1. Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 8 februari 2011 heeft het Gerechtshof ’s-Gravenhage op 15 maart 2013 de verdachte vrijgesproken van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en hem ter zake van feit 4 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.
2. Namens verdachte heeft mr. E.P.N. Pieterse, advocaat te Rotterdam beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte geen beslissing heeft genomen ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen, zodat het arrest, althans de strafoplegging, onvoldoende met redenen is omkleed.
4. Bij arrest van 18 juli 2008 heeft het Hof de verdachte ten aanzien van het onder 1 tweede/cumulatief/alternatief, 3 en 4 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr, en heeft het de teruggave gelast van de inbeslaggenomen voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen. De Hoge Raad heeft dat arrest vernietigd wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging en heeft de zaak teruggewezen. Eerdere beslissingen aangaande het beslag vallen onder de strafoplegging. Een beslissing tot teruggave van een beslag wordt derhalve vernietigd indien de Hoge Raad de strafoplegging vernietigt (vgl. HR 25 september 2012, ECLI:NL:HR:2012: BX4994). De steller van het middel wijst er terecht op dat het Hof ten onrechte niet opnieuw heeft beslist over de in beslag genomen voorwerpen maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden omdat de Hoge Raad zelf alsnog de teruggave van deze voorwerpen kan gelasten.
5. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan om doelmatigheidsredenen de zaak zelf afdoen. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarin niet een beslissing is opgenomen ten aanzien van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerpen, tot een beslissing tot teruggave van alle voorwerpen zoals deze zijn vermeld op de aan het arrest van het Hof van 18 juli 2008 gehechte lijst en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG