan worden bewezenverklaard, ontoereikend gemotiveerd.

4.7. Het middel is terecht voorgesteld.

Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?