1. Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof Den Haag.
2. Het eerste middel faalt omdat het berust op de onjuiste rechtsopvatting dat de Salduz-jurisprudentie ook van toepassing is ten aanzien van verdachten die niet zijn aangehouden (zie o.m. HR 7 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU6908). Het tweede middel faalt omdat het verzoek om de bedoelde deskundige te horen eerst bij pleidooi is gedaan (HR 4 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO6130). Het derde middel, dat klaagt dat het Hof “niets” heeft opgemerkt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de enkelvoudige fotoconfrontaties, faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. De middelen kunnen derhalve klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.
3. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG