Nr. 14/01970
Zitting: 13 oktober 2015
Mr. A.E. Harteveld
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 17 december 2013 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof de dagvaarding voor de terechtzitting van 17 december 2013 ten onrechte niet nietig heeft verklaard, nu in rechte moet worden vermoed dat deze dagvaarding niet, althans niet op de voorgeschreven wijze is betekend.
4. Uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep blijkt dat de verdachte niet ter zitting is verschenen en dat het Hof, op vordering van de advocaat-generaal, verstek heeft verleend tegen de verdachte.
5. De akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte bevindt zich niet bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken.
6. Blijkens een aan de strafgriffie van de Hoge Raad verzonden brief van de gerechtssecretaris van het Hof van 24 juli 2014 is de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep in het ongerede geraakt.
7. Nu de akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep niet (meer) beschikbaar is kan de Hoge Raad niet nagaan of de dagvaarding in hoger beroep op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend, hetgeen met zich brengt dat het bestreden arrest niet in stand kan blijven. Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan de appeldagvaarding om doelmatigheidsredenen zelf nietig verklaren.
8. Deze conclusie strekt tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep..
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG