ECLI:NL:PHR:2014:263

ECLI:NL:PHR:2014:263, Parket bij de Hoge Raad, 11-02-2014, 12/05143

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 11-02-2014
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 12/05143
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2014:862
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

15Het tweede middelfaalt.

1. Het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage heeft bij arrest van 17 oktober 2012 verdachte wegens “1: bedreiging met zware mishandeling”, “3 primair: zware mishandeling” en “4 en 5: diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een bijzondere voorwaarde als in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en corresponderende schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Ten slotte heeft het Hof de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gelast.

2. Namens verdachte heeft mr. C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te ‘s-Gravenhage, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. I. van Straalen, advocaat te ‘s-Gravenhage, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het eerste middel klaagt over de motivering van het bewezenverklaarde zwaar lichamelijk letsel (gebroken oogkas).

4. Onder 3 primair heeft het Hof ten aanzien van de verdachte bewezenverklaard dat:

“hij op 28 juni 2009 te Naaldwijk, gemeente Westland, aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken oogkas en een gebroken neus en zichtverlies aan het (linker) oog en beschadiging netvlies en pupil van het (linker) oog)), heeft toegebracht, door deze opzettelijk (met kracht) met een knuppel/houten stok tegen het hoofd/gezicht te slaan;”

5. De aanvulling met bewijsmiddelen bevat onder 10, 11 en 12 het volgende:

“10. Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring d.d. 28 juni 2009, opgemaakt en ondertekend door de forensisch arts S.S. Boekhoorn. Deze geneeskundige verklaring houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:

Betreft [slachtoffer], geb. [geboortedatum]-1989, was bij ons in verband met stomptrauma OS.

Bij onderzoek: fors hematoom linkerzijde gezicht, verdenking orbitafractuur + neusfractuur.

Oogheelkundig onderzoek

Hyphaem + commotio retinae

Bij echo lag de retina aan.

Graag jullie onderzoek naar fracturen.

11. Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring d.d. 28 juni 2009, opgemaakt en ondertekend door J.C. Paarlberg, aios oogheelkunde. Deze geneeskundige verklaring houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:

Medische informatie

Betreft [slachtoffer], geb. [geboortedatum]-1989

Uitwendig waargenomen letsel.

- Haematoom rond linkeroog

- Hyphaema (= bloed in voorste oogkamer) linkeroog

Is er een vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel?

- oedeem retina links (vocht in het netvlies).

Bijzondere mededelingen.

Is er sprake van blijvend letsel?

- nog niet te beoordelen. Momenteel verminderd zicht linkeroog

12. Een proces-verbaal d.d. 30 juni 2009 van de politie Haaglanden, Bureau Westland met nr. PL1563/2009/14400-30. Dit proces-verbaal houdt onder meer in –zakelijk weergegeven - (blz. 9):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Op 29 juni 2009 heb ik, verbalisant [verbalisant], telefonisch contact opgenomen met de aangever [slachtoffer]. Hij deelde mij desgevraagd mede dat door de behandelend arts was geconstateerd dat hij een gebroken oogkas had alsmede een gebroken neus. Tevens had de arts geconstateerd dat hij nog slechts 30% zicht had aan zijn linkeroog en een beschadiging aan het netvlies en de pupil van zijn linkeroog.”

6. Voor het kader van de invulling van het begrip zwaar lichamelijk letsel citeer ik nu eerst overweging 3.4.1. uit HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX9407, NJ 2013/436 m.nt. Keijzer en daarna overweging 3.4. uit HR 14 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8055:

“ 3.4.1. Art. 82Art. 82 Art. 82 Sr bevat een opsomming van hetgeen onder zwaar lichamelijk letsel is begrepen, waarbij in het tweede lid is bepaald dat ook een storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd, tot zulk zwaar lichamelijk letsel gerekend kan worden. Naar vaste rechtspraak laat art. 82 Sr de rechter vrijheid om ook ander letsel dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid, als zwaar lichamelijk letsel aan te merken (vgl. HR 16 mei 2000, LJN AA5802LJN AA5802, NJ 2000/510NJ 2000/510). De door de wetgever gekozen bewoordingen geven evenwel geen aanleiding om te veronderstellen dat hij met ‘lichamelijk letsel’ ook het oog heeft gehad op andere krenkingen van het psychisch welbevinden dan de in het tweede lid van art. 82tweede lid van art. 82 Sr bedoelde langdurige (ver)storing van de geestvermogens.”

13. Voor zover voor de beoordeling van het middel van belang heeft het Hof overwogen:

“Bovendien rekent het hof de verdachte aan dat hij niet de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de mishandeling van [slachtoffer], hetgeen ook tijdens de procedure in hoger beroep -wederom- is gebleken.”

14. Blijkens de toelichting wordt door deze overweging het ‘nemo tenetur’ beginsel geschonden. Ik zie dat nog niet zo direct, omdat niet is gesteld of gebleken dat verdachte gedwongen is aan zijn eigen veroordeling mee te werken door wel de verantwoordelijkheid te nemen. Als een verdachte niet verklaart of geen verantwoordelijkheid neemt mag daarmee in de strafprocedure bij de beslissing omtrent het bewijs of de straf rekening worden gehouden. Anders dan in de toelichting wordt gesteld is de strafmotivering niet onbegrijpelijk, omdat ‘ten onrechte geen aandacht [is] besteed aan het geven, aangevoerd door de raadsman bij pleidooi, dat verzoeker uit eigen beweging een cursus agressiebeheersing heeft gevolgd.’ Er kunnen uiteenlopende redenen zijn om een dergelijke cursus te volgen en bovendien is niet volledig uitgesloten dat verdachte door die cursus te volgen zijn verantwoordelijkheid voor het eerste feit wel wenst te aanvaarden.

16. De middelen falen, waarbij het tweede middel in ieder geval met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering kan worden afgedaan. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

17. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

AG.

B. James, C. Chew en A. Bron, Zakboek Oogheelkunde, Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg 2004 (vertaald en bewerkt door R.W.A.M. Kuijpers en J. R. Vingerling), p. 204-205. De uitzondering is Rechtbank Zutphen 15 maart 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BP7634 waarbij betekenis wordt toegekend aan de omstandigheid dat ook zonder operatief ingrijpen zicht op genezing bestaat. Hof Den Haag 29 april 2010,ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2071. Rechtbank Limburg 19 maart 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ4751. Hof Arnhem-Leeuwarden 2 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA0261, Hof Leeuwarden 21 juli 2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2534, Rechtbank Haarlem 7 november 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ4309, Rechtbank Den Haag 14 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4409. Rechtbank Arnhem 10 september 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX6966en Rechtbank Arnhem 11 april 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BW3097. Veelal is er in deze zaken naast de gebroken oogkas nog ander zwaar lichamelijk letsel. De Hoge Raad oordeelt wel in zaken waarin de gebroken oogkas volgens de bewezenverklaring zwaar lichamelijk letsel oplevert en ziet -zoals is te verwachten- geen aanleiding om ambtshalve in te grijpen. Zie bijvoorbeeld HR 5 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2950 en HR 28 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3864. Voor een inventarisatie van zwaar lichamelijk letsel verwijs ik naar de conclusie van mijn ambtgenoot Vellinga ECLI:NL:PHR:2004:AP0252. HR 14 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9353. Verder verwijs ik naar een conclusie van mijn ambtgenoot Vellinga die het middel bespreekt waarin de samenhang tussen het nemo teneur beginsel en de strafmotivering centraal staat: ECLI:NL:PHR:2012:BY4869.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?