1. Verzoeker is bij arrest van 27 maart 2013 door het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, wegens “witwassen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden en twee weken, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Voorts heeft het Hof de nog niet teruggegeven geldbedragen, te weten 51.720,- euro en 30.250,- US dollar, verbeurd verklaard.
2. Namens verzoeker heeft mr. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat het Hof de dagvaarding in hoger beroep nietig had moeten verklaren nu niet blijkt dat die appeldagvaarding overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv is verzonden naar het adres in het buitenland dat door verzoeker is opgegeven als het adres waarnaar gerechtelijke mededelingen dienden te worden verzonden. Voorts klaagt het middel dat het wel verzonden exemplaar niet was vergezeld van de door art. 585, tweede lid, Sv vereiste vertaling.
4. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
(i) een proces-verbaal van verhoor door de politie van 25 augustus 2010 (Code-nummer V1-01) inhoudende de volgende adresgegevens van verzoeker:
“ Adres: [b-straat]
Postadres: [001]
Postcode en plaats: Accra-North (Ghana)”
Voorts houdt dit proces-verbaal als verklaring van verzoeker het volgende in:
“(Verb. Gevraagd wordt aan gehoorde naar welk adres de gerechtelijke stukken met betrekking tot dit onderzoek heen gestuurd kunnen worden.)
Naar het postbusnummer dat ik zojuist aan u heb opgegeven.
(…)
(Verb. Gevraagd wordt naar de persoonlijke omstandigheden van gehoorde.)
Het huis waarin wij wonen is ons eigendom. Ik heb dit huis zelf helemaal verbouwd, dat wil zeggen dat ik dit huis steeds verder heb uitgebouwd. Vanwege die verbouwing wonen we tijdelijk in een huurhuis ergens anders. Het adres van dat huurhuis heb ik nu aan u opgegeven als woonadres. Het adres van het huis dat nu verbouwd wordt is [a-straat], Accra North.”;
(ii) een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen ter terechtzitting in hoger beroep van 13 maart 2013, welke inhoudt dat de dagvaarding op 5 februari 2013 ter griffie van de rechtbank te Oost-Nederland is uitgereikt aan de griffier omdat “van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is";
(iii) een aan het dubbel van die dagvaarding gehechte uitdraai van PostNl van 28 februari 2013 die inhoudt dat een zending met 3S-code [002] “onderweg is” en waarop een sticker is aangebracht met dezelfde code die verzoeker vermeldt als geadresseerde van de zending met het adres [b-straat], te Accra North, Ghana;
(iv) een aan het dubbel van die dagvaarding gehecht verwerkingsoverzicht GBA-gegevens van 26 februari 2013, dat inhoudt dat verzoeker niet is gedetineerd en dat van verzoeker geen adres in Nederland bekend is.
De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen.
5. Het volgende dient te worden vooropgesteld. Indien op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een GBA en niet in Nederland is gedetineerd, en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend is, geschiedt de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding door het Openbaar Ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatstbekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie, aldus art. 588, tweede lid, Sv. Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend.
6. Uit de hiervoor genoemde stukken in het dossier kan worden afgeleid dat de dagvaarding in hoger beroep uitsluitend per gewone post is verzonden aan het door verzoeker bij de politie en bij de rechtbank in eerste aanleg opgegeven woonadres van zijn huurwoning in Ghana, te weten [b-straat] te Accra-North. Noch de hierboven genoemde akte van uitreiking, noch enig ander gedingstuk houdt echter in dat de dagvaarding in hoger beroep (ook) naar het adres is verzonden dat door verzoeker was opgegeven als het postadres waarop hij de gerechtelijke stukken wilde ontvangen. Daaruit volgt dat de dagvaarding in hoger beroep niet is betekend overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv. Het in de bestreden uitspraak besloten liggend oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend, is derhalve onjuist.
7. Het middel slaagt in zoverre.
8. Ten overvloede merk ik op dat de (tweede) klacht dat de wel verzonden dagvaarding in strijd met art. 588, tweede lid, Sv niet vergezeld is gegaan van een vertaling, niet tot cassatie kan leiden. In feitelijke aanleg bij het Hof is daaromtrent niets aangevoerd door de raadsman, en in cassatie kan niet voor het eerst een beroep worden gedaan op feiten en omstandigheden waarvan niet blijkt dat deze door het Hof zijn vastgesteld of dat daarop in feitelijke aanleg een beroep is gedaan. Nu de raadsman in de gelegenheid is geweest om de desbetreffende klacht over de wijze van betekening aan de feitenrechter voor te leggen maar van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, kan daarover in cassatie niet met vrucht worden geklaagd.
9. Het middel is wat de eerste klacht betreft terecht voorgesteld.
10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG