ECLI:NL:PHR:2015:2421

ECLI:NL:PHR:2015:2421, Parket bij de Hoge Raad, 25-09-2015, 14/04430

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 25-09-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/04430
Rechtsgebied Civiel recht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:3624
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005034

Samenvatting

Vervoersrecht. CMR. Betekenis HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1333, NJ 1995/114 (Cargofoor). Schade door tekortkoming in gegevensverstrekking die tot schade leidt na einde vervoersovereenkomst. Beoordeling naar nationaal recht.

Uitspraak

2. Bespreking van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel is gericht tegen rov. 4.5 t/m 4.7 van het bestreden arrest en bestaat uit drie onderdelen, waarbij het tweede en het derde onderdeel uiteenvallen in verschillende subonderdelen. De genoemde rechtsoverwegingen luiden als volgt:

‘4.5 Voor zover zou moeten worden aangenomen dat Transfennica inderdaad verplicht was op verzoek van [eiseres] onder de vervoersovereenkomst voormelde gegevens [te weten de laadreferentienummers en containernummers, A-G] aan [eiseres] te verstrekken en in moest staan voor de juistheid daarvan, geldt het volgende. [eiseres], als wederpartij van Transfennica, heeft haar vordering gestoeld op het schenden van een contractuele verplichting. Haar stelling is dat Transfennica de verplichting tot juiste gegevensverstrekking jegens haar niet is nagekomen. Aangenomen dat dit juist is, geldt dat de contractuele verhouding tussen Transfennica en [eiseres] omkaderd en beperkt is door de transportopdracht waarop de CMR van toepassing is. Nu vast staat dat Transfennica de zaken tijdig en in goede staat in Hamina heeft afgeleverd, is de vervoersovereenkomst tussen [eiseres] en Transfennica op dat moment geëindigd. De gestelde fout van Transfennica heeft in de contractuele relatie tussen Transfennica en [eiseres], dus tijdens het vervoer van Roosendaal naar Hamina, niet tot schade – bijvoorbeeld vanwege vertraging in de aflevering – geleid en daarmee niet tot schadeplichtigheid van Transfennica binnen de vervoersovereenkomst.

De gestelde schade is immers pas ingetreden tijdens het verdere vervoer door Contento OY en JSP Cargo OY, dat in opdracht van [A] is verricht. De vervoerde zaken zijn opgehouden waardoor vertraging is ontstaan in de aflevering en er zijn extra kosten gemaakt voor onder meer opslag. Transfennica was echter geen partij bij deze contractuele relatie – evenmin als [eiseres] – en [eiseres] heeft ook onvoldoende toegelicht op welke wijze Transfennica desalniettemin contractueel op grond van de CMR aansprakelijk is jegens haar voor een in de verhouding tussen [A] en Contento OY/JSP Cargo OY ontstane schade. Het enkele feit dat schade is veroorzaakt door een fout van Transfennica en [A] de kosten heeft doorbelast aan [eiseres] is daartoe onvoldoende. Er geen reden is [lees: Er is geen reden; A-G] om een uitzondering te maken op het in de CMR (strikt) gehanteerde uitgangspunt. Ook uit het nationale recht, artikel 8:1103 BW, volgt overigens dat de afzender geen ander recht heeft dan betaling van de limiet in geval van schendingen van artikel 8:1095 en 8:1096 BW. Gevolgschade, zoals hier aan de orde, komt niet voor vergoeding in aanmerking.

[eiseres] heeft betoogd dat in het onderhavige geval het arrest Cargofoor toepassing moet vinden, maar dat betoog faalt. In dat arrest ging het om een schadevordering van de gesubrogeerde opdrachtgever op grond van onrechtmatige daad voor schade die de vervoerder bij het lossen aan een andere dan de vervoerde goederen had toegebracht. [eiseres] vordert echter op een contractuele grondslag vergoeding van schade die in verband staat met de vervoerde zaken en heeft zich op het standpunt gesteld dat zij de schadelijdende partij is. Uitbreiding van de leer van het Cargofoor-arrest naar gevallen als het onderhavige acht het hof voorts niet opportuun, mede gelet op de opvattingen in naburige landen over de (on)mogelijkheid van aansprakelijkheid van de vervoerder buiten de CMR. De rechter dient naar het oordeel van het hof dan ook terughoudendheid te betrachten bij het aannemen van een dergelijke aansprakelijkheid’.

Bij de bespreking van het middel stel ik het volgende voorop. In cassatie is onbestreden dat de onderhavige vervoerovereenkomst tussen [eiseres] en Transfennica wordt beheerst door de CMR en dat Transfennica de vervoerde zaken tijdig en in goede staat heeft afgeleverd op de overeengekomen plaats van bestemming. Art. 17 CMR regelt de aansprakelijkheid van de vervoerder ‘voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering’. Art. 23 CMR bepaalt kort gezegd dat de schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen die ten laste van de vervoerder wordt gebracht, is gelimiteerd. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 15 april 1994 (Cargofoor) het volgende overwogen:

‘3.3 De CMR voorziet niet in een uitputtende regeling voor de aansprakelijkheid van de vervoerder. Art. 17 regelt uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies van of schade aan door hem vervoerde zaken, alsmede voor vertraging in de aflevering. Aansprakelijkheid van de vervoerder voor andere dan de vervoerde zaken wordt niet door de CMR doch door het toepasselijke nationale recht beheerst.

Waar art. 23 spreekt van geheel of gedeeltelijk verlies van ‘de goederen’, geeft het een regeling voor aansprakelijkheid voor schade door geheel of gedeeltelijk verlies van de vervoerde zaken bedoeld in art. 17. De bepaling in het slot van art. 23 lid 4 (‘verdere schadevergoeding is niet verschuldigd’) geeft een uitwerking van hetgeen overigens in art. 23 is bepaald en betreft dan ook alleen schade door geheel of gedeeltelijk verlies of – door toepassing van art. 25 – beschadiging van vervoerde zaken. Hetzelfde geldt voor art. 28 dat, voor zover hier van belang, een regeling geeft voor het geval waarin ter zake van het verlies of de beschadiging van vervoerde zaken tegen de vervoerder een vordering wordt ingesteld die niet is gegrond op de vervoerovereenkomst maar op de wet. Noch art. 23, noch art. 28 geeft een regeling voor aansprakelijkheid voor beschadiging of verlies van andere dan de vervoerde zaken’.

Dit betekent dat de vervoerder buiten het terrein van de door de CMR bestreken aansprakelijkheid naar nationaal recht aansprakelijk kan zijn voor schade, anders dan schade door verlies of beschadiging van de lading, of door vertraging in de aflevering. In zijn conclusie voorafgaand aan het Cargofoor-arrest heeft A-G Strikwerda opgemerkt dat het feit dat de door art. 17 CMR bestreken aansprakelijkheid beperkt is, niet betekent

‘dat de vervoerder buiten het terrein van de door de CMR bestreken aansprakelijkheid, geen aansprakelijkheid te duchten zou hebben. Voor schade, anders dan door verlies of beschadiging van de lading, of door vertraging in de aflevering, kan de vervoerder aansprakelijk zijn krachtens nationaal recht, aangezien deze aansprakelijkheid buiten het materiële toepassingsgebied van de CMR valt en de CMR de aansprakelijkheid niet exclusief regelt’.

In het Cargofoor-arrest ging het om het geval dat een lading azijnzuur bij lossing in de landtanks op de plaats van bestemming gecontamineerd was met restanten van een vorige lading in het vervoermiddel. De vervoerder werd op grond van het gemene recht aangesproken uit hoofde van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad wegens de schade aan de inhoud van de landtanks.

In de onderhavige zaak heeft [eiseres] Transfennica aangesproken uit hoofde van niet-nakoming van haar contractuele verplichting tot het verschaffen van de juiste laadreferenties, welke verplichting zou voortvloeien uit de tussen [eiseres] en Transfennica gesloten vervoerovereenkomst. De schade is ontstaan door de onjuiste opgave/verwisseling van de laadreferenties van bepaalde containers tijdens het vervolgvervoer van de zaken van Hamina naar de Russische grens, welk vervoer door Contento OY en JSP Cargo OY in opdracht van de Finse vennootschap [A] heeft plaatsgevonden. Het gaat derhalve niet om schade die door de vervoerde zaken aan andere zaken is toegebracht, zoals het geval was in het Cargofoor-arrest, maar om de schending van een contractuele nevenverplichting op grond waarvan schade is geleden nadat de vervoerde zaken conform de overeenkomst zijn afgeleverd op de overeengekomen plaats. Is schade aan andere goederen ontstaan die het gevolg is van beschadiging of verlies van de vervoerde goederen in de zin van art. 17 CMR, dan is sprake van gevolgschade en rijst de vraag of de beperking van de aansprakelijkheid van de vervoerder op grond van art. 23 CMR van toepassing is op dergelijke gevolgschade. Deze situatie doet zich in onderhavige zaak niet voor.

Onderdeel 3 van het middel raakt naar mijn mening de kern van de zaak en zal daarom als eerste worden besproken. Het onderdeel valt uiteen in negen subonderdelen (genummerd a t/m i) en is gericht tegen rov. 4.6 en 4.7 van het bestreden arrest. Subonderdelen 3a en 3b klagen kort samengevat dat het hof heeft miskend dat de CMR niet voorziet in een uitputtende regeling voor de aansprakelijkheid van de vervoerder en dat in ieder geval de onderhavige schade niet valt onder de door de CMR geregelde en gelimiteerde schade, zodat die schade beoordeeld moet worden naar het (door partijen gekozen) Nederlandse recht. Volgens de subonderdelen heeft het hof miskend dat [eiseres] van mening is dat de onderhavige schade geen schade is die haar exclusieve regeling vindt in de CMR. Met haar beroep op het reeds aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 15 april 1994 (Cargofoor) heeft [eiseres] willen illustreren dat de CMR niet voorziet in een uitputtende regeling voor de aansprakelijkheid van de vervoerder.

[eiseres] heeft zich op het Cargofoor-arrest beroepen teneinde te betogen dat de aansprakelijkheid van Transfennica voor de schade die [eiseres] stelt te hebben geleden niet door de CMR wordt beheerst, maar door het nationale recht (art. 6:74 jo 6:76 BW). Het hof is in rov. 4.5 veronderstellenderwijs ervan uitgegaan dat Transfennica verplicht was op verzoek van [eiseres] onder de vervoerovereenkomst de laadreferentiegegevens aan [eiseres] te verstrekken en in te staan voor de juistheid daarvan. Eveneens veronderstellenderwijs is het hof daarmee uitgegaan van het bestaan van een contractuele nevenverplichting van Transfennica jegens [eiseres]. De niet-nakoming van die verplichting heeft, aldus het hof, niet tot schade geleid in de verhouding tussen Transfennica en [eiseres], omdat de zaken tijdig en in goede staat zijn afgeleverd op de overeengekomen plaats. Daarmee is volgens het hof de aan de CMR onderworpen overeenkomst tussen [eiseres] en Transfennica geëindigd en is er geen sprake van aansprakelijkheid voor Transfennica binnen de vervoerovereenkomst. In rov. 4.7 van het bestreden arrest heeft het hof overwogen dat, nu [eiseres] op een contractuele grondslag schadevergoeding heeft gevorderd die verband houdt met de vervoerde zaken, de uitbreiding van de leer van het Cargofoor-arrest niet opportuun wordt geacht, mede gelet op de opvattingen in naburige landen over de (on)mogelijkheid van aansprakelijkheid van de vervoerder buiten de CMR.

Ik meen dat het oordeel van het hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het hof in rov. 4.7 heeft geoordeeld dat [eiseres] op een contractuele grondslag uit hoofde van de vervoerovereenkomst geen vergoeding van schade anders dan door verlies of beschadiging van de lading of door vertraging in de aflevering kan vorderen, omdat de aansprakelijkheid van de vervoerder exclusief wordt geregeld door de CMR, is dat oordeel onjuist, omdat wordt miskend dat de CMR niet voorziet in een uitputtende aansprakelijkheid van de vervoerder. Voor zover het oordeel van het hof aldus zou moeten worden verstaan dat voor aansprakelijkheid buiten de CMR wegens schending van een contractuele nevenverplichting – aangenomen dat in de vervoerovereenkomst tussen [eiseres] en Transfennica sprake is van een nevenverplichting tot het verstrekken van de laadreferentiegegevens – geen plaats is, is dit oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk in het licht van het oordeel van het hof dat veronderstellenderwijs moet worden uitgegaan van het bestaan van een dergelijke contractuele verplichting. Het hof heeft bovendien niet aangegeven waarom schending van een dergelijke contractuele nevenverplichting niet zou kunnen leiden tot een buiten de CMR vallende aansprakelijkheid van de vervoerder, anders dan door aan te geven dat een uitbreiding van de leer van het Cargofoor-arrest ‘voorts’ niet opportuun wordt geacht, mede gelet op de opvattingen in naburige landen over de (on)mogelijkheid van aansprakelijkheid van de vervoerder buiten de CMR. Weliswaar heeft het hof overwogen dat het in het Cargofoor-arrest ging om een schadevordering van de gesubrogeerde opdrachtgever op grond van onrechtmatige daad voor schade die aan andere dan de vervoerde zaken is toegebracht, maar het Cargofoor-arrest brengt naar mijn mening niet mee dat de vervoerder geenszins aansprakelijk kan worden gesteld voor schade uit hoofde van schending van een contractuele nevenverplichting, voor zover die aansprakelijkheid geen betrekking heeft op de schade in de zin van art. 17 CMR (geheel of gedeeltelijk verlies en beschadiging van de vervoerde zaken, alsmede voor schade ontstaan door vertraging in de aflevering).

De subonderdelen 3a en 3b slagen derhalve. Bij deze stand van zaken kunnen de overige subonderdelen van onderdeel 3 buiten behandeling blijven, omdat zij voortbouwen op de subonderdelen a en b.

Over de onderdelen 1 en 2 kan ik kort zijn. Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 4.5 van het bestreden arrest en betoogt dat de vraag die het hof zich had moeten stellen niet is of Transfennica verplicht was de laadreferenties en containernummers te verstrekken en in te staan voor de juistheid daarvan, maar de vraag of het geen tekortkoming van Transfennica oplevert om [eiseres] verkeerde (verwisselde) gegevens te verstrekken, met als gevolg dat die verkeerde gegevens in het vervolgtransport moeilijkheden zouden veroorzaken en tot schade zouden leiden. Het onderdeel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag, omdat het hof in rov. 4.5 veronderstellenderwijs ervan is uitgegaan dat sprake is van een tekortkoming van Transfennica op grond van het feit dat zij aan [eiseres] verkeerde (verwisselde) gegevens heeft verstrekt.

Onderdeel 2 is gericht tegen rov. 4.5 en 4.6 van het bestreden arrest en valt na een inleiding uiteen in vier subonderdelen. Het onderdeel verwijt het hof dat het de causaliteit tussen de verstrekking van de verkeerde gegevens door Transfennica en de nadien onstane schade in de verhouding tussen [A] en haar ondervervoerders, Contento OY en JSP Cargo OY, heeft miskend. Het onderdeel faalt in zijn geheel, omdat het uitgaat van een verkeerde lezing van het bestreden arrest. Het hof heeft de vorderingen van [eiseres] niet afgewezen wegens het ontbreken van de bovengenoemde causaliteit, maar op de grond dat de schending van de contractuele verplichting door Transfennica in verband met het restrictieve stelsel van aansprakelijkheid ingevolge de CMR slechts tot aansprakelijkheid kan leiden in het kader van het gecontracteerde vervoer (in het onderhavige geval van Roosendaal naar Hamina).

De slotsom is dat onderdeel 3 slaagt en dat het bestreden arrest moet worden vernietigd.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 maart 2014 en tot verwijzing.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?