ECLI:NL:PHR:2013:CA3315

ECLI:NL:PHR:2013:CA3315, Parket bij de Hoge Raad, 18-06-2013, 12/03562

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 18-06-2013
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/03562
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2013:CA3315
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Art. 327 Sv. Ondertekening p-v tz. HR verwijst naar HR NJ 2012/324. I.c. behoeft de omstandigheid dat het p-v bij ontstentenis van de raadsheer die over de zaak heeft geoordeeld niet meer overeenkomstig art. 327 Sv door deze kon worden vastgesteld en ondertekend, niet tot nietigheid van het onderzoek t.tz. en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak te leiden.

Uitspraak

Nr. 12/03562

Mr. Vegter

Zitting: 21 mei 2013

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Bij arrest van 24 augustus 2011 heeft de Enkelvoudige Kamer van het Hof te 's-Gravenhage verdachte, bij verstek, niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter te 's-Gravenhage van 16 april 2010 waarbij verdachte, eveneens bij verstek, wegens gekwalificeerde diefstal was veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf.

2. De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld. Namens hem heeft mr. M. de Kock-Molendijk, advocaat te Rotterdam, een schriftuur houdende twee middelen van cassatie ingediend.

3. Het eerste middel behelst de klacht dat het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof in strijd met het bepaalde in art. 327 Sv niet door de voorzitter is ondertekend.

4. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 24 augustus 2011 dat op grond van het bepaalde in art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad is gezonden, houdt in dat als voorzitter aanwezig is mr. L.A.J.M. van Dijk. Voorts houdt het proces-verbaal het volgende in:

'Dit proces-verbaal is bij ontstentenis van de voorzitter door de griffier vastgesteld en ondertekend, alsmede gezien en akkoord bevonden door senior raadsheer D.J.C. van den Broek.'

5. Hieruit volgt dat dit proces-verbaal niet is vastgesteld en ondertekend overeenkomstig het bepaalde in art. 327 Sv, zodat het rechtskracht mist.

6. Het verzuim wordt niet hersteld doordat zich bij de stukken een aantekening mondeling arrest bevindt dat kennelijk wel is ondertekend door de voorzitter, nu de wet in de onderhavige zaak vereist dat een proces-verbaal van de terechtzitting wordt opgemaakt en tevens bepaalt dat de aantekening komt te vervallen indien een gewoon rechtsmiddel tegen het arrest wordt aangewend.(1)

7. Nu het geconstateerde verzuim, gelet op HR 19 maart 2009, LJN BH7296, onder omstandigheden herstelbaar kan zijn,(2) heb ik aan de griffier en de voorzitter de vraag laten voorleggen of het proces-verbaal van de terechtzitting alsnog kan worden ondertekend door mr. L.A.J.M. van Dijk.

8. Op 26 april 2013 is een proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 24 augustus 2011 ontvangen dat is ondertekend door de griffier en mr. L.A.J.M. van Dijk.

9. Bij brief van 26 april 2013 heb ik een afschrift van het proces-verbaal met daarin de aantekening mondeling vonnis, aan de raadsvrouwe gestuurd en haar gemeld dat op 21 mei 2013 conclusie zal worden genomen.

10. Nu alsnog een proces-verbaal is overgelegd van de terechtzitting van het Hof van 24 augustus 2011 dat is ondertekend door de griffier en de voorzitter, is de feitelijke grondslag aan het middel komen te ontvallen.

11. Het middel faalt.

12. Het tweede middel klaagt terecht over een inbreuk op het in art. 6, eerste lid, EVRM gegarandeerde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht doordat de stukken van het geding op 2 juli 2012 ter griffie van de Hoge Raad zijn ingekomen nadat op 21 oktober 2011 beroep in cassatie was ingesteld. Gelet op de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf is de inbreuk afdoende gecompenseerd door de enkele constatering ervan door de Hoge Raad.(3)

13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoren te leiden.

14. Deze conclusie strekt tot constatering door de Hoge Raad dat in cassatie een inbreuk is gemaakt op het in art. 6, eerste lid, EVRM gegarandeerde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht, de vaststelling dat de verdragsschending voldoende is gecompenseerd met de enkele vaststelling ervan, en tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Art. 425, derde lid sub c, Sv en art. 426, vierde lid, Sv.

2 HR 19 maart 2009, LJN BH7296 r.o. 2.3 waar werd aangenomen dat het verzuim herstelbaar was nu het proces-verbaal alleen was ondertekend door de griffier en niet tevens door een ander dan de voorzitter. Zie ook HR 2 juni 2009, LJN BH9945, NJ 2009/282 r.o. 2.4.

3 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008/358 m.nt. P.A.M. Mevis r.o. 3.6.2. sub C.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?