ECLI:NL:PHR:2013:2554

ECLI:NL:PHR:2013:2554, Parket bij de Hoge Raad, 17-12-2013, 12/05652

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 17-12-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/05652
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:367
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Belaging van gemeenteambtenaren. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

Bijlage 2.1.3:

E-mailbericht

Van: [betrokkene 1]

Aan: [betrokkene 2]

Oorspronkelijke bericht:

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 27 juni 2009

Leve de afrekeningen. Wissel van baan naar de dieren recherche.

Bijlage 2.1.8:

E-mailbericht

Van: [betrokkene 4] namens gemeente

CC: [betrokkene 1]

Oorspronkelijke bericht:

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 27 juni 2009

Wie vandaag de dag op mijn voeten trapt schiet ik zelf dood binnen een paar weken of sla hem dood met een moordwapen van ijzer. Al wonen ze in Waterland of Brielle. Kijk dus achterom als je nog burgers slachtoffers maakt.

Bijlage 2.1.26:

e-mailbericht

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 21 juli 2009

Ik zie jullie als complete idioten die zich veilig wanen met teksten.

Bijlage 2.1.55:

e-mailbericht

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 4 augustus 2009

Onderwerp: [betrokkene 1]

Mijn inhoudingen relateren aan de inkomsten van mijn ex. Zo lang die inhoudingen lopen zolang is er een oorlog gaande tussen mij en partijen waaronder de gemeente. Ik zal geen confrontatie schuwen dit jaar.

Bijlage 2.1.97:

e-mailbericht

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 25 augustus 2009

Onderwerp: [betrokkene 1]. Zorg afvallige

Als dat vette lijf alleen maar uit haar nest komst om clienten slecht bij te staan ben je NEGATIEF SPASTISCH IN SOCIALE BEWEGING. [verdachte].

Bijlage 2.1.98:

e-mailbericht

Van: […]@spijkenisse.nl

Aan: gemeente

Verzonden: 25 augustus 2009

Onderwerp: [betrokkene 1]. ZORGPOT

(…). Dus doe je huiswerk idioot. Kom van je luie Amb. Vette reet en zet je hersenen aan voor zover aanwezig tussen al dat vet. 17809.

Bijlage 2.2.30

Brief d.d. 11 september 2009

[betrokkene 1]

(…)

Ik denk dat het neerstelen/neerschieten van uw soort ook voortkomt uit een dreigende sfeer die u creëerd!

(…)

[verdachte]

Bijlage 2.2.34

Brief d.d. 21 september 2009

U bent door cliënt gewaarschuwd als u geen respect toont als ambtenaar.

[verdachte]

Een proces-verbaal van ontvangst klacht d.d. 29 oktober 2009 van de politie Rotterdam-Rij[n]mond met nr. 2009373150-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 29 oktober 2009 heb ik, verbalisant, als hulpofficier van justitie te Rotterdam, een mondelinge klacht ontvangen ter zake van diverse bedreigingen, beledigingen en stalking door [verdachte].

De klacht werd gedaan door:

[betrokkene 2]

Geboren [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats]

Wonende te [woonplaats]

De klager verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan.

De klager verklaarde:

Ik doe hierbij klacht tegen [verdachte], geboren [geboortedatum] 1953.

De verklaring van getuige [getuige].

De getuige heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2012 verklaard - zakelijk weergegeven -:

Ik ondersteun de klacht zoals deze door [betrokkene 2] is gedaan in het proces-verbaal van aangifte d.d. 29 oktober 2009.

Ik heb een aantal van de e-mailberichten van [verdachte] als bedreigend ervaren.

Ik werk bij de Sociale Dienst.

Een geschrift, te weten een brief d.d. 4 juni 2012 van gemeente Spijkenisse ondertekend door Frances [betrokkene 3], juridisch medewerker. Dit geschrift houdt onder meer in – zakelijk weergegeven -:

De klacht betreffende [verdachte], zoals deze door mijn collega [betrokkene 2] is neergelegd, ondersteun ik volledig.”

Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte - van wie sinds 2006 een dossier wordt bijgehouden vanwege de bedreigingen die hij regelmatig vanaf 1995 jegens verschillende ambtenaren van de gemeente Spijkenisse uit - in de bewezenverklaarde periode van 1 januari 2009 tot en met 31 september 2009 het volgende heeft gedaan:

verdachte heeft 113 e-mailberichten naar het algemene e-mailadres van de gemeente Spijkenisse verzonden, alsmede vijfentwintig brieven per post of zelf bij de gemeente bezorgd (tot en met 2 september 2009);

verdachtes toorn is gericht tegen de ambtenaren van de gemeente, zo volgt uit zijn tot het bewijs gebezigde verklaring (bewijsmiddel 1);

op 24 juni 2009 werd [betrokkene 2], werkzaam bij de gemeente Spijkenisse, geconfronteerd met een e-mailbericht van verdachte, gericht aan de afdeling Tevca van de gemeente Spijkenisse, met daarin onder andere: “deze vordering moet van tafel om bloedvergieten te voorkomen”. De medewerkster die deze vordering behandelt, [betrokkene 3], was van dit e-mailbericht bijzonder geschrokken en voelde zich hierdoor ernstig bedreigd;

op 26 juni 2009 is door [betrokkene 2], kennelijk namens de gemeente, een waarschuwingsbrief aan verdachte verzonden dat hij moest stoppen met bedreigingen;

daarop reageerde verdachte via e-mail en brieven naar de gemeente en in een aantal van die e-mails werd [betrokkene 2] persoonlijk bedreigd; de inhoud van drie van die e-mails is opgenomen in bewijsmiddel 4;

verdachtes contactpersoon bij de Gemeente is [betrokkene 1];

naast algemene e-mails gericht aan de gemeente met bedreigende teksten heeft verdachte voorts aan zijn contactpersoon [betrokkene 1] beledigende en bedreigende e-mails en brieven gestuurd op 4 augustus 2009, tweemaal op 25 augustus en op 11 september 2009 (zie bewijsmiddelen 2 en 4);

de ambtenaren [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] voelen zich door de door verdachte geuite beledigingen en bedreigingen belasterd en/of bang, waardoor zij negatief zijn beïnvloed in hun dagelijks functioneren.

Primair wordt geklaagd dat het Hof bij de bewezenverklaring mede gelet op de kwalificatie en de toepasselijke wettelijke voorschriften (geen samenloop) het oog heeft gehad op een belaging van de Gemeente Spijkenisse en dat een rechtspersoon niet kan worden belaagd. Subsidiair behelst het middel de klacht dat de bewezenverklaarde handelingen jegens de in de bewezenverklaring genoemde ambtenaren van die Gemeente niet kunnen opleveren dat verdachte daarmee stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van die personen.

Ten aanzien van de belaging van rechtspersonen houden de Kamerstukken het volgende van de heer Dittrich (D66) – de indiener van het wetvoorstel - ter toelichting in:

“De heer Rouvoet en mevrouw Ravestein hebben een vraag gesteld over het belagen van een rechtspersoon. De heer Rouvoet heeft het blijf-van-mijnlijfhuis genoemd en mevrouw Ravestein heeft het voorbeeld van een bedrijf genoemd dat wordt gebombardeerd met e-mails, faxen en telefoontjes. De vraag was of een bedrijf of een rechtspersoon belaagd kan worden. Wat dan eigenlijk het springende punt lijkt te zijn, is of een rechtspersoon een persoonlijke levenssfeer kan hebben. Wij weten dat in de juridische wetenschap – prof. Buruma heeft het ons ook nog uitgelegd – aangenomen wordt dat een rechtspersoon zich niet op een grondrecht kan beroepen. Dat geeft al enige duiding aan. Het begrip ’’persoonlijke levenssfeer’’ staat natuurlijk ook in de Nederlandse Grondwet. Gelet op de plaatsbepaling in de titel ’’misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid’’ en de terminologie ’’persoonlijke levenssfeer’’ ligt het niet voor de hand dat een rechtspersoon belaagd kan worden. Wij hebben dat ook niet in onze overwegingen betrokken toen we het wetsvoorstel en de nota naar aanleiding van het verslag schreven. Wij denken dus dat het er niet in past. Ik ga nog even dieper in op het voorbeeld van de heer Rouvoet over het blijf-van-mijn-lijfhuis. Als een man rond zo’n blijf-van-mijn-lijfhuis cirkelt en allerlei belagingsgedragingen vertoont, dan zou je heel wel kunnen zeggen dat die belagingsactiviteiten gericht zijn tegen bijvoorbeeld zijn ex-vrouw die in dat blijf-van-mijn-lijfhuis verblijft. Dan kun je het toch weer herleiden naar een persoon en niet zozeer naar het instituut.”

Waar de steller van het middel als uitgangspunt neemt dat belaging van een rechtspersoon als zodanig niet onder het bereik van belaging valt zou hij het gelijk dus wel eens aan zijn zijde kunnen hebben, of tenminste zijn daarvoor argumenten te vinden. Maar dat in het onderhavige geval de bewezenverklaring betrekking zou hebben op belaging van de Gemeente Spijkenisse, als (publiekrechtelijke) rechtspersoon berust op een verkeerde lezing van het arrest. Wel valt te lezen in de bewezenverklaring dat de belaging van de genoemde natuurlijke personen – allen ambtenaren van die Gemeente - mede heeft plaatsgevonden door het (ook) aan de Gemeente sturen van e-mailberichten en brieven, maar dat is iets anders dan het belagen van de Gemeente als zodanig. De klacht over grondslagverlating faalt derhalve. Voorts, anders dan de steller van het middel suggereert, en ook geheel in lijn met de zo-even geciteerde toelichting bij het wetsvoorstel, kan met tegen een rechtspersoon gerichte gedragingen wel stelselmatig wederrechtelijk inbreuk worden gemaakt op de aldaar werkzame (of verblijvende) personen die deze berichten ontvangen. Het wellicht bij de steller van het middel levende idee, dat voor de bewezenverklaarde stalking slechts die e-mails en brieven die met naam en toenaam aan de betrokken personen zijn gericht en in hun persoonlijke postvak zijn bezorgd een rol kunnen spelen, lijkt mij te getuigen van een te beperkte opvatting. Onbegrijpelijk is het in ieder geval niet, dat het Hof ook de aan de Gemeente verzonden berichten heeft ‘meegeteld’ in de bewezenverklaring.

Verder is het zo, dat de persoonlijke levenssfeer van werknemers – hier: ambtenaren - mede de werkvloer kan omvatten en de inbreuk op die persoonlijke levenssfeer niet aanmerkelijk behoeft te zijn om tot de kwalificatie van belaging te komen.

Voorts geldt dat hinderlijk gedrag sneller als indringend stelselmatig lastig vallen in de zin van art. 285b Sr kan worden aangemerkt indien dat gedrag gepaard gaat met bedreigingen of beledigingen. Juist bij gedrag waarmee een dreigende sfeer ontstaat kan al snel sprake zijn van belaging, zonder dat de frequentie van de gedragingen jegens diegene aanzienlijk is. Zoals ook volgt uit de hiervoor onder 3.5 gegeven samenvatting van de gedragingen van verdachte, heeft hij in zijn jarenlange toorn jegens de Gemeente Spijkenisse verschillende ambtenaren die werkzaam zijn bij die gemeente het leven zuur gemaakt, niet alleen door ze te treffen met de algemene bedreigingen aan het adres van de aldaar werkzame ambtenaren, maar voorts met het bedreigen en/of beledigen van hen als individu. Gelet op de aard van die berichten en gezien de omstandigheden waaronder de gedragingen van verdachte hebben plaatsgevonden, getuigt het oordeel van het Hof dat verdachte aldus de ambtenaren [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] van die gemeente heeft belaagd niet van een onjuiste rechtsopvatting en dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Het middel is derhalve tevergeefs voorgesteld.

Dat het Hof blijkens zijn arrest ten onrechte is uitgegaan van slechts één belaging is niet juist, doch cassatie op dit punt is niet ten voordele van verdachte en kan mijns inziens achterwege blijven.

Opmerking verdient nog, in lijn met mijn ambtgenoot Knigge bij HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8642, dat burgers tot op zekere hoogte het recht hebben om overheidsfunctionarissen lastig te vallen met klachten, vgl. het recht van petitie (art. 5 Gw) en het recht om aangifte te doen (art. 161 Sv). Door een mededeling van de overheid dat zij niet van klachten gediend is, hoeft de burger zich niet af te laten schrikken. “Daarmee is echter niet gezegd dat overheidsfunctionarissen zich alles moeten laten welgevallen”, aldus terecht Knigge. In het bijzonder gelet op het feit dat de uitlatingen van de verdachte een uitgesproken beledigend of bedreigend karakter jegens deze ambtenaren hadden, kon het Hof oordelen dat het lastigvallen van [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 3] een wederrechtelijk karakter kreeg en voorts, als gezegd, dat hier sprake was van een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer in de zin van art. 285b Sr.

Het middel faalt en kan naar mijn oordeel met de aan artikel 81, eerste lid, RO ontleende motivering worden verworpen.

Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?