Nr. 12/03905 B
Mr. Vellinga
Zitting: 4 december 2012
Conclusie inzake:
[Klager = betrokkene]
1. Bij beschikking van 27 april 2012 heeft de Rechtbank te Rotterdam verlof verleend als bedoeld in 552p Sv.
2. Namens klager heeft mr. Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 12/03905 en 12/03920. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Het middel houdt in dat de rechtbank door te oordelen dat het oproepen van betrokkenen op goede gronden achterwege is gebleven, nu het belang van het onderzoek ernstig geschaad kan worden indien verkregen onderzoeksgegevens voortijdig bekend zouden worden, een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
5. Het middel is gegrond. Art. 23 lid 5 Sv houdt immers in dat het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid niet van toepassing is voor zover het belang van het onderzoek hierdoor ernstig wordt geschaad. Vgl. HR 4 oktober 2011, LJN BR2326, rov. 2.4.
6. Het middel slaagt.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op de bestaande vordering opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG