Nr. 11/02508
Zitting: 5 februari 2013
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
2. Namens verdachte heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. De verdachte heeft op 28 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van 30 maart 2011, alsmede tegen alle ter terechtzitting genomen beslissingen.
4. Art. 427, eerste lid, Sv houdt in dat beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen "de arresten van de gerechtshoven, als uitspraak gegeven", terwijl art. 432 van dat wetboek regelt binnen welke termijn "na de einduitspraak" het beroep in cassatie moet worden ingesteld. Met die bewoordingen is niet verenigbaar dat een vóór de einduitspraak ingesteld beroep in cassatie ontvankelijk zou zijn (vgl. HR 23 oktober 2001, LJN AB3239).(1)
5. Nu de verdachte cassatie heeft ingesteld voordat de einduitspraak is gewezen kan hij dus niet in zijn beroep in cassatie worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
1 Vgl. ook HR 31 mei 2005, LJN AT3561, rov. 3.2.