Nr. 12/05807
Mr. Spronken
Zitting: 22 april 2014
Aanvullende conclusie inzake:
[verdachte]
4. Dat lot treft tevens de door het hof toegewezen vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [A]. Wat ik mij in dit verband heb afgevraagd is, of in het geval dat op de vordering van de benadeelde partij door het hof in hoger beroep ten gunste van de benadeelde partij is beslist en de verdachte hangende het cassatieberoep overlijdt, in cassatie ook expliciet een beslissing zou moeten volgen met betrekking tot de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij. Het lijkt mij voor de benadeelde partij in een dergelijke situatie van belang een duidelijke (eind)beslissing te krijgen. Ik heb met betrekking tot een casus als de onderhavige geen jurisprudentie kunnen vinden en de commentaren van Valkenburg in T&C Sr en Noyon/Langemeijer & Remmelink bij art. 69 Sr gaan hier niet met zoveel woorden op in. Strikt genomen vloeit de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij voort uit de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. Immers daardoor volgt er geen beslissing zoals bedoeld in art. 361, tweede lid Sv, waarin is bepaald dat de benadeelde partij alleen ontvankelijk zal zijn in haar vordering indien de verdachte enige straf of maatregel wordt opgelegd of in geval van toepassing van art. 9a Sr. Normaliter zal de rechter in eerste aanleg, in het geval dat de verdachte is overleden hangende de procedure in eerste aanleg, niet meer toekomen aan de behandeling van de vordering van de benadeelde partij. In onderhavige zaak blijkt echter pas in cassatie dat de verdachte is overleden.
5. Gelet op het voorgaande, met name om duidelijkheid te verschaffen aan de benadeelde partij, geef ik de Hoge Raad in overweging, nu de vordering van de benadeelde partij [A] in hoger beroep is toegewezen en verdachte nadien is overleden, ook over haar vordering een expliciete beslissing te nemen en haar niet-ontvankelijk te verklaren.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behalve voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank voor het overige, tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging en tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [A] in haar vordering tot schadevergoeding.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG