9. Het eerste middel faalt.
10. Het tweede middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring van feit 1. Uit de gebezigde bewijsmiddelen zou niet kunnen volgen dat de verdachte heroïne heeft vervoerd, althans het Hof zou voor het bewijs hiervan een niet-redengevend bewijsmiddel (8) hebben gebezigd.
11. Telkens onder 1 is in het verkort arrest de tenlastelegging en bewezenverklaring van vervoer van heroïne opgenomen. De in feit 1 bedoelde harddrug wordt in het arrest (bewijsoverweging, strafmotivering) alsmede in de aanvulling met bewijsmiddelen (bewijsmiddel 7) aangeduid als heroïne. Uitsluitend bewijsmiddel 8 spreekt over cocaïne. Het kan niet anders dan dat hier sprake is van een misslag. Een blik achter de papieren muur op de als bewijsmiddel 8 gebruikte rapportage van het NFI leert dat de conclusies ten aanzien van beide monsters luiden: “bevat heroïne”. Dat komt overeen met tenlastelegging en bewezenverklaring. Het arrest van het Hof kan met herstel van de misslag worden gelezen, zodat de feitelijke grondslag aan het middel ontvalt.
12. Het tweede middel faalt.
13. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met behulp van de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Afdoening met toepassing van art. 80a RO is, voor het geval dat de voorkeur van Uw Raad heeft, mogelijk. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
14. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG