2. Bespreking van het incidentele verzoek
In dit incident verzoekt mr. Dekker dat aan Sypesteyn wordt bevolen om zekerheid te stellen voor de proceskosten, en wel binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn en voor een zodanig bedrag als de Hoge Raad in goede justitie vermeent te behoren, en op straffe van niet-ontvankelijkheid van het door Sypesteyn ingestelde cassatieberoep (art. 224 jo. art. 414 Rv).
Mr. Dekker heeft aan zijn incidenteel verzoek ten grondslag gelegd dat Sypesteyn gevestigd is in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten. De Verenigde Arabische Emiraten zijn geen partij bij het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954 en tegen Sypesteyn is in Nederland geen verhaal mogelijk voor de proceskosten, aldus mr. Dekker.
Sypesteyn stelt dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam, en dat zij ingevolge art. 1:10 lid 2 BW derhalve woonplaats heeft in Nederland. Voor een bevel tot zekerheidstelling ex art. 224 jo. art. 414 Rv zou om die reden geen ruimte zijn. Verder zou Sypesteyn in deze procedure niet beschouwd kunnen worden als degene die een vordering instelt of die zich voegt of tussenkomt in een geding, een en ander als bedoeld in art. 224 lid 1 Rv. Het bepaalde in art. 224 Rv is in een faillissementsprocedure als de onderhavige bovendien helemaal niet van toepassing, aldus Sypesteyn.
Het incidentele verzoek tot zekerheidstelling ex art. 224 jo. art. 414 Rv is mijns inziens niet toewijsbaar. Mr. Dekker heeft – ondanks het gegeven dat Sypesteyn zich ook in de in eerste aanleg en in hoger beroep opgeworpen incidenten tot zekerheidstelling heeft aangevoerd dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam – niet gesteld dat Sypesteyn niet (mede) woonplaats heeft in Nederland. Door Sypesteyn is in het onderhavige incident (wederom) aangevoerd dat zij statutair gevestigd is te Amsterdam. Mijns inziens dient dan ook aangenomen dat Sypesteyn haar statutaire zetel heeft in Amsterdam en dat zij, gezien het bepaalde in art. 1:10 lid 2 BW, woonplaats heeft in Nederland. Art. 224 Rv biedt geen grond voor een bevel tot zekerheidstelling voor proceskosten aan een partij die woonplaats heeft in Nederland. Het incidentele verzoek van mr. Dekker dient reeds om deze reden te worden afgewezen.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot afwijzing van het incidentele verzoek tot zekerheidstelling.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G