1. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, heeft bij beschikking van 10 februari 2014 klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift.
2. Tegen deze beschikking is namens klager cassatieberoep ingesteld.
3. Namens klager heeft mr. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel klaagt dat de Rechtbank klager ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klaagschrift.
4.2. De bestreden beschikking houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“Onder klager zijn op 1 oktober 2012 een VW Passat (kenteken [001]) en een Iphone in beslag genomen.
De officier van justitie heeft voorafgaand aan de behandeling van het klaagschrift reeds beslist dat de inbeslaggenomen Iphone dient te worden teruggegeven.
De officier van justitie heeft tijdens de behandeling in raadkamer medegedeeld dat de inbeslaggenomen VW Passat met bovengenoemd kenteken op 9 december 2013 naar de autosloperij is gegaan ter vernietiging.
(...)
De rechtbank overweegt als volgt.
Door vernietiging van de auto is de inbeslaggenomen auto niet langer beschikbaar en eindigt het beslag op grond van artikel 134, tweede lid, onder c van het Wetboek van Strafvordering.
Klager dient daarom niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn klaagschrift.”
4.3. Blijkens het proces-verbaal van de zitting in raadkamer heeft de officier van justitie aldaar aangevoerd dat de inbeslaggenomen auto op 9 december 2013 naar de sloop is gegaan en dat de auto nog € 245,- heeft opgebracht.
4.4. Ingevolge art. 117 lid 4 Sv blijft bij vervreemding tegen baat het beslag op de verkregen opbrengst rusten. Dat betekent dat in de onderhavige zaak het beslag nog rust op de opbrengst van de auto, te weten € 245,-. Het oordeel van de Rechtbank dat het beslag op grond van art. 134 lid 2 onder c Sv is beëindigd, is dan ook onjuist.
5. Het middel slaagt.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG