betaling autoverzekering € 1250,-
Uit het proces-verbaal van bevindingen (opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], nummer PL 27 RR/10-044175, B 03 p. 12) volgt dat bij de doorzoeking in de woning bij de verdachte [verdachte] een betalingsbewijs ten name van [verdachte] voor de som van €1250,60 aan [D] verzekeringen en hypotheken is aangetroffen. Op deze factuur (het hof begrijpt: kwitantie) staat vermeld dat [D] dit bedrag heeft ontvangen van [verdachte] "iz autoverz rialto" met de datum 27 mei 2010. Een kopie van bedoelde kwitantie bevindt zich in voormeld zaaksdossier bij de stukken op p. 0061.
aanbetaling leren bekleding Volkswagen Golf € 1000,-
Uit het proces-verbaal van bevindingen (opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3], nummer PL 27 RR/10-044175, B 03 p.5) volgt dat bij de doorzoeking in de woning bij de verdachte [verdachte] een offerte voor het bekleden van het interieur van een Golf 6 GTI is aangetroffen, waarop vermeld was dat € 1000,- is aanbetaald. Een kopie van deze offerte bevindt zich op p. 60 van het dossier.
Afsluitende overweging: Verdachte heeft op die onderdelen geen aannemelijke verklaring gegeven voor het gegeven dat hij de beschikbaarheid had over die vermogensbestanddelen. Zijn inkomen bood daarvoor geen enkele ruimte. Daarnaast is in deze zaak bewezen dat de verdachte zich heeft bezig gehouden met diefstal en het vervoer van hasjiesj. Blijkens zijn strafblad is de verdachte ook in 2008 en 2009 voor diefstallen en poging diefstal veroordeeld. Het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien leidt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat voormelde vermogensbestanddelen - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren uit misdrijf en dat de verdachte dit wist. Tevens wordt overwogen dat voor zover het betreft het voorhanden hebben van de geldbedragen, dit heeft bijgedragen tot het verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan.
Verschrijving: Met betrekking tot de ten laste gelegde brommobiel is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte dat deze door zijn ex-partner is gefinancierd niet zo onwaarschijnlijk is, dat deze terzijde moet worden gesteld. Hiernaar is ook onvoldoende verder onderzoek gedaan. Van dit onderdeel van de tenlastelegging is de verdachte vrijgesproken.
Abusievelijk is dit onderdeel ten gevolge van een kennelijke verschrijving in het verkort arrest wel in het overzicht en de bewezenverklaring betrokken, dit in tegenspraak met deze overweging. "
3.4. Voor zover de bewezenverklaring een bedrag noemt van € 22.774 berust dit blijkens de aanvulling op het verkort arrest op een vergissing. Dit bedrag moet € 19.024 zijn. De Hoge Raad kan de bewezenverklaring met verbetering van deze misslag lezen.
3.5. Het slot van de overwegingen in de aanvulling op het verkort arrest geeft de conclusie van het hof weer dat het niet anders kan dan dat de eerder genoemde vermogensbestanddelen middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit misdrijf en dat verdachte dat wist. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Eerder had het hof de resultaten van het onderzoek weergegeven naar de inkomsten en uitgaven voor zover te achterhalen uit de bankgegevens van verdachte. Verdachte verdiende sinds november 2009 bij zijn werkgever ongeveer € 1.450 netto. Daarvoor had hij een uitkering. Hij kan volgens het hof nog iets zwart bijverdiend hebben. Maar volgens het hof kunnen de geldbedragen waarover verdachte heeft kunnen beschikken niet uit reguliere inkomsten verklaard worden. De conclusie van het hof is niet onbegrijpelijk. Evenmin acht ik onbegrijpelijk dat het hof verklaringen ter zijde heeft gesteld die inhielden dat de zoon van verdachte bij gelegenheid van het feest voor zijn 18e verjaardag € 42.000 in contanten als geschenk van de gasten zou hebben ontvangen. Niet alleen de discrepanties tussen de verklaringen over dit bedrag tasten de geloofwaardigheid van die verklaringen aan, maar ook de omvang van dit bedrag. Ook het geldbedrag dat is neergeteld voor de aanschaf van de Volkswagen Golf is dus voor een groot deel volgens het hof afkomstig uit de misdrijven van verdachte zelf.
3.6. De steller van het middel wijst erop dat het hof ook heeft veroordeeld voor het witwassen van bedragen die respectievelijk bij verdachtes aanhouding en in de kluis van de woning zijn aangetroffen, zonder dat is vast komen te staan dat het voorhanden hebben hiervan ook gericht was op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst ervan. Deze klacht lijkt mij gegrond. Maar ten aanzien van de Rolex en de Volkswagen Golf geldt deze nadere eis niet, omdat het hof ervan was uitgegaan dat deze voorwerpen zijn betaald met geld dat afkomstig was van verdachtes misdrijven. Het gaat met betrekking tot deze voorwerpen immers om voorwerpen die "middellijk" afkomstig zijn uit een door verdachte zelf begaan misdrijf.
Met betrekking tot de overige bedragen (kosten feest [B], aanschaf Audi, autoverzekering, aanbetaling leren bekleding Golf) heeft het hof aangenomen dat deze kosten door verdachte zijn betaald met geld, dat niet anders dan van misdrijf afkomstig kon zijn. Kennelijk heeft het hof gemeend dat verdachte deze bedragen heeft overgedragen aan degene aan wie hij deze bedragen verschuldigd was. Ook dat acht ik niet onbegrijpelijk.
3.7. In het middel lees ik ook nog de klacht dat het hof de Volkswagen Golf GTI heeft verbeurd verklaard, terwijl er op deze auto geen beslag meer rustte. De rechtbank heeft – aldus de niet weersproken pleitnota van hoger beroep – een klaagschrift van de zoon van verdachte gegrond verklaard en teruggave van de auto aan klager gelast. Het cassatieberoep van het OM is ingetrokken. Volgens artikel 134 Sv is daardoor het beslag geëindigd.
3.8. Het eerste lid van artikel 34 Sr bepaalt dat in zo'n geval bij verbeurdverklaring in de uitspraak de waarde van het voorwerp op een bepaald bedrag wordt geschat. Zo een schatting ontbreekt in het arrest. De stelling dat een voorwerp niet meer kan worden verbeurd verklaard als een klaagschrift tegen inbeslagneming gegrond is verklaard en de beklagrechter de teruggave van het voorwerp aan klager heeft gelast, gaat overigens uit van een onjuiste rechtsopvatting. De beslissing van de rechter op een klaagschrift op de voet van artikel 552a Sv houdt immers slechts een voorlopig oordeel in over de rechten ten aanzien van het voorwerp.
Dit verzuim kan naar mijn oordeel de Hoge Raad niet eigenhandig repareren omdat de vaststelling van de waarde van een auto sterk leunt op feitelijke vaststellingen die in cassatie niet op haar plaats zijn.
Mijn conclusie dat de bewezenverklaring van het witwassen van twee geldbedragen ontoereikend is gemotiveerd brengt ook met zich dat de verbeurdverklaring van deze geldbedragen niet voldoet aan de in artikel 33a Sr daaraan gestelde eisen.
Het middel is in een aantal onderdelen gegrond. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over feit 3 en de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden