ECLI:NL:PHR:2015:1747

ECLI:NL:PHR:2015:1747, Parket bij de Hoge Raad, 30-06-2015, 14/00706

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 30-06-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/00706
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:2580
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 8 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

De strafmotivering bevat, in strijd met art. 359.6 Sv, niet een opgave van redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Het Hof had het vonnis van de Pr niet mogen bevestigen zonder de gronden aan te vullen met de in art. 359.6 Sv bedoelde motivering. Conclusie AG: anders.

Uitspraak

13. Het eerste middelfaalt.

14. Het tweede middel behelst de klacht dat het Hof de opgelegde gevangenisstraf onvoldoende heeft gemotiveerd. Het Hof zou niet hebben voldaan aan de eisen die art. 359 lid 6 Sv stelt aan de motivering van een opgelegde vrijheidsstraf.

15. De door het Hof bevestigde aantekening mondeling vonnis bevat de volgende strafmotivering:

“6. Opgelegde straf of maatregel. Opgave van de bijzondere redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

- Gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) weken.

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Strafmotivering

Verdachte had vanwege de omstandigheden dat hij [betrokkene 1] nog maar kort kende, zijn achternaam niet wist, hem kende van het Leger des Heils, niet wist of hij enig inkomen had en het feit dat er Duitse kentekenplaten op de auto zaten, nader onderzoek moeten verrichten naar de herkomst van de auto en kentekenplaten.

De strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is zijn gepleegd.

De politierechter let op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De politierechter houdt ook rekening met voormeld uittreksel uit de justitiële documentatie waaruit blijkt dat de verdachte veelvuldig is veroordeeld, ook voor vermogensdelicten.’’

16. Ter terechtzitting van de politierechter op 10 september 2013 heeft de verdachte blijkens het proces-verbaal van die zitting over zijn persoonlijke omstandigheden verklaard:

“Ik ben getrouwd geweest en heb diverse bedrijven gehad. Ik heb nog steeds een aannemersbedrijf.”

17. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 januari 2014 bevat, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, de volgende passage:

“De raadsman van de verdachte verklaart over de persoonlijke omstandigheden van verdachte – zakelijk weergegeven – als volgt:

Verdachte zit sinds juli vorig jaar vast in een andere zaak ter zake vermogensdelicten. De behandeling van die zaak is gepland voor 5 februari a.s. in Alkmaar.

Verdachte is vrijgesproken van de heling die hij zou hebben gepleegd op 11 april 2013 en ter zake waarvan op 13 april 2013 de beslissing is genomen hem te vervolgen.

Verdachte is gescheiden en heeft meer problemen dan kouter strafrechtelijke problemen. Dat is ook de reden dat hij bij het Leger des Heils verblijft.”

18. De opgave van de bijzondere redenen als bedoeld in art. 359, zesde lid, Sv is, zoals de steller van het middel terecht opmerkt, niet te vinden in de eerste zin van de strafmotivering. Die zin ziet immers vooral op de motivering van de bewezenverklaring, al blijken uit die zin niet alle bepalende factoren. Uit de laatste zin van de strafmotivering komt naar voren dat verdachte veelvuldig is veroordeeld, ook voor vermogensdelicten. Anders dan de steller van het middel kennelijk meent is dus niet enkel volstaan met de standaardformule. De vraag is of met de laatste zin voldoende tot uitdrukking wordt gebracht dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt.

19. In HR 3 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU2898 werd de aanvulling van een enigszins aangeklede strafmotivering met de zin ‘De zeer omvangrijke justitiële documentatie van verdachte weegt mee in het nadeel van de verdachte. Er zit geen vooruitgang in zijn manier van handelen.’ niet aangemerkt als een toereikende opgave van de bijzondere redenen. In HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:AX6411 was aan de standaardformule toegevoegd: ‘Uit het justitieel documentatieregister betreffende verdachte blijkt dat zij in het verleden reeds ter zake van soortgelijke zaken door de rechter tot straf is veroordeeld.’ Ook daarin zag de Hoge Raad, anders dan de Advocaat-Generaal Vellinga die constateerde dat vaststond dat verdachte eerder tot vrijheidsstraffen was veroordeeld, geen bijzondere redenen als bedoeld in zesde lid van art. 359 Sv. Ook in HR 14 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8040 was de volgende aanvulling op een enigszins aangeklede motivering (wederom contrair aan de AG) ontoereikend: ‘Blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 19 juli 2007 betreffende verdachte is hij herhaaldelijk eerder veroordeeld, waaronder voor soortgelijke overtredingen als de bewezenverklaarde en heeft hij het feit begaan, terwijl voor hem nog een proeftijd gold.’ Ik wijs er op dat er ook andere rechtspraak (uit 2007) is waarin de Hoge Raad oordeelde dat uit de motivering (ook hier werd verwezen naar eerdere veroordelingen) moest worden begrepen dat niet volstaan kon worden met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming meebrengt. Mijn indruk is dat in de latere rechtspraak deze wat soepeler benadering is verlaten en dat thans geldt dat uit het arrest expliciet moet blijken dat het Hof aandacht heeft gehad voor de bijzondere redenen voor de vrijheidsontnemende straf. Het Hof moet kennelijk uitdrukkelijk een signaal geven art. 359, zesde lid, Sv voor ogen te hebben gehad. Dat is hier niet gebeurd en in die lijn treft het middel derhalve doel.

20. Ik vraag mij af of de invoering van art. 80a RO hierin verandering kan brengen. Die vraag lijkt mij in het licht van de vermelde niet geheel vaste rechtspraak van de Hoge Raad en de vermelde conclusies van mijn ambtgenoot Vellinga voor de hand te liggen. Mijn uitgangspunt is dat de motivering van het Hof in het licht van de recentere rechtspraak van de Hoge Raad over art. 359, zesde lid, Sv tekortschiet. De vraag is dan vervolgens of hier geldt dat verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang bij het casatieberoep heeft. Het standaardarrest inzake de toepassing van art. 80a RO geeft daarover voor een geval als het onderhavige geen uitsluitsel. Het lijkt mij voldoende uitgesloten dat na verwijzing een andere straf zal worden opgelegd, tenzij de persoonlijke omstandigheden zijn gewijzigd. Gelet op het volgende meen ik dat verdachte onvoldoende belang heeft bij het slagen van de onderhavige klacht:

- uit het proces-verbaal van de zitting van het Hof blijkt dat de niet verschenen verdachte op dat moment ongeveer zes maanden is gedetineerd;

-uit het zich bij de stukken bevindende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 december 2013 (20 bladzijden) blijkt dat verdachte sinds 1992 ter zake van misdrijven met politie en justitie in aanraking is gekomen en dat hij alleen al vanaf 2005 vijf maal is veroordeeld tot (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen wegens onder meer vermogensdelicten en dat er bovendien nog enkele niet afgedane vermogensdelicten zijn;

- van de kant van de verdediging is niet naar voren gebracht dat ingeval van veroordeling een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf niet passend of geboden zou zijn;

- hoewel LOVS-oriëntatiepunten voor heling ontbreken meen ik te kunnen zeggen dat de opgelegde straf niet ongebruikelijk is.

21. Ook het tweede middel faalt.

22. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

23. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?