18. Het eerste middelfaalt in alle onderdelen.
19. Het tweede middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft overwogen dat voor het bewezenverklaarde niet is vereist dat de verzoeker wist dat de IBC-tanks met olie aanwezig waren in zijn inrichting.
20. Het Hof heeft, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, als volgt overwogen:
“Voorts heeft de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij niet wist dat de IBC-tanks en de olie op de inrichting aanwezig waren. Hieromtrent overweegt het hof als volgt. Artikel 5 eerste lid van het Besluit landbouw milieubeheer, waarop de tenlastelegging is gestoeld, luidt als volgt:
De voorschriften, bedoeld in de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de bijlage gelden voor degene die de inrichting drijft. Die draagt er zorg voor dat de voorschriften worden nageleefd.
Gelet hierop is voor een bewezenverklaring niet vereist dat de verdachte wist dat de IBC-tanks met olie aanwezig waren op zijn inrichting.”
21. Voor een bewezenverklaring van opzettelijke overtreding van onder art. 1 en (zoals in het onderhavige geval) 1a van de WED ressorterende voorschriften is slechts kleurloos opzet vereist. Het opzet van de dader hoeft dus alleen gericht te zijn op de gedraging zelf, niet op het niet naleven van een wettelijke verplichting. In de bewezenverklaring is het bestanddeel ‘opzettelijk’ opgenomen en het feit is gekwalificeerd als ‘overtreding van voorschriften gesteld krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan’. Gelet hierop geldt op zijn minst de eis dat verdachte zich bewust is geweest van zijn gedrag. Hij moet dus geweten hebben dat er IBC tanks met olie aanwezig waren. De overweging van het Hof is niet juist en nu het opzet op het gedrag ook niet anderszins uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt kan het bestreden arrest niet in stand blijven.
22. Het tweede middeltreft doel.
23. Ambtshalve heb ik geen andere gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak behoren te leiden.
24. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG