ECLI:NL:PHR:2015:2014

ECLI:NL:PHR:2015:2014, Parket bij de Hoge Raad, 25-09-2015, 14/05057

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 25-09-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/05057
Rechtsgebied Civiel recht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:100
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

Procesrecht. Te late betaling griffierecht. Toepassing art. 127a lid 3 Rv (hardheidsclausule). Rechtsmiddelverbod, art. 127a lid 4 Rv; geen doorbrekingsgrond mogelijk. Devolutieve werking hoger beroep.

Uitspraak

2. Bespreking van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel bevat drie onderdelen (klachten), waarvan de eerste twee in de kern over miskenning van de devolutieve werking van het appel klagen.

Onderdeel III betreft de toepassing door het hof van de hardheidsclausule van art. 127a lid 3 Rv bij de te late betaling van het griffierecht door appellanten.

Ik bespreek eerst dit onderdeel.

Het onderdeel richt zich tegen rechtsoverweging 2.4 van het arrest van 14 juni 2011, waarin het hof als volgt heeft geoordeeld (voor de leesbaarheid citeer ik ook de rechtsoverwegingen 2.1-2.3):

“2.1. Artikel 3 lid 3 WGBZ bepaalt dat eiser (in hoger beroep: appellanten) het griffierecht is verschuldigd vanaf de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting en dat eiser zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient. Deze termijn van vier weken is aangevangen op 19 april 2011 en is geëindigd op 17 mei 2011. Het door appellanten betaalde griffierecht is op 18 mei 2011 bijgeschreven op de rekening van het hof.

Artikel 127a lid 2 Rv bepaalt dat, indien eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, de rechter de gedaagde van instantie ontslaat, met veroordeling van eiser in de kosten. Artikel 127a lid 3 Rv bepaalt voor zover hier van belang dat de rechter artikel 127a lid 2 Rv buiten toepassing laat, indien hij van oordeel is dat toepassing daarvan, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij de toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Met het oog op toepassing van artikel 127a lid 3 Rv heeft het hof appellanten op 17 mei 2011 gelegenheid gegeven zich uit te laten. Appellanten hebben hiervan geen gebruik gemaakt.

Voorop wordt gesteld dat aan het niet-tijdig betalen van het griffierecht in hoger beroep een ingrijpend gevolg is verbonden, te weten het onherroepelijk verlies van de appelinstantie, waardoor het bestreden vonnis kracht van gewijsde verkrijgt. Daarnaast is gebleken dat het griffierecht slechts één dag te laat is bijgeschreven op de rekening van het hof. Het hof is gelet op het belang van appellanten bij de toegang tot de appelrechter van oordeel dat strikte toepassing van artikel 127a lid 2 Rv zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Het hof zal deze bepaling daarom buiten toepassing laten.”

Met de invoering van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (hierna: WGBZ) is het systeem van inning van griffierechten bij aanvang van de procedure, de zogenaamde ‘heffing aan de poort’ gaan gelden, op grond waarvan in dagvaardingszaken de eiser het griffierecht is verschuldigd vanaf de eerste uitroeping van de zaak ter terechtzitting of bij gebreke daarvan vanaf de eerste roldatum en hij ervoor moet zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient.

Op 1 januari 2011 is vervolgens art. 127a Rv in werking getreden, welk voorschrift ook in hoger beroep geldt (art. 353 Rv).

Indien de eiser het griffierecht niet tijdig heeft voldaan, wordt de gedaagde op de voet van het tweede lid van art. 127a Rv van de instantie ontslagen en eiser in de kosten veroordeeld, tenzij de rechter oordeelt dat toepassing van die bepaling, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (lid 3).

Art. 127a lid 4 Rv bevat een rechtsmiddelenverbod: tegen beslissingen ingevolge het tweede en derde lid staat geen hogere voorziening open. Dit verbod kan echter worden doorbroken op een van de bekende doorbrekingsgronden. Zo heeft de Hoge Raad de omstandigheid dat de te laat betaald hebbende partij niet in de gelegenheid was gesteld een beroep te doen op de hardheidsclausule als grond voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod aangenomen.

Het onderdeel klaagt in de eerste plaats dat het hof met zijn oordeel dat art. 127a lid 2 Rv buiten toepassing dient te worden gelaten, buiten het toepassingsgebied van deze wettelijke regeling is getreden althans een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling niet meer kan worden gesproken.

Het onderdeel bevat daarmee een beroep op een doorbrekingsgrond, zodat het cassatieberoep in zoverre ontvankelijk is.

Uit de hiervoor geciteerde rechtsoverwegingen 2.1 en 2.3 blijkt dat het hof heeft geconstateerd dat [verweerders] het griffierecht een dag te laat hebben betaald en dat het hof hen vervolgens in de gelegenheid heeft gesteld een beroep te doen op de hardheidsclausule van het derde lid van art. 127a Rv. Met dit laatste heeft het hof toepassing gegeven aan een voorschrift dat pas op 1 april 2013 in de wet is gekomen nadat de Hoge Raad in 2012 in die zin had geoordeeld. Van die gelegenheid hebben [verweerders] geen gebruik gemaakt (zie rechtsoverweging 2.3).

Volgens het hof leidt toepassing van de wet – door het hof in rechtsoverweging 2.4 “strikte” toepassing genoemd, maar het is gewoon toepassing van het tweede lid: ontslag van instantie – tot een onbillijkheid van overwegende aard indien het griffierecht slechts één dag te laat is bijgeschreven op de rekening van het gerecht.

Het hof heeft aldus ambtshalve toepassing gegeven aan de hardheidsclausule.

Ten tijde van het wijzen van het bestreden arrest had het hof (slechts) de parlementaire geschiedenis als richtsnoer voor toepassing van de hardheidsclausule. Daarin is het volgende opgenomen:

“Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de betaling wel tijdig door de eiser (…) is verricht, maar te laat op de juiste plek is aangekomen, bijvoorbeeld door fouten bij de administratieve verwerking van de betaling of een computerstoring bij de gerechtelijke instantie of de bankinstelling waar de gerechtelijke instantie een rekening houdt.”

en

“De toepassing van de hardheidsclausule is niet beperkt tot de gevallen waarin de rechtszoekende verschoonbaar in verzuim is geweest, bijvoorbeeld doordat de administratieve verwerking van een tijdige betaling van het griffierecht vertraging heeft opgelopen. De rechter kan hiervan eveneens gebruik maken indien hij om andere redenen van oordeel is dat toepassing van de procesrechtelijke consequenties van niet-tijdige betaling zou leiden tot een onbillijke situatie. Dit is echter afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval.”

Nadien heeft de Hoge Raad meermalen uitspraken gewezen over toepassing van de hardheidsclausule. Uitgangspunt is dat in geval van een procedure met verplichte procesvertegenwoordiging, partijen worden vertegenwoordigd door een advocaat die op grond van zijn deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure zonder meer geacht wordt op de hoogte te zijn van de hier aan de orde zijnde termijn en van de verstrekkende gevolgen die de wet verbindt aan overschrijding daarvan. Het bijvoorbeeld niet tijdig ontvangen van een nota griffierecht of een herinnering, brengt dan ook niet mee dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Omstandigheden die volgens de Hoge Raad daarnaast geen grond voor toepassing van de hardheidsclausule waren, zijn: de recente invoering van het nieuwe stelsel van betaling van de griffierechten, een geringe overschrijding van de termijn met slechts één dag, het feit dat het griffierecht toch is betaald en het belang bij het beroep.

De omstandigheid dat sprake was van verwarringwekkende informatie door de gerechtelijke administratie belast met de inning van griffierechten of een apparaatsfout (niet-tijdige afboeking van het griffierecht door het gerecht ondanks een verzoek daartoe), zijn wel als grond geaccepteerd.

De door het hof als beslissend aangemerkte omstandigheid, te weten dat het griffierecht een dag te laat was betaald, is door de Hoge Raad dus als onvoldoende beoordeeld om te kunnen komen tot toepassing van de hardheidsclausule.

Het onderdeel klaagt dat het hof het fundamentele beginsel van fair trial heeft geschonden door op ambtshalve gronden ontslag van instantie op grond van art. 127a lid 2 Rv aan Aerdenburgh te onthouden zonder haar in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.

M.i. slaagt deze klacht.

Het door de klacht geschetste spiegelbeeld van het voorschrift van art. 127a lid 2 Rv vloeit m.i. voort uit het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor in een situatie als het onderhavige waarin het hof ambtshalve in het nadeel van de wederpartij van de nalatige partij heeft beslist. Dat de partij die te laat heeft betaald zelf niet van de geboden gelegenheid gebruik heeft gemaakt, doet daaraan niet af.

Met het slagen van onderdeel III behoeven de onderdelen I en II geen bespreking. De klacht over de miskenning van de devolutieve werking van het appel kan zo nodig in de procedure na verwijzing aan de orde worden gesteld.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2011, 31 juli 2012 en 27 mei 2014 en tot verwijzing.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JBPr 2016/20
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?