ECLI:NL:PHR:2013:2405

ECLI:NL:PHR:2013:2405, Parket bij de Hoge Raad, 19-11-2013, 12/01554

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 19-11-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/01554
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:132
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Profijtontneming. Ontvankelijkheid betrokkene in h.b. Schriftelijke volmacht advocaat aan griffiemedewerker om h.b. in te stellen. HR herhaalt HR 22 januari 2013, ECLI:NL:HR:BY8357, NJ 2013/75 m.b.t. het voor het gedekt houden van een onvolkomen schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om h.b. in te stellen. Het Hof heeft genoemd arrest miskend, nu uit het p-v van de tz. in h.b. blijkt dat de betrokkene en de raadsman op die tz. zijn verschenen en het aldaar verhandelde bezwaarlijk anders kan worden verstaan dan dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van betrokkene ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) h.b. in te stellen.

Uitspraak

De raadsman overlegt de betreffende e-mailwisseling aan het hof (bijlage 2).

Op de vraag van de advocaat-generaal antwoordt de raadsman dat hij ter zake van het toezenden van de machtiging van veroordeelde niet beschikt over een ontvangstbevestiging van de griffie van de rechtbank, doch dat zijn inziens de ontvangstdatum van de machtiging kan worden afgeleid uit het verloop en de inhoud van zijn correspondentie, in het bijzonder uit zijn laatste brief aan de rechtbank d.d. 15 februari 2011, waarin de toezending van de machtiging wordt bevestigd.

De raadsman voert voorts aan:

Het hoger beroep is ingesteld vóór het verstrijken van de wettelijke termijn. Ik mag erop vertrouwen dat de informatie die de griffie mij verstrekt over de wijze waarop het hoger beroep dient te worden ingesteld correct is, aangezien dit niet wettelijk is geregeld. De Hoge Raad heeft slechts enkele uitgangspunten geformuleerd. Cliënt mag hiervan niet de dupe zijn. Dat zou te formalistisch zijn en doet geen recht aan de belangen van mijn cliënt. Er moet gekeken worden naar het achterliggende doel. Pas sinds mei 2011 wordt door de griffie op een andere wijze hoger beroep ingesteld. Pas in februari 2012 heeft het gerechtshof te Arnhem een brief doen uitgaan waarin de gewijzigde lijn is opgenomen die zij hanteren bij het instellen van hoger beroep door middel van een schriftelijke machtiging. De uitspraken van de verschillende rechtbanken en hoven over dit onderwerp zijn niet uniform.

Op de vragen van zowel de oudste als de jongste raadsheer kan ik antwoorden dat in mijn brieven aan de rechtbank niet de verklaring is opgenomen dat ik namens mijn cliënt bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep. Op 8 februari 2011 - en derhalve vóór het verstrijken van de appeltermijn - is echter de zojuist ingebrachte machtiging van cliënt aan de rechtbank toegezonden en in mijn begeleidende brief van 8 februari 2011 aan de rechtbank is vermeld: ‘middels deze machtig ik, namens mijn cliënt’.

Subsidiair - wanneer het hof desondanks mocht overwegen om mijn cliënt niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep - verzoek ik het hof om mevrouw Vollenberg van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch als getuige te horen.

Met haar is telefonisch contact geweest omtrent het instellen van het hoger beroep, hetgeen in het schrijven van 15 februari 2011 wordt bevestigd.

In lijn met de uitspraak van uw hof van 25 maart 2011 zou in de stukken dienen te worden ingelezen dat ik bepaaldelijk was gevolmachtigd door mijn cliënt om het hoger beroep in te stellen. Wanneer een dergelijke expliciete verklaring in mijn brieven was opgenomen, zou het inbrengen van een afzonderlijke machtiging van mijn cliënt ook niet zijn vereist.

Op de vraag van de advocaat-generaal kan ik antwoorden dat mijn brieven p.o. zijn ondertekend en derhalve niet door mijzelf.

De veroordeelde verklaart:

Ik begrijp waar het over gaat. Mij wordt misschien de kans op rechtvaardigheid ontnomen door het ontbreken van een machtiging.”

Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Op 26 januari 2011 heeft de rechtbank vonnis gewezen in de onderhavige zaak. Uit de zich in het dossier bevindende akte rechtsmiddel blijkt dat het hoger beroep op 27 januari 2011 is ingesteld door een griffiemedewerker van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, die verklaarde daartoe te zijn gemachtigd blijkens de aan de akte gehechte brief, welke volgens de akte rechtsmiddel dient te worden beschouwd als een bijzondere schriftelijke volmacht.

Het hof stelt voorop dat het aan het hof is om te bepalen of een rechtsmiddel al dan niet tijdig en op de juiste wijze is ingesteld en dat aan de tekst van de akte rechtsmiddel niet zonder meer het vertrouwen kan worden ontleend dat het rechtsmiddel tijdig en op de juiste wijze is aangewend.

Aan de akte rechtsmiddel is in chronologische volgorde gehecht:

- een faxbericht van de raadsman van verdachte mr. S Schuurman d.d. 26 januari 2011 aan de strafgriffie van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch - voor zover van belang – inhoudende:

“Zoals zojuist telefonisch met mijn secretaresse besproken, verzoek ik u middels deze hoger beroep in te stellen tegen het vonnis d.d. 26 januari 2011, de gegevens zijn als volgt:

Naam: [betrokkene]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1983

Parketnummer: 01 /849260-07 (ontneming)

Ik verzoek u mij de akte rechtsmiddel te doen toekomen.

Machtiging telefonisch opgevraagd op 27-01-2011.” (hof: deze laatste zin betreft een aantekening met pen)

- een faxbericht van de raadsman van verdachte mr. S Schuurman d.d. 27 januari 2011 aan de strafgriffie van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch - voor zover van belang - inhoudende:

“Zoals zojuist telefonisch met mijn secretaresse besproken, verzoek ik u middels deze hoger beroep in te stellen tegen het vonnis d.d. 26 januari 2011, de gegevens zijn als volgt:

Naam: [betrokkene]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1983

Parketnummer: 01/849260-07 (ontneming)

U bent middels deze uitdrukkelijk gemachtigd om voormeld beroep in te stellen.

Ik verzoek u mij de akte rechtsmiddel te doen toekomen.

- een faxbericht van de raadsman van verdachte mr. S Schuurman d.d. 8 februari 2011 aan de strafgriffie van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch - voor zover van belang - inhoudende:

“Middels deze machtig ik, namens mijn cliënt, een medewerker van de strafgriffie van de rechtbank om hoger beroep in te stellen. De gegevens zijn als volgt:

Naam: [betrokkene]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1983

Parketnummer: 01/849260-07 (ontneming)

Ik verzoek u mij de akte rechtsmiddel toe te zenden.”

- een faxbericht van de raadsman van verdachte mr. S Schuurman d.d. 15 februari 2011 aan de strafgriffie van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch (verzendtijdstip linksboven 16.30 uur)- voor zover van belang - inhoudende:

“Eerst heden ontving ik de akte rechtsmiddel gedateerd op 27 januari 2011, (...).”

Volgens artikel 449, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) wordt voor zover de wet niet anders bepaalt, hoger beroep ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt, op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven. Uit het eerste lid van artikel 450 Sv volgt dat dit rechtsmiddel ook kan worden ingesteld door tussenkomst van:

a. een advocaat, indien deze verklaart daartoe door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd

b. een vertegenwoordiger die daartoe persoonlijk, door degene die het rechtsmiddel aanwendt, bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd.

Het derde lid van artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering bevat een nadere regeling van de in het eerste lid onder b voorziene mogelijkheid dat het rechtsmiddel wordt aangewend door tussenkomst van een vertegenwoordiger, indien het gaat om een griffiemedewerker die door de verdachte daartoe is gevolmachtigd. Deze nadere regeling houdt in aan welke vereisten de aan de griffiemedewerker verleende volmacht dient te voldoen.

Vooropgesteld dient te worden dat een advocaat aan een griffiemedewerker een schriftelijke volmacht kan verlenen om namens de verdachte een rechtsmiddel in te stellen.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 22 december 2009 (LJN BJ7810) bepaald dat de schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte hoger beroep in te stellen moet voldoen aan de in artikel 450, derde lid Sv nader geformuleerde eisen, hetgeen betekent dat de schriftelijke volmacht moet inhouden:

i. de verklaring van de advocaat dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep (artikel 450, eerste lid onder a Sv);

ii. de verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de medewerker ter griffie aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep (artikel 450, derde lid, Sv);

iii. het adres dat door de verdachte is opgegeven voor toezending van het afschrift van de appeldagvaarding (artikel 450, derde lid, Sv).

Ad i

In de hiervoor weergegeven faxberichten van de raadsman aan de strafgriffie is geen verklaring opgenomen dat hij door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman een ongedateerd stuk overgelegd dat zich nog niet in het dossier bevond waaruit zou blijken dat de raadsman door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep. Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is het hof niet gebleken dat dit stuk voor ommekomst van de termijn voor het instellen van hoger beroep bij de griffie van de rechtbank is ontvangen.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet (tijdig) voldaan aan de hiervoor onder i geformuleerde eis en behoort herstel van dit verzuim na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep niet tot de mogelijkheden. Het hof ziet in de door de raadsman van verdachte aangehaalde uitspraken geen aanleiding om de onder i geformuleerde eis te nuanceren omdat de betreffende casusposities niet vergelijkbaar zijn.

Het hof overweegt hieromtrent in het bijzonder als volgt.

I.

In de door de raadsman aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad van 1 november 2011 (LJN BR2337) was de advocaat ter griffie verschenen om hoger beroep in te stellen. De akte instellen hoger beroep was klaarblijkelijk door de griffier van de rechtbank opgesteld en ter ondertekening voorgelegd aan de advocaat van verdachte. De akte bevatte niet de verklaring dat de advocaat door verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd was om het rechtsmiddel aan te wenden. De Hoge Raad heeft toen bepaald dat, nu de akte was opgesteld en ter ondertekening was aangeboden door een justitiële autoriteit, de ondertekenaar - ook als hij advocaat is - erop mag vertrouwen dat het geen later fataal blijkende fouten of leemten bevat en dat door ondertekening en inlevering het rechtsmiddel rechtsgeldig wordt ingesteld.

In de onderhavige zaak is de raadsman van verdachte echter niet (in persoon) ter griffie verschenen om hoger beroep in te stellen, doch heeft hij hoger beroep ingesteld door middel van een door hem zelf opgestelde schriftelijke volmacht die niet de verklaring bevat dat hij door verdachte bepaaldelijk gevolmachtigd was om het rechtsmiddel aan te wenden.

II.

Daarnaast heeft de raadsman verwezen naar een uitspraak van dit hof, naar het hof begrijpt het tussenarrest d.d. 25 maart 2011 (parketnummer 20/003918-10), waarin het hof uit de inhoud van de volmacht van de raadsvrouwe aan de strafgriffie heeft afgeleid dat de raadsvrouwe door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep.

Het hof is echter van oordeel dat uit de eerder genoemde inhoud van de in de onderhavige zaak aan de griffie toegezonden faxberichten van de raadsman d.d. 26 januari 2011, 27 januari 2011 en 8 februari 2011 niet kan worden afgeleid dat hij door verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep.

Daarnaast ziet het hof in de coulance die in het arrest van 25 maart 2011 is betracht ter zake van de hiervoor onder ii en iii weergegeven eisen waaraan een volmacht dient te voldoen geen reden om eenzelfde coulance te betrachten met betrekking tot de onder i vermelde eis.

Een en ander maakt dat het hof- met de advocaat-generaal - van oordeel is dat het rechtsmiddel niet tijdig op rechtsgeldige wijze is ingesteld en dat de veroordeelde mitsdien niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de veroordeelde niet-ontvankelijk in het hoger beroep.”

Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat onvoldoende grond voor de niet-ontvankelijkverklaring van het appel wegens een verzuim in de door een advocaat verstrekte volmacht bestaat, indien ter terechtzitting in hoger beroep wel de verdachte of een door hem op de voet van art. 279 Sv gemachtigde raadsman is verschenen en deze aldaar – zo nodig daarnaar uitdrukkelijk gevraagd – heeft verklaard dat aan de verlening van de (onvolkomen) volmacht de wens van de betrokkene ten grondslag lag om (op rechtsgeldige wijze) hoger beroep te doen instellen.

Het Hof heeft geoordeeld dat niet (tijdig) is voldaan aan de eis dat de volmacht de verklaring van de advocaat dient te bevatten dat hij door de betrokkene bepaaldelijk gevolmachtigd is tot het instellen van hoger beroep, en dat herstel van dit verzuim na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep niet tot de mogelijkheden behoort.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 6 is vooropgesteld en in aanmerking genomen de aanwezigheid van de betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep, en de door de raadsman van de betrokkene aldaar afgelegde verklaring dat de betrokkene – na daarover te zijn bevraagd - hem gevolmachtigd heeft tot het instellen van het hoger beroep, en in dat verband door de raadsman een (kopie van de aan de Rechtbank verstrekte) schriftelijke machtiging is overgelegd (bijlage 1), inhoudende de verklaring van de betrokkene dat hij mr. S. Schuurman machtigt om namens hem hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch van 26 januari 2011, kunnen de door het Hof genoemde gronden waarop de niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn hoger beroep steunt, die beslissing niet dragen.

Het middel slaagt.

Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, teneinde de zaak opnieuw te berechten en af te doen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?