Persoonlijke omstandigheden:
• Sedert maart 2013 gedetineerd, momenteel ongeveer 9 maanden van de 2 jaar ISD achter de rug.
• Door detentie nog niet mogelijk om aan alcoholslotprogramma deel te nemen
• Bij opleggen ontzegging rijbevoegdheid kan A niet deelnemen aan alcoholslotprogramma.
• Heeft feitelijk sedert inname rijbewijs niet meer kunnen autorijden (september 2012)
• Gevolg van ontzegging bevoegdheid tot besturen motorvoertuigen vanaf einde detentie/ISD disproportioneel
• Belemmering om na ISD werk te kunnen vinden, beperking mogelijkheden reïntegratie...
Geeft Uw Hof voorts in overweging:
Hetgeen ten laste wordt gelegd speelde zich af tussen in september 2012, A momenteel gedetineerd (ISD maatregel) en zonder inkomen."
Het hof heeft de opgelegde straf aldus gemotiveerd:
"De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van duizend euro, subsidiair 20 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden met aftrek.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft niet voldaan aan de verplichting medewerking te verlenen aan een ademonderzoek.
Door aldus te handelen heeft hij in strijd met de wet gehandeld en de vaststelling van het alcoholgehalte in zijn adem gefrustreerd.
Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 4 maart 2014 is de verdachte eerder reeds zeer vele malen onherroepelijk veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden hoogte onderscheidenlijk duur passend en geboden."
5.4.Het hof heeft het aangevoerde klaarblijkelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van artikel 359, tweede lid tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt naar mijn oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof het aangevoerde enkel begrepen als een algemeen verzoek tot het niet opleggen van een onvoorwaardelijke rijontzegging op basis van persoonlijke omstandigheden. De door de verdediging aangegeven omstandigheden zijn echter niet zodanig dat de strafoplegging zonder een nadere motivering van het hof bevreemding zou wekken. Dat het hof erop heeft gewezen dat verdachte reeds zeer vele malen onherroepelijk is veroordeeld zonder dat het hof daarbij vermeldt of het gaat om veroordelingen voor hetzelfde of vergelijkbare feiten, doet aan het bovenstaande niet af. Ook als het 36 pagina's tellende uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte geen vergelijkbare feiten zou vermelden - quid non - is toch het gegeven dat hij reeds eerder vele malen onherroepelijk is veroordeeld relevant voor de straftoemeting.
Het middel faalt.
6. Het tweede en derde middel falen en kunnen naar mijn oordeel met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Het eerste middel geeft mij aanleiding om, zo nodig ambtshalve, het bestreden arrest voor vernietiging voor te dragen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden