Nr. 11/03535
Mr. Vellinga
Zitting: 5 februari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen. Voorts heeft het Hof de benadeelde partijen in hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard.
2. Namens verdachte heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat het Hof in weerwil van hetgeen in het proces-verbaal van de terechtzitting is vermeld de verweren die de raadsman ter terechtzitting heeft gevoerd niet in zijn arrest heeft weergegeven.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt in voor zover hier van belang:
"De verdachte en de raadsvrouw voeren het woord tot verdediging. De raadsvrouw voert daarbij verweer als verwoord in het arrest."
5. In het onderhavige geval bevat het arrest van het Hof in weerwil van de aankondiging in het proces-verbaal van de terechtzitting niet de weergave van enige verweer van verdachtes raadsvrouw. Dit verzuim is zozeer in strijd met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de uitspraak meebrengt.(1)
6. Het middel slaagt.
7. Het tweede middel houdt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bewezenverklaarde medeplegen van diefstal met braak.
8. De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat verdachte en zijn twee medeverdachten 's nachts zijn aangetroffen terwijl tenminste twee van hen, waaronder verdachte, zich op handen en voeten bewogen tussen geparkeerde motorvoertuigen, dat zij toen agenten ter plaatse kwamen alle drie wegrenden, dat op het parkeerterrein waarop die motorvoertuigen stonden een groot aantal motorvoertuigen stond waarvan een of meerdere ruiten waren vernield, dat uit enkele van die motorvoertuigen goederen waren gestolen en dat deze zich (ten dele) bevonden in een Volkswagen, type Golf, rood van kleur en voorzien van het kenteken [AA-00-BB]. Het Hof heeft de verklaring van verdachte voor zijn aanwezigheid ter plaatse ongeloofwaardig geacht.
9. In aanmerking genomen dat naar het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld verdachte en zijn medeverdachten blijkens de wijze waarop zij zich tussen de geparkeerde auto's bevonden betrokken waren bij iets wat het daglicht niet kon verdragen en de verdachte voor zijn aanwezigheid ter plaatse geen geloofwaardige verklaring heeft kunnen geven, kan het bewezenverklaarde uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid, ook voor zover in het bewezenverklaarde besloten ligt dat de verdachte zo bewust en nauw met anderen heeft samengewerkt dat van medeplegen kan worden gesproken.(2)
10. Het tweede middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 HR 13 juni 2006, LJN AV7162, NJ 2006, 368, rov. 3.3.
2 Vgl. HR 5 oktober 2010, LJN BN1713.