ECLI:NL:PHR:2014:1965

ECLI:NL:PHR:2014:1965, Parket bij de Hoge Raad, 16-09-2014, 13/05721

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 16-09-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/05721
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:3144
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 9 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid. Art. 326 Sr. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat iemand zich i.s.m. de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren, niet oplevert het aannemen van een valse hoedanigheid a.b.i. art. 326 Sr. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de gedragingen van verdachte in de onderhavige zaak meer omvatten dan het enkele zich voordoen als zo een bonafide verkoper, nu die gedragingen ook inhouden dat verdachte telkens opzettelijk “foutieve namen en verschillende e-mailadressen” hanteerde met het doel de mogelijkheden van de gedupeerde kopers tot verhaal op verdachte te bemoeilijken. Gelet hierop moeten ’s Hofs overwegingen aldus worden verstaan dat de door verdachte aangenomen valse hoedanigheid niet louter bestond uit het zich í.s.m. de waarheid voordoen als bonafide verkoper, maar tevens uit het als verkoper verstrekken van onbruikbare contactgegevens aan zijn wederpartij. Aldus verstaan geeft ‘s Hofs oordeel dat de gedragingen van verdachte vallen aan te merken als oplichting i.d.z.v. art. 326 Sr niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook niet onbegrijpelijk.

Uitspraak

13. Het eerste middelfaalt.

14. Het tweede middel ziet toe op het bewezenverklaarde feit 2. Geklaagd wordt dat het Hof ten onrechte heeft geconcludeerd dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen door zich voor te doen als bonafide verkoper, nu het Hof (tegelijkertijd) heeft vastgesteld dat verdachte door zich te bedienen van een iets afwijkende naam en verschillende e-mailadressen de kopers niet heeft willen bewegen tot afgifte van geld, maar enkel de mogelijkheid tot verhaal wilde bemoeilijken/onmogelijk maken. Vervolgens wordt nog gesteld dat het Hof ‘’ten onrechte heeft overwogen dat het opzettelijk aannemen van de valse hoedanigheid van bonafide verkoper en het opzettelijk hanteren van foutieve namen en verschillende e-mailadressen in zijn geheel valt aan te merken als oplichting in de zin van artikel 326 Sr. zodat dit oordeel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans heeft het hof de bewezenverklaring en/of kwalificatiebeslissing onvoldoende met redenen omkleed.’’

15. Ten laste van verdachte is, voor zover voor het middel van belang, bewezenverklaard dat:

‘’2.

hij in de periode van 1 februari 2012 tot en met 17 mei 2012 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid, een persoon heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een verkoper van een goed door het plaatsen van een advertentie op Marktplaats of Speurders en

daarbij een goed te koop aan te bieden, waardoor een persoon werd bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, door:

- onder de naam [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@live.nl zich op Marktplaats voor te doen als verkoper van een telefoon, waardoor [betrokkene 1] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag en;

- onder de naam [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@hotmail.nl zich op Marktplaats voor te doen als verkoper van een telefoon, waardoor [betrokkene 2] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag en;

- onder de naam [verdachte] en/of [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@hotmail.nl zich op Marktplaats voor te doen als verkoper van een armband, waardoor [betrokkene 3] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag en;

- onder de naam [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@hotmail.nl zich op Marktplaats voor te doen als verkoper van een paar schoenen, waardoor [betrokkene 4] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag en;

- onder de naam [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@hotmail.nl zich op Marktplaats voor te doen als verkoper van een telefoon, waardoor [betrokkene 5] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag en;

- onder de naam [verdachte], met gebruikmaking van het mailadres [emailadres]@live.nl zich op Speurders.nl voor te doen als verkoper van een armband, waardoor [betrokkene 6] werd bewogen tot het overmaken van een geldbedrag, terwijl verdachte bovengenoemde goederen telkens niet heeft geleverd.”

16. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

‘’Feit 2

9.

Een geschrift, zijnde een melding van [betrokkene 1] voor zover dit – zakelijk weergegeven - inhoudt:

Datum betaling: 16 februari 2012

Bedrag: € 356,75

Handelssite: www.marktplaats.nl

Advertentietitel: iphone 4s 8g nieuw!

Wederpartij e-mail: [emailadres]@live.nl

Bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer] ten name van [verdachte]

Omschrijving melding: Ik heb [verdachte] gebeld met de vraag of hij deze telefoon nog had. Hij vertelde mij dat hij deze nog had. Vervolgens hebben wij een bedrag van € 350,- afgesproken. Ik zou dit nog dezelfde dag naar hem overmaken. Nadat ik € 356,75 (zijnde de €350,- en de verzendkosten) naar hem heb overgemaakt, heb ik een sms gestuurd, dat ik het bedrag had overgemaakt. Ik kreeg daarna geen reactie meer van hem. Ook werd zijn telefoon niet meer opgenomen en reageerde hij niet meer op sms-jes.

10.

Een proces-verbaal van aangifte internetoplichting van [betrokkene 2] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als aangifte van [betrokkene 2]:

Voornaam wederpartij: [voornaam verdachte]

Achternaam wederpartij: [achternaam verdachte]

E-mail adres wederpartij: [emailadres]@hotmail.nl

Website: www.marktplaats.nl

Advertentietitel: iphone 4s 32gb

Omschrijving geschil: Ik heb een leeg doosje opgestuurd gekre met alleen een pakje papier. Overeengekomen was € 390,-. Ik heb een aanbetaling gedaan van € 250,-. Na ontvangst geen mogelijkheid om de verkoper te bereiken.

Datum betaling: 14 maart 2012

Bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer] ten name van [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]).

11.

Een proces-verbaal van aangifte internetoplichting van [betrokkene 3] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als aangifte van [betrokkene 3]:

Voornaam wederpartij: [voornaam verdachte]

Achternaam wederpartij: [achternaam verdachte]

E-mail adres wederpartij: [emailadres]@hotmail.nl

Website: wvvvv.martkplaats.nl

Advertentietitel: Buddha to Buddha 100 chain XL men

Omschrijving geschil: Ik heb € 188,05 gestort voor een armband. De verkoper laat niets meer van zich horen. Dit ondanks tien e-mails van mij, met de vraag waar mijn armband blijft.

Datum betaling: 15 maart 2012

Bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer] ten name van [verdachte]

12.

Een proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 4] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als de ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] afgelegde verklaring van [betrokkene 4]:

Ik wil aangifte doen van oplichting via Marktplaats.

Op 21 maart 2012 heb ik een advertentie op Marktplaats gezien van ene [verdachte], die schoenen te koop aanbood van het merk Botticelli, voor de prijs van € 55,-.

Ik heb hierop gereageerd en had diverse mailcontacten met deze [verdachte] via [emailadres]@hotmail.nl.

heeft mij via de e-mail zijn naam [verdachte] en zijn rekeningnummer, [rekeningnummer] gegeven. Ik heb op 26 maart 2012 het geld op deze rekening overgemaakt. Hierna heb ik niets meer van [verdachte] vernomen. Ik heb geen schoenen ontvangen en ik heb ook geen contact meer kunnen krijgen met [verdachte]. Hij reageert niet meer op de door mij verzonden mails.

13.

Een geschrift, zijnde een rekeningoverzicht van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van verdachte, voor zover dit - zakelijk weergeven - inhoudt:

Rekeningafschrift: [verdachte],

[woonplaats]

Boekdatum Omschrijving Bedrag bij

17 februari 2012 [betrokkene 1], Iphone 4S € 356,75

14 maart 2012 [betrokkene 2], aanbetaling Iphone 4s 32 GB € 250,00

15 maart 2012 [betrokkene 3], voor B2B van MP €181,75

26 maart 2012 [betrokkene 4], Botticelli schoenen maat 43 € 55,00

14.

Een proces-verbaal van aangifte internetoplichting van [betrokkene 4] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als aangifte van [betrokkene 4]:

Voornaam wederpartij: [voornaam verdachte]

Achternaam wederpartij: [achternaam verdachte]

E-mail adres wederpartij: [emailadres]@hotmail.nl

Website: www.martkplaats.nl

Advertentietitel: Samsung Galaxy s2 *simlockvrij*

Omschrijving geschil: lk heb betaald, maar ik krijg geen contact meer met de wederpartij.

Datum betaling: 10 april 2012

Bedrag: € 206,75

Bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer] ten name van [verdachte].

15.

Een geschrift, zijnde een e-mail met daarin geïncorporeerd een rekeningoverzicht van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van verdachte, voor zover dit-zakelijk weergeven - inhoudt:

Boekdatum Omschrijving Bedrag bij

10 april 2012 [betrokkene 5], Samsung Galaxy s2 € 206,75

16.

Een proces-verbaal van aangifte internetoplichting van [betrokkene 6] voor zover dit - zakelijk weergegeven - inhoudt als aangifte van [betrokkene 6]:

Voornaam wederpartij: [voornaam verdachte]

Achternaam wederpartij: [achternaam verdachte]

E-mail adres wederpartij: [emailadres]@live.nl

Website: www.speurders.nl

Advertentietitel: Buddha to Buddha chain XI (21 cm)

Omschrijving geschil: Ik wilde de armband van hem overnemen. Vanwege de afstand heb ik hem gevraagd of hij de armband wilde versturen. Dat was geen probleem. Ik maakte € 190,- over op zijn rekeningnummer. Hij vertelde dat hij de armband ging versturen. Eén dag later kree ik een e-mail: het staat erop. Ik verstuur hem vanmiddag. Een week later, heb ik niets meer van hem gehoord en niets ontvangen.

Datum betaling: 8 mei 2012

Bankrekeningnummer wederpartij: [rekeningnummer] ten name van [verdachte].

17.

Een geschrift, zijnde een schermafdruk van de internetpagina van Rabobank internetbankieren, betrekking hebbende op een transactieoverzicht van de rekening van [betrokkene 6], voor zover dit - zakelijk weergegeven – inhoudt

Rentedatum Tegenrekening Omschrijving Bedrag af

9 mei 2012 [rekeningnummer] Buddha to Buddha en verzendkosten €190.00

18.

Een proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 27 juni 2013 voor zover dit - zakelijk weergeven - inhoudt als verklaring van verdachte:

Ik heb ooit een keer via www.marktplaats.nl een advertentie geplaatst, waarna een koper het goed heeft betaald en ik vervolgens het goed heb geleverd. Ik dacht toen dat ik de volgende keer, na ontvangst van het geld, het goed net zo goed niet kon leveren.

In de periode 1 februari 2012 tot en met 17 mei 2012 heb ik diverse advertenties geplaatst. Naar aanleiding van deze advertenties heb ik geld ontvangen. De goederen heb ik echter nooit geleverd. Ik weet niet meer precies van welke personen ik in die periode geld heb ontvangen. Ik weet wel dat ik de in de tenlastelegging genoemde personen nooit de geadverteerde goederen heb geleverd. Het klopt dat ik met andere voornamen adverteerde en van e-mailadres wisselde’’

17. In het arrest heeft het Hof (p. 18) ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 2 in een bijzondere bewijsoverweging overwogen:

‘’B. (betreffende feit 2)

De verdediging heeft zich wat betreft feit 2 gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Ad B.

Uit de bestaande jurisprudentie volgt dat voor een veroordeling ter zake van oplichting het enkele zich voordoen als betrouwbare contractspartij - wetende dat je niet aan je verplichtingen kunt voldoen - niet valt aan te merken als een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels in de zin van artikel 326 Wetboek van Strafrecht, door welke hoedanigheid, kunstgrepen en/of verdichtsels de andere partij is bewogen tot diens prestatie.

Verdachte heeft over zijn werkwijze ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het ging om een "foutje". Hij verklaarde eerst een telefoontje te hebben verkocht en geleverd (aan een klant die niet in de tenlastelegging staat genoemd), en toen te hebben "ontdekt dat het geld toch wel kwam, ook zonder levering". Omdat hij het "confronterend" vond om benaderd te worden door reclamerende klanten heeft hij zich bediend van verschillende e-mailadressen.

Het hof overweegt dat verdachte zich jegens de kopers strikt genomen niet heeft bediend van méér oplichtingsmiddelen (valse naam, valse hoedanigheid, listige kunstgrepen, samenweefsel van verdichtsels) dan het enkele zich voordoen als bonafide verkoper (zijnde het oplichtingsmiddel "valse hoedanigheid"), teneinde hen te bewegen tot betaling over te gaan. Door zich te bedienen van iets afwijkende namen en verschillende e-mailadressen, heeft verdachte immers niet de afgifte van het geld willen bewerkstelligen, maar enkel de mogelijkheid tot verhaal willen bemoeilijken/onmogelijk maken.

Desalniettemin overweegt het hof dat het opzettelijk aannemen van de valse hoedanigheid van bonafide verkoper (teneinde klanten tot afgifte van geld te bewegen) èn het opzettelijk hanteren van foutieve namen en verschillende e-mailadressen (teneinde verhaal te bemoeilijken/onmogelijk te maken) in zijn geheel valt aan te merken als oplichting in de zin van artikel 326 Wetboek van Strafrecht.’’

18. In mijn conclusie voor HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806 heb ik stilgestaan bij de wetsgeschiedenis en jurisprudentiële ontwikkelingen rondom art. 326 Sr en met name wanneer sprake is van een valse hoedanigheid. Kort gezegd kan sprake zijn van een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 Sr indien misbruik wordt gemaakt van een in het maatschappelijke verkeer geldend patroon. De context waarbinnen dit plaatsvindt is echter niet zonder belang. Het bedrieglijk gebruik van een in het maatschappelijk verkeer geldend patroon is namelijk op zichzelf genomen geen bruikbare maatstaf om strafbaar bedrog te onderscheiden van niet-strafbaar bedrog. Bijvoorbeeld het zich enkel voordoen als bonafide huurder of koper is onvoldoende om te kunnen spreken van een valse hoedanigheid. Om met de woorden van Van Veen te spreken, het zijn van koper of huurder levert geen specifieke hoedanigheid meer op, ‘’want die hoedanigheid heeft in onze samenleving iedereen’’. In de zojuist vermelde conclusie is de in de jurisprudentie uitgekristalliseerde lijn als volgt samengevat:

‘’Is het in een bepaalde branche of sector gebruikelijk dat men zich wapent tegen bedrog, bijvoorbeeld door het vragen van legitimatie, dan zal men bijvoorbeeld de klant niet op zijn blauwe ogen mogen geloven en is er minder snel sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr. Is het daarentegen in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk dat men op basis van goed vertrouwen handelt, dan levert het op bedrieglijke wijze handelen in strijd met dat verwachtingspatroon wel het aannemen van een valse hoedanigheid op, aangezien in het rechtsverkeer dan de juistheid van zo'n pretentie tot uitgangspunt pleegt te worden genomen.’’

19. Dit is in lijn met hetgeen de wetgever destijds voor ogen heeft gehad:

"Tegen onwaarheid alleen moet geen bescherming worden verleend; hoe onzedelijk op zich zelf het spreken van onwaarheid ook zijn moge, toch zou het te ver gaan het bezigen van iedere onwaarheid strafbaar te stellen; het publiek behoort daar tegen op zijn hoede te zijn. Het feit verkrijgt eerst een ernstiger karakter wanneer andere middelen worden gebezigd om de onwaarheid waarschijnlijker te maken. Maar die andere middelen mogen uit den aard der zaak niet weder alleen leugens zijn. Een leugen alleen maakt een leugen niet waarschijnlijker. Het criterium van het misdadige zoeke men niet in een valsch beweren maar in de middelen om de valsche bewering ingang te doen vinden. Bewering alleen is echter nimmer bewijs voor bewering. - Alleen voor het gebruik maken van valsche namen of hoedanigheden is eene uitzondering gerechtvaardigd. Het maatschappelijk verkeer steunt in dit opzigt op getrouwheid aan de waarheid en de eenvoudige leugen te dezen aanzien verkrijgt het karakter van inbreuk op openbare trouw."

20. Zo kan het dus zijn dat in het geval een restaurantbezoeker zich voordoet als bonafide klant dan wel iemand die zich voordoet als bonafide hotelgast maar vervolgens nalaat te betalen, oplichting in de zin van artikel 326 Sr wordt aangenomen. Dit is aanvaardbaar omdat binnen die sectoren eenvoudigweg niet kan worden verlangd dat de hotel- of restauranteigenaar zich vooraf van de identiteit of solvabiliteit van de bezoeker vergewist. Bovendien is het niet goed mogelijk om achteraf – bijvoorbeeld via een civiele procedure – alsnog nakoming te vorderen. Een aanspraak op strafrechtelijke bescherming is – mits is voldaan aan de binnen die branche gebruikelijke voorzorgsmaatregelen – dan aangewezen.

21. Het zich enkel voordoen als bonafide verkoper op internetsites als marktplaats is mijns inziens op zich niet voldoende is voor een valse hoedanigheid. Het publiek dient er namelijk op bedacht te zijn dat voor goederen wordt betaald maar die vervolgens niet worden geleverd, zodat zij zich vooraf moeten vergewissen met wie of wat zij een transactie aangaan. Daartoe zijn verschillende – zowel private als publieke – initiatieven ondernomen die het publiek daarin moeten faciliteren. Het antwoord van de Minister van Veiligheid en Justitie van 18 september 2012 op Kamervragen van de leden Gesthuizen en Kooiman naar aanleiding van het bericht ‘’slachtoffers van internetoplichting die in de kou blijven staan’’ laat zien dat er is geïnvesteerd in de aanpak van internetoplichting:

‘’Antwoord 1 en 3

Er is veel geïnvesteerd om de aanpak van oplichting via veiling- en verkoopsites te verbeteren. Zo hebben de Politie en het Openbaar Ministerie in samenwerking met Marktplaats het Meldpunt Internetoplichting (op mijnpolitie.nl) opgericht. Slachtoffers kunnen hier eenvoudig aangifte doen van internetoplichting en de status van hun aangifte volgen. Ook kan iedereen via deze site, bijvoorbeeld aan de hand van een rekeningnummer van een aanbieder, nagaan of er meldingen van mogelijke oplichting bekend zijn over een aanbieder. Daarmee ondersteunt deze site burgers om hun verantwoordelijkheid te nemen en continu waakzaam en alert te blijven in verband met het risico van oplichting (ik verwijs verder naar mijn antwoord op vraag 5).

(…)

Antwoord 5

Zonder enig onderzoek te hebben gedaan, valt vaak niet te concluderen dat er evident sprake is van oplichting. Mede daarom acht ik primair voorzichtigheid van de kant van de consument geboden. Mijn departement faciliteert consumenten daarbij met de in mijn antwoord op vragen 1 en 3 genoemde site mijnpolitie.nl. Een consument kan het resultaat van een zoekslag op deze site betrekken in zijn afweging om al dan niet een transactie aan te gaan met die aanbieder. Ook kan de consument een vraag stellen of een melding indienen bij de Fraudehelpdesk. De Fraudehelpdesk kan op basis van diverse meldingen een waarschuwing uitbrengen om meer slachtoffers te voorkomen en zal de melding doorgeven aan de betrokken bank(en). Banken kunnen vervolgens vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bepalen of er op basis van die meldingen aanleiding bestaat actie te ondernemen richting een rekeninghouder.’’

22. Dat oplichting op marktplaats maatschappelijke beroering brengt, blijkt ook uit Kamervragen van het Recourt naar aanleiding van een uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 29 april 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ9266 en een naar aanleiding van die uitspraak geplaatst bericht in de NRC, waarin – kort gezegd – een verdachte werd vrijgesproken van internetoplichting via marktplaats omdat de Rechtbank oordeelde dat de verdachte zich geen valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 Sr had aangemeten enkel door het zich voordoen als bonafide verkoper. In antwoord op – zakelijk weergegeven – de vraag of het strafrecht geen bescherming moest bieden tegen gevallen van bedrog op internetsites als marktplaats, antwoorde de Minister van Veiligheid en Justitie op 27 juni 2013:

‘’Antwoord 3, 4

De aanname dat handel via internet niet-gecontroleerd plaatsvindt is niet zonder meer terecht. Kopers en verkopers op internet zijn zich in veel gevallen bewust van de risico’s die zij lopen en trachten deze te beperken. Op internet zijn hiervoor verschillende instrumenten beschikbaar. Ook online handelsplaatsen zoals Marktplaats dragen actief bij aan het beperken van de risico’s. Voorts biedt het webportaal van het Landelijk Meldpunt Internetoplichting een functie waarmee burgers bijvoorbeeld aan de hand van een bankrekeningnummer kunnen controleren of iemand een betrouwbare handelspartner is. Die functie is al ruim 4,4 miljoen maal gebruikt en heeft 232.000 keer tot het advies geleid om niet te handelen met een persoon (peildatum mei 2013).

Gelet hierop en de civiele weg die kan worden bewandeld als de eigen naam door een natuurlijke of rechtspersoon is gebruikt en er toch een conflict ontstaat, ben ik vooralsnog niet overtuigd dat de opkomst van laagdrempelige websites zoals Marktplaats nopen tot een andere strafrechtelijke benadering van het delict oplichting. Zoals ik u in mijn antwoorden op eerdere schriftelijke vragen heb laten weten, ben ik naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad ter zake van verduistering met het Openbaar Ministerie in overleg om te bezien of, en zo ja op welke wijze, nieuwe strafrechtelijke mogelijkheden moeten worden gecreëerd.’’

23. In het hiervoor opgenomen antwoord van de Minister van Veiligheid en Justitie van 27 juni 2013 wordt gedoeld op een arrest van de Hoge Raad van 2 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8280 waar de Hoge Raad bepaalde dat indien betaling heeft plaatsgevonden maar de levering van de goederen vervolgens is uitgebleven, dit geen verduistering als bedoeld in artikel 321 Sr oplevert. Ook naar aanleiding van dit arrest zijn Kamervragen (Gesthuizen) gesteld en wel in het bijzonder de vraag of het strafrecht geen bescherming moet bieden aan gedupeerde kopers op internetsites. De Minister van Veiligheid en Justitie antwoordde hier (wederom) op dat het strafrecht in beginsel niet is bedoeld om zakelijke geschillen op te lossen:

‘’Antwoord 3

De zaak waarover de Hoge Raad oordeelde toont eens te meer aan dat mensen goed op moeten letten als zij, bijvoorbeeld via internet, zaken doen met een onbekende tegenpartij. Dat geldt zeker als er vooraf (aan)betaald moet worden. Er zijn op internet verschillende oplossingen voorhanden waarmee de risico’s van dergelijke transacties beperkt kunnen worden.

Ook als mensen eenmaal slachtoffer zijn geworden van oplichting houden ze een eigen verantwoordelijkheid om de schade die zij hierdoor geleden hebben te verhalen. Het strafrecht kan niet voor ieder zakelijk conflict een oplossing bieden. Maar bij ernstige gevallen, bijvoorbeeld als het gaat om grote bedragen en/of grote aantallen gedupeerden, moet naar mijn mening ook langs strafrechtelijke weg opgetreden kunnen worden. Zoals vermeld in antwoord op vraag 2 kan het Openbaar Ministerie ook nu nog optreden tegen bepaalde gevallen van internetoplichting. Ik zal naar aanleiding van het arrest in overleg met het Openbaar Ministerie bezien of, en zo ja op welke wijze, nieuwe strafrechtelijk mogelijkheden gecreëerd moeten worden.’’

24. Het publiek staat volgens de Minister van Veiligheid en Justitie dus niet met lege handen als er sprake is van ernstige gevallen. Wel wordt van het publiek verwacht dat zij zich wapenen tegen risico’s en daartoe bestaan mogelijkheden. Ook is het mogelijk om achteraf verhaal te halen, al dan niet in collectief verband. Dit leidt uitzondering indien de verkoper er op uit is om de gebruikelijke beveiligingsmaatregelen te frustreren , zoals door bijvoorbeeld gebruik te maken van valse namen, bankrekeningnummers en/of valse emailadressen. Verhaal via de civiele weg is dan niet mogelijk of het achterhalen van de identiteit van de transactiepartner zou de waarde van het verhandelde goed overstijgen. In die gevallen lijkt mij dat strafrechtelijk optreden wel gerechtvaardigd is.

25. Dan terug naar de onderhavige zaak. Het uitgangpunt van het middel lijkt te zijn dat het Hof ten onrechte heeft overwogen dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen door zich (enkel) voor te doen als bonafide verkoper, nu de enkele omstandigheid van het zich voor doen als bonafide verkoper niet een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 Sr. oplevert. Hoewel de overweging van het Hof in beginsel ruimte laat voor dit uitgangspunt, vervolgt het Hof dat op zichzelf beschouwd het enkel zich voordoen als bonafide verkoper (teneinde klanten te bewegen tot betaling over te gaan) nog niet maakt dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen in de zin van artikel 326 Sr, maar dat die omstandigheid tezamen met de – niet bestreden – vaststelling van het Hof dat verdachte iets afwijkende namen en verschillende e-mailadressen heeft gehanteerd (teneinde verhaal te bemoeilijken/onmogelijk te maken) wel leidt tot oplichting in de zin van artikel 326 Sr. Daarmee heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat verdachte getracht heeft de gebruikelijke veiligheidsmaatregelen te frustreren teneinde verhaal via de civiele weg in de weg te staan. Dat hij dit op een weinig succesvolle wijze heeft gedaan waarvan op voorhand al vaststond dat hij door de mand zou vallen (hij gebruikte immers telkens zijn eigen achternaam en bankrekeningnummer) doet hier niet aan af. Evenmin kan worden gesteld dat de gedupeerden beter hadden moeten weten; dommigheid houdt in dit geval op waar gebruik wordt gemaakt van leugens. ’s Hofs oordeel dat verdachte zich heeft bediend van een valse hoedanigheid en zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan oplichting als bedoeld in artikel 326 Sr komt mij derhalve onjuist noch onbegrijpelijk voor.

26. Het tweede middelfaalt.

27. Beide middelen falen en in ieder geval het eerste middel kan met een aan artikel 81 RO ontleende motivering worden afgedaan. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak zouden behoren te leiden.

28. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaalbij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?