ECLI:NL:PHR:2014:2542

ECLI:NL:PHR:2014:2542, Parket bij de Hoge Raad, 11-11-2014, 13/04515

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 11-11-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/04515
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:52
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

HR: art. 80a RO. Géén verweer gevoerd dat het Hof niet bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. Anders: CAG.

Uitspraak

“ARTIKEL XXII

(…)

3. Op de behandeling van en de rechterlijke bevoegdheid ten aanzien van zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II onderscheidenlijk onderdelen van dat artikel bij een gerechtshof aanhangig waren, blijft het recht zoals het gold vóór dat tijdstip van toepassing.”

De memorie van toelichting bij die wet houdt in, voor zover hier van belang, dat het hiervoor weergegeven derde lid bewerkstelligt dat de wijzigingen in de ressortelijke indeling geen gevolg hebben voor zaken die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van die wijziging bij een gerechtshof aanhangig zijn gemaakt.

9. Met de Wet herziening gerechtelijke kaart, zijn met ingang van 1 januari 2013 onder meer de gerechtshoven Arnhem en Leeuwarden samengevoegd. In die wet is ten aanzien van het overgangsrecht bepaald, voor zover hier van belang:

“Artikel CIII (OVERGANG LOPENDE ZAKEN NAAR NIEUWE GERECHTSHOVEN)

Zaken die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I aanhangig waren bij een hieronder in de linker kolom genoemd gerechtshof gaan van rechtswege over naar het daarbij in de rechterkolom genoemde gerechtshof.

10. De onderhavige zaak is in hoger beroep aanhangig gemaakt vóór de inwerkingtreding van de gewijzigde regels met betrekking tot de behandeling van zaken bij een ander gerecht dan het in beginsel bevoegde gerecht, en van de gewijzigde indeling van de gerechtshoven, en kon daarom in overeenstemming met de toen geldende regels bij het Gerechtshof Arnhem, als nevenzittingsplaats van het in eerste instantie bevoegde Gerechtshof Amsterdam, worden aangebracht. Het Gerechtshof Arnhem was op dat moment, blijkens het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad, immers nog ingevolge art. 59, tweede lid, (oud) RO door de regering aangewezen als een nevenzittingsplaats van alle andere gerechtshoven en dus ook van het Gerechtshof Amsterdam. Voor zover in het middel met de verwijzing naar de met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden, gewijzigde regels met betrekking tot de (formele) bevoegdheid van de gerechtshoven om zaken te behandelen van andere gerechtshoven, wordt betoogd dat die regels van toepassing zijn nu de onderhavige zaak na de inwerkingtreding daarvan ter zitting in hoger beroep is behandeld, faalt het middel reeds nu wordt miskend dat uit het hiervoor onder 8 weergegeven overgangsrecht volgt dat het recht van toepassing blijft zoals dat gold tijdens het aanhangig maken van de zaak. Gelet daarop, en nu zaken die onder de oude ressortelijke indeling reeds aanhangig waren bij het gerechtshof Arnhem blijkens het hiervoor onder 9 weergegeven overgangsrecht van rechtswege overgaan naar het nieuw gevormde Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, heeft dat Hof zich in het onderhavige geval zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en ook niet onbegrijpelijk bevoegd kunnen achten om de zaak van de verdachte te behandelen.

11. Ik merk voorts nog op dat het, zoals mijn ambtgenoot Knigge eerder ook heeft opgemerkt, in de rede ligt dat van een verdachte die de vraag naar de wettigheid van de zittingsplaats en/of de bevoegdheid van het Hof die zijn zaak behandelt aan de orde wenst te stellen, mag worden gevraagd dat hij dit in een zo vroeg mogelijk stadium doet. Niet blijkt dat de verdachte voorafgaand aan de behandeling in hoger beroep, dan wel tijdens die behandeling, de bevoegdheid van het Hof Arnhem-Leeuwarden aan de orde heeft gesteld en/of bezwaren daartegen heeft geuit. Gelet daarop en nu in cassatie ook niet wordt gesteld dat de behandeling door genoemd Hof ertoe heeft geleid dat op enigerlei wijze te kort is gedaan aan verdachtes recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige gerecht, terwijl ik ook zelf geen reden/aanleiding zie om dat te veronderstellen, is mij niet duidelijk welk rechtens te respecteren belang de verdachte heeft bij een nieuwe behandeling van zijn zaak door het kennelijk door hem (uitsluitend) bevoegd geachte Gerechtshof Amsterdam.

12. Het middel faalt. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

13. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?