ECLI:NL:PHR:2014:1464

ECLI:NL:PHR:2014:1464, Parket bij de Hoge Raad, 03-06-2014, 13/02305

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 03-06-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/02305
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:2685
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Art. 342.2 Sv. Slagende unus testis klacht.

Uitspraak

4. Het eerste middel

Het middel keert zich tegen de motivering van het ten aanzien van parketnummer 03-097365-10 onder 2 bewezenverklaarde feit.

Ten aanzien van parketnummer 03-097365-10 heeft het Hof onder 2 bewezenverklaard dat:

“hij op 8 september 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto heeft weggenomen een kentekenbewijs Deel I, een kentekenbewijs Deel II, een rijbewijs, een tas, een portemonnee, geld, bankpassen en een creditcard, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij hij zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.”

Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan het volgende worden afgeleid. Op 8 september 2009 wordt tussen 09.00 uur en 15.30 uur uit een personenauto een tas gestolen met daarin het kentekenbewijs Deel I en II, een rijbewijs en een portemonnee met daarin drie bankpasjes en ongeveer 15 euro contant geld. Bij nader onderzoek blijkt dat op dezelfde dag tussen 14.33 uur en 14.39 uur met de gestolen bankpassen bij verschillende in Sittard gelegen banken geld is gepind. Twee verbalisanten herkennen verdachte op de camerabeelden die gemaakt zijn bij de pinautomaten.

Het Hof heeft ten aanzien van het onder parketnummer 03-097365-10 onder 1 (bedoeld zal zijn: onder 2) het volgende overwogen:

“Het gegeven dat de verdachte zeer korte tijd nadat de inbraak had plaatsgevonden in een auto, waarbij bankpassen werden gestolen, met deze bankpassen pintransacties heeft verricht, acht het hof, in samenhang met de inhoud van de overige bewijsmiddelen beschouwd, redengevend voor het bewijs dat de verdachte degene is geweest die de inbraak heeft gepleegd.”

Het middel klaagt dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat verdachte de inbraak in de auto heeft gepleegd.

Voorop moet worden gesteld dat aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang. Daarbij komt tevens betekenis toe aan de verklaring die de verdachte voor het voorhanden hebben van de gestolen goederen geeft.

Het Hof heeft vastgesteld dat de bankpassen tussen 09.00 en 14.33 uur zijn gestolen en dat verdachte rond 14.30 uur een aantal keren met de gestolen bankpassen heeft gepind. Het Hof heeft uit de korte tijdspanne tussen de diefstal van de bankpassen en de pintransacties afgeleid dat verdachte de bankpassen heeft gestolen. In aanmerking genomen dat door de verdediging in het geheel geen verklaring is gegeven voor het feit dat verdachte de gestolen bankpassen onder zich had , hetgeen het Hof naar aangenomen mag worden bij de waardering van het bewijs heeft betrokken, is het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk. Ter vergelijking wijs ik op het arrest HR 19 januari 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK2880) waarin verdachte twee dagen na de diefstal met de gestolen motorfiets op de foto staat en het Hof de verklaring van verdachte daaromtrent niet aannemelijk achtte. En tevens HR 18 februari 2014 (ECLI:NL:HR:2014:926) waarin de verdachte om 06.10 uur een motor voorhanden had die tussen 21.30 uur en 07.15 uur was gestolen en het Hof de verklaring van verdachte daaromtrent niet aannemelijk achtte.

Het middel faalt.

5. Het tweede middel

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van feit 3 (parketnummer 03-107506-10) slechts steunt op de verklaring van één getuige.

Ten laste van verdachte heeft het Hof ten aanzien van parketnummer 03-107506-10 onder 3 bewezenverklaard dat:

“hij op 9 januari 2010 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk en wederrechtelijk een muur van een gebouw, toebehorende aan Penitentiaire Inrichting “De Geerhorst”, heeft beschadigd.”

Ingevolge art. 342 lid 2 Sv kan het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de bewezenverklaring van feit 3 slechts steunt op de verklaring (aangifte) van [betrokkene] (bewijsmiddel 11), is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Het middel slaagt.

6. Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering. Het tweede middel slaagt.

7. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft het onder parketnummer 03-107506-10 onder 3 tenlastegelegde feit, de strafoplegging en de beslissing op de vordering van de benadeelde partij, in zoverre tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?