F-16 Capabilities
In het document 'F-16 Capabilities', dat bestaat uit 28 dia's, worden blijkens, het ambtsbericht van de MIVD d.d. 26 september 2011 (p. 1424 e.v.) en sommige van de ongezwarte tekstgedeelten van het document beperkingen beschreven van navigatie - en wapensystemen waarmee een F-16 kan zijn uitgerust en waarmee een jachtvlieger rekening dient te houden.
Op elke dia van het document is - zowel aan de onderzijde als aan de bovenzijde - de rubricering "NATO SECRET' aangebracht.
Air - air weapons employment
In het document ' Air - air weapons employment', dat bestaat uit 73 dia's met bijschriften, wordt blijkens het ambtsbericht, van de MIVD d.d. 26 september 2011 (p. 1432 e.v.) en de ongezwarte tekstgedeelten van het document ingegaan op de inzet van F-16 wapensystemen tijdens luchtgevechtsmissies.
Het bijschrift bij de eerste dia luidt: 'Slides are nonclass, information will be up to secret!'. Als een feit van algemene bekendheid heeft te gelden dat de letterlijke betekenis van die zin luidt: "Dia's zijn niet geclassificeerd, informatie zal zijn tot aan geheim!' (http://www.vandale.nl). Het hof begrijpt hieruit dat de informatie op de dia's zelf niet als gerubriceerde informatie diende te worden beschouwd, maar dat de (mondelinge, en) schriftelijke toelichting op de dia's - zoals die in de bijschriften bij afzonderlijke dia's is vervat - wel als gerubriceerde informatie diende te worden beschouwd, zoals ook de getuige 'A' ten overstaan van de rechter-commissaris heeft verklaard (paragraaf 28).
2. vl ACM (contract & comm.)
Het document '2vl ACM (contract & comm.)', dat bestaat uit 29 dia's, beschrijft blijkens het ambtsbericht van de MIVD d.d. 26 september 2011 (p. 1509 e.v.) en de ongezwarte tekstgedeelten van het document tactische procedures die dienen te worden gevolgd tijdens luchtgevechtsmissies waarbij twee Nederlandse jachtvliegers worden geconfronteerd met één tegenstander.
Op de derde dia van het document staat: 'Classification NATO SECRET' .
TOP MLU (...) test
Het document 'TOP MLU (...)’ test bevat blijkens het ambtsbericht van de MIVD d.d. 26 september 2011 (p. 1518 e.v.) informatie over de capaciteiten van de Midlife Update versie van de F-16.
Het document is niet voorzien van een rubricering, doch had volgens het CLSK en de MIVD moeten zijn voorzien van de rubricering 'SECRET - NETHERLANDS EYES ONLY' omdat de test is ontleend aan het gerubriceerde naslagwerk 'TOP F-16'.
Op grond van de hiervoor vermelde inhoud van de documenten, die door de verdediging niet is betwist, de tot het bewijs gebezigde ambtsberichten waarin door de MIVD de risico's van compromittering van voornoemde informatie zijn toegelicht, en de tot het bewijs gebezigde verklaring van de getuige 'A', stelt het hof vast dat compromittering van de gezwarte informatie de slagkracht of de veiligheid van de strijdkrachten kan aantasten en aldus een operationeel risico met zich meebrengt. De gezwarte informatie betreft derhalve informatie waarvan de geheimhouding door het belang van de staat en/of zijn bondgenoten wordt geboden en dient als staatsgeheime informatie te worden aangemerkt.
34. Het middel klaagt ten eerste over ’s hofs oordeel dat ter beantwoording van de vraag of in materiële zin sprake is van staatsgeheime informatie als bedoeld in art. 98 e.v. Sr, de formele rubricering van het document daarbij niet van doorslaggevend belang is. Dit oordeel zou getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, nu voor een militair de formele rubricering leidend is, aldus de steller van het middel.
35. Dat voor een militair de formele rubricering van een document leidend is, zoals de steller van het middel heeft betoogd, is op zichzelf niet onverenigbaar met het oordeel dat die rubricering niet doorslaggevend is voor de vraag of geheimhouding van een gegeven geboden is. In een strafproces is het aan de rechter voorbehouden om te oordelen of er sprake is van een staatsgeheim in de zin van art. 98 e.v. Sr. De rechter kán zijn oordeel (mede) baseren op de formele rubricering van een document, gebonden is hij hieraan evenwel niet. Van een onjuiste rechtsopvatting is derhalve geen sprake.
36. Ten tweede klaagt het middel over de verwerping door het hof van het namens de verdediging gedane beroep op (rechts)dwaling.
37. Het hof heeft het in het middel bedoelde beroep als volgt samengevat en verworpen:
“De verdediging heeft subsidiair betoogd dat de verdachte ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte voor wat betreft het voorhanden hebben van niet-gerubriceerde slides een beroep toekomt op feitelijke dwaling en/of rechtsdwaling (paragraaf 97 e.v.).
Het hof overweegt dienaangaande het volgende.
Het hof heeft in paragraaf 11.2.2 vastgesteld dat op de documenten 'F-16 Capabilities', 'Air-air weapons employment' en '2vl ACM (contract & comm.)'' is aangegeven dat sprake is van gerubriceerd materiaal. In paragraaf 11.2.4 heeft het hof overwogen dat, hoewel niet alle documenten op de door het Ministerie van Defensie voorgeschreven wijze van een 'rubricering zijn voorzien, van die documenten voor een ieder kenbaar is dat zij gerubriceerde informatie bevatten. Het hof heeft vastgesteld dat het document 'TOP MLU (...) test' niet van een rubricering is voorzien, maar dat de verdachte over dat document heeft verklaard dat hij weet dat hij dat niet op een cd-rom had mogen zetten en dat hij daarvoor zijn verantwoordelijkheid neemt. Het hof heeft in laatstgenoemde paragraaf voorts geconcludeerd dat de verdachte reeds ten tijde van het onder zich nemen van de betreffende documenten doordrongen was van het feit dat hij geen gerubriceerd materiaal onder zich mocht nemen.
Het vorenstaande brengt naar het oordeel van het hof mee dat geen sprake is van een situatie waarin de verdachte niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij beter had behoren te weten, noch van een voor een geslaagd beroep op rechtsdwaling vereiste verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging.
Aangezien er ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, is de verdachte strafbaar.”
38. Aan een geslaagd beroep op rechtsdwaling plegen hoge eisen te worden gesteld. Vereist is daarbij dat de verdachte heeft gehandeld in een verontschuldigbare onbewustheid ten aanzien van de ongeoorloofdheid van de hem verweten gedraging. Daarbij geldt dat degene die zich in het maatschappelijk verkeer begeeft, zichzelf adequaat op de hoogte moet stellen van de geldende regeling en daartoe het nodige initiatief moet ontplooien. Dat in aanmerking genomen, komt ’s hof oordeel zoals hierboven weergegeven mij niet onbegrijpelijk voor. In dat oordeel heeft het hof immers tot uitdrukking gebracht dat zelfs ten aanzien van de documenten die niet van rubricering waren voorzien het voor een ieder, en dus zeker voor een voormalige F-16 piloot, kenbaar was dat zij gerubriceerde informatie bevatten.
39. In dat oordeel ligt bovendien genoegzaam besloten dat hetgeen door de verdediging onder a t/m c is aangevoerd geen verontschuldigbare onbewustheid van de strafbaarheid van de gedraging oplevert.
40. Het middel faalt in al zijn onderdelen.
41. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
42. Ambtshalve merk ik nog het volgende op. De verdachte heeft op 1 mei 2013 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dit brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot strafvermindering.
43. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate als de Hoge Raad gepast acht en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG