[verdachte]
Nr. 13/01478
Mr. Machielse
Zitting 3 februari 2015
Conclusie inzake:
1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op 11 maart 2013 voor: mishandeling, veroordeeld tot een taakstraf van 180 uur en tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 25 februari 2013 niet het laatste woord heeft gekregen voordat het onderzoek ter terechtzitting is gesloten.
3.2. Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 februari 2013 houdt het volgende in:
“De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
wonende te [woonplaats].
Als raadsman van verdachte is mede ter terechtzitting aanwezig mr. M.A.W. Nillesen, advocaat te 's-Hertogenbosch.
(…)
De voorzitter geeft de advocaat-generaal het woord voor requisitoir.
De advocaat-generaal rekwireert:
(…)
De voorzitter geeft de raadsman het woord voor pleidooi.
De raadsman voert de verdediging als volgt:
(…)
De advocaat-generaal repliceert als volgt:
(…)
De raadsman dupliceert als volgt:
(…)
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 11 maart 2013 te 09.30 uur.”
Repliek en dupliek gingen beide inhoudelijk in op het ten laste gelegde feit.
3.3. Het vierde lid van artikel 311 Sv bepaalt dat aan verdachte op straffe van nietigheid het recht wordt gelaten om het laatst te spreken. Dat recht komt hem toe ook als verdachte wordt bijgestaan door een advocaat. Artikel 80a RO biedt de mogelijkheid het cassatieberoep niet ontvankelijk te verklaren wanneer de betrokkene klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep. In gevallen waarin dat belang niet evident is, mag van de verdediging in redelijkheid worden verlangd dat zij in de cassatieschriftuur het belang bij de klacht in cassatie toelicht. In de schriftuur ontbreekt zo'n toelichting.
De Hoge Raad acht artikel 80a RO ook van toepassing wanneer verdachte bij cassatie wegens een met nietigheid bedreigd verzuim in wezen niet voldoende in rechte te respecteren belang heeft. Toepassing van artikel 80a RO is dus niet uitgesloten wanneer een verzuim is begaan waarop de wet nietigheid stelt. Maar de ene nietigheid is de andere niet. Het recht op het laatste woord lijkt mij van veel grotere betekenis voor het eerlijk proces dan de vermelding van de artikelen in het vonnis waarop de veroordeling berust of de aanhechting van de vordering van een functionaris van het OM. Het laatste woord geeft verdachte de gelegenheid om als laatste zijn zegje te doen, zijn visie te geven, om de rechter een laatste boodschap mee te geven, niet vertroebeld door tussenkomst van een ander. De verdachte krijgt aldus volgens Remmelink de kans om nog op een hoogstpersoonlijke wijze zijn standpunt kenbaar te maken, om een bepaalde indruk op de rechter te maken. Het is volgens Remmelink geen puur defensierecht, maar een humaan element in het strafproces.
Artikel 311 lid 4 Sv heeft, zo schat ik in, niet aan kracht ingeboet door de inwerkingtreding van artikel 80a RO.
Het middel lijkt mij gegrond te zijn.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden